In dit bemestingsbericht geven we advies over het uitvoeren van de overbemesting en bladvoeding en hoe verschillende analyses daarbij kunnen ondersteunen.
Op dit moment begint de scheutgroei op steeds meer percelen af te sluiten. Tegelijkertijd begint het einde van de celdelingsperiode en daarmee ook het begin van de celstrekkingsperiode steeds meer in beeld te komen. Wanneer de scheutgroei over enkele weken is afgesloten, kan de overbemesting worden uitgevoerd. Dat betekent dit dat het tijd wordt om een plan te maken voor het uitvoeren van een eventuele overbemesting. Variabelen zoals de bemestingstoestand van de bodem en de vruchtdracht spelen hierbij een belangrijke rol.
Afgelopen weken zijn er tussen de verschillende regio’s grote verschillen ontstaan in de hoeveelheid neerslag. Voor het uitvoeren van overbemesting met de kunstmeststrooier, is het belangrijk dat de bodem voldoende vochtig is voor voldoende inspoeling en opneembaarheid van de toegediende nutriënten. Eventuele neerslag in de komende periode kan hier ook zeker een grote rol in spelen. Telers die de mogelijkheden hebben om te fertigeren, kunnen er voor kiezen om de overbemesting via de fertigatie uit te voeren. Met name in de regio’s waar wat minder neerslag is gevallen, geeft dit wat meer zekerheid voor een optimale benutting van de meststoffen die worden ingezet. Wanneer kali via de fertigatie gegeven wordt, kunt u kiezen voor een vaste meststof (kalisalpeter) of een vloeibare meststof (Powerdrip Teon B). Het grote voordeel van Powerdrip Teon B als vloeibare kaliummeststof is het gebruiksgemak. Met een vloeibare meststof is het veel gemakkelijker om met een hoge concentratie te werken in de mestbak waardoor het opnieuw vullen van de mestbak veel minder vaak nodig is. Daarnaast behoort dan het uitzakken van meststoffen die dan vervolgens ophopen op de bodem ook tot het verleden.
Om gericht een overbemesting uit te kunnen voeren, is het belangrijk inzicht te hebben in de opneembaarheid van de diverse nutriënten vanuit de bodem. Hiervoor kunt u BodemCheck gebruiken, eventueel in combinatie met een bladanalyse. BodemCheck geeft op basis van een grondmonster een beeld van de opneembaarheid van verschillende nutriënten. Hierdoor ziet u ook meteen op welke nutriënten u extra moet sturen tijdens de bemesting.
Een andere mogelijkheid is om N-mineraal monsters te (laten) nemen van uw percelen. Dit geeft inzicht in de opneembaarheid van stikstof vanuit de bodem. In de praktijk kunnen de resultaten van dit soort monsters soms behoorlijk verschillen tussen percelen. Door deze analyse te laten doen, kunt u bij de overbemesting inspelen op deze verschillen en rekening houden met de bodemvoorraad stikstof. Afhankelijk van het groeiniveau van het gewas en de vruchtdracht kan er soms al worden volstaan met een beperkte stikstofgift. Overbemesting in appel via de bodem heeft over het algemeen voornamelijk betrekking op stikstof, in peer komt de nadruk meer te liggen op kalium, eventueel aangevuld met stikstof.
Hoeveelheden die gestrooid of gefertigeerd kunnen worden zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de specifieke situatie in het perceel zoals vruchtdracht en groeikracht. Als richtlijn kunnen onderstaande hoeveelheden worden aangehouden.
Strooimeststoffen
Vloeibaar voor bodemtoepassing of fertigatie
Fertigatie
Product
Teon B is een zuivere, vloeibare fertigatiemeststof. De meststof bevat geen ballastzouten. Dat levert een belangrijke bijdrage aan het probleemloos doseren gedurende het seizoen. Teon B is hoog geconcentreerd, dit draagt bij aan het gebruiksgemak en er is minder volume nodig per hectare. Het is de ideale meststof om in de groeifase van loof en bol/knol/kolf in te zetten. Naast kali bevat Teon B ook zwavel en stikstof.
Zuivere meststof
Meststof zonder ballastzouten
Hoog geconcentreerd
Gebruiksgemak
In recente plantsapmetingen zien we over het algemeen een vrij hoge opname van kalium terug, zowel in appel als peer. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er soms vrij behoorlijke verschillen zijn te zien tussen de diverse percelen. Verschil in opneembaarheid van kalium kan hierbij een mogelijke verklaring zijn. Een hoge opname van kalium betekent automatisch ook dat de opname van magnesium en zeker ook calcium wordt onderdrukt. Omdat calcium zorgt voor stevige celwanden en daarbij een behoorlijke invloed heeft op de uiteindelijke hardheid is het belangrijk om hier voldoende aandacht aan te blijven besteden via bladvoeding. Wanneer dit wordt gecombineerd met silicium (vanuit No-stress feed of Stimucrop Siligreen) geeft dit een nog betere opname van de calcium. Daarnaast heeft de Silicium zelf ook een positief effect op de hardheid van de vruchten en de algehele plantweerbaarheid. CalciMax is geformuleerd als chelaat en wat zachter voor het gewas dan bijvoorbeeld kalksalpeter.
Wat verder opvalt is dat de opname van spoorelementen in het algemeen op diverse percelen wat aan de lage kant zit. Hortispoor Mix Vloeibaar is een kant-en-klare mix van diverse spoorelementen en kan worden meegespoten als extra bladvoeding. Aanvullend hierop kan er in peer, en dan met name op percelen die gevoelig zijn voor ijzergebrek, extra aandacht worden besteed aan ijzer via bladvoeding. Verder is het belangrijk om ook de komende periode voldoende aandacht te blijven besteden aan mangaan. Dit omdat mangaan, naast stikstof en ijzer, een belangrijke rol speelt in het behoud van de groene grondkleur van de vruchten tijdens de bewaring. Vanuit vruchtanalyses op minerale samenstelling vanuit afgelopen jaren is bekend dat Conference op dit gebied vrij gevoelig is voor een tekort aan mangaan.
Calcium
Silicium
IJzer
Mangaan