Het akkerbouwbloed zit bij de familie Colijn al vele generaties in de familie. Al voor de Tweede Wereldoorlog boerde de familie Colijn op verschillende locaties. Anno 2021 werken Henk, Johan en Timo samen op het akkerbouwbedrijf in Slootdorp. De rijke historie van het bedrijf, de veranderende regels en de toekomst door de ogen van drie generaties.
De vader van Henk kwam oorspronkelijk uit de Haarlemmermeer en boerde bij een pachtbedrijf in Amstelveen, maar dat bedrijf werd opgeheven. Zijn opa boerde in pacht in de Haarlemmermeer, maar moest ook stoppen omdat de omgeving van het bedrijf in de Tweede Wereldoorlog een spergebied werd. Henk vertelt: “Hij zat bij de Aalsmeerderweg. Dat deel van de Haarlemmermeer noemden ze Kanaän omdat de grond zo vruchtbaar was. Tijdens de oorlogsjaren woonden mijn vader en opa in Amstelveen. Toen Schiphol direct na de oorlog ging uitbreiden, kon mijn opa niet terug naar de locatie waar hij boerde. En mijn vader kwam niet in aanmerking om terug te keren naar Amstelveen, omdat die gemeente ook ging uitbreiden. Ter compensatie kregen ze een boerderij in de kop van Noord-Holland aangeboden.”
In de beginperiode van het bedrijf kiest Henk ervoor om samen te werken in een spontaan opgerichte, kleine coöperatie. “Jan de Vries, een akkerbouwer uit de buurt, was altijd op zoek naar iets nieuws en ook naar meer erkenning als teler. Ook wilde hij gunstiger voorwaarden voor de in- en verkoop van producten. Hij richtte daarom in 1992 samen met vier akkerbouwcollega’s De Gezamenlijke Akkerbouwers op. Eigenlijk ben ik van huis uit niet zo coöperatief, en alleen voor de prijs wilde ik niet meedoen. Ik vond dat er ook op technisch gebied iets te winnen moest zijn. Jan nodigde daarom Dirk Bakker van Van Iperen uit. Hij gaf veel informatie die wij hier niet kregen. Het was een voordeel dat hij uit het zuiden kwam. Zo waren wij goed voorbereid op problemen die ze daar al hadden gehad en hier in Noord-Holland nog moesten komen. Ook leerden we dat je door specifiek met lage doseringen te werken veel geld kon besparen. En die slimmigheden leverden meer op dan de laagste literprijs. Dankzij die adviezen gingen we samenwerken met Van Iperen, ook nadat Jan de Vries in juli 2009 plotseling overleed.” Volgens Johan werkt Van Iperen nog steeds zo. “Ik kijk altijd op het etiket, maar het advies is vaak genuanceerder en de dosering lager dan op de verpakking staat.”
Henk teelde jarenlang witlof. “Dat ging goed, want dat wilde hier in de Wieringermeer wel groeien. Er kwam iemand die tarreerde op het land als wij de witlof nog moesten rooien. Als je vroeg waar hij dat wilde doen, gooide hij zijn hoed het land in. Waar de hoed viel, tarreerde hij. In die tijd bracht een hectare witlofpennen wel 10.000 gulden op. Later vond het tarreren plaats bij de witloftrekker en werden de tarrapercentages zó hoog dat de teelt niet interessant meer was.” Henk aarzelde nooit om te experimenteren. “Als probeersel heb ik nog een jaar krokussen en irissen geteeld. Daar ben ik snel mee gestopt, want dat was niets voor mij.” Colijn teelt nu plantsjalotten, pootaardappelen, granen en bieten. Johan vertelt: “Plantsjalotten telen is zeer specialistisch werk, maar als het goed gaat, ben je altijd zeker van afzet en uitbetaling. Met deze teelt kunnen wij ons onderscheiden; je moet ergens je niche vinden.” Timo selecteert met een zzp’er de verschillende soorten sjalotten met een selectiekar. Hij vertelt dat hij het lastig vindt dat er steeds minder gewasbeschermingsmiddelen zijn toegestaan.
“Je hebt elkaar meer en meer nodig”
“We kunnen groene insecticiden inzetten, maar groene herbiciden niet. Mechanisch schoffelen kan bij bieten en zaaisjalotten, maar is bij plantsjalotten alleen mogelijk als we een precisieplantmachine aanschaffen.” Vroeger gingen plantsjalotten, voordat ze de grond in gingen, in een dompelbad met gewasbeschermingsmiddelen. Voor deze toepassing is de registratie van die middelen vervallen. “Verder krijgen de plantsjalotten een warmwaterbehandeling om de stengelaaltjes te bestrijden. Ze gaan een maand voor het planten een kookketel in die ze gedurende 2,5 uur verwarmt tot ongeveer 40 graden,” legt Timo uit.
Henk is van plan voorlopig op het bedrijf te blijven werken. “Zolang mijn gezondheid het toelaat, blijf ik hier actief. Die rotjongens gaven me al een hengel om te gaan vissen,” lacht Henk terwijl hij naar Johan en Timo wijst. “Dat gaat nog niet gebeuren, maar ik blijf wel een uurtje langer slapen. Ik begin niet meer om 7 uur of eerder, zoals vroeger.” Omdat Henk plezierig met Van Iperen werkte, gingen Johan en Timo op dezelfde voet verder. Johan vertelt: “Het is prettig dat er in het groeiseizoen iemand het gewas nakijkt en advies geeft. Ik had pas een specifieke vraag over aaltjes en vertegenwoordiger Gerben van Dueren den Hollander komt dan meteen kijken.” Timo ziet de relatie met Van Iperen in de toekomst nog groeien. “Je hebt elkaar meer en meer nodig. Ook voor groene middelen hebben we een leverancier nodig, een bedrijf dat proeven en onderzoek doet en adviseert. Toch denk ik dat we niet helemaal zonder chemie kunnen.” Johan en Timo verwachten dat Van Iperen het voortouw neemt in het vinden van oplossingen voor de uitdagingen die de overheid stelt. Johan: “Hun adviezen moeten ons in staat stellen ook in de toekomst te kunnen blijven boeren.”