Voor de meeste voedselgewassen en planten is bestuiving (de overdracht van stuifmeelkorrels) een onmisbare stap in de voortplanting. Bestuiving gebeurt door bewegingen van bijen en andere soorten bestuivers, zoals zweefvliegen en vlinders. Bijen nemen het leeuwendeel van alle (insecten) bestuiving voor hun rekening. Bestuiving is noodzakelijk voor meer dan 75% van onze voedselgewassen, vooral groenten en fruit, en voor meer dan 85% van de wilde planten in de natuur.
Voor deze mengsels is een arme schrale bodem prima. Bemesting is dan ook niet wenselijk. Wanneer de bodem veel onkruidzaden bevat is het aan te bevelen een vals zaaibed te maken. Schoon beginnen is van levensbelang voor het gewenste eindresultaat. Wanneer u handmatig zaait, is het aan te bevelen de zaden met een vulmiddel te mengen. Hierdoor kunt u gemakkelijker zaaien en krijgt u een betere verdeling. Na inzaai de grond licht aanrollen. In de meeste gevallen zal één keer maaien voldoende zijn. De zaden dienen rijp te zijn en/of op de grond te zijn gevallen. (oktober-februari). Laat het maaisel enkelen dagen liggen, zodat het rijpe zaad eraf kan af en voer daarna het maaisel af om verrijking van de grond te mijden. Zaai eventueel in het voorjaar bij.
Om in te spelen op de actualiteiten rondom bijen hebben we twee zaadmengsels samengesteld. Deze zijn speciaal geschikt voor bijen, hommels en andere nuttige insecten. Het mengsel bestaat uit plantensoorten die bloemrijk zijn en veel nectar bevatten.
Bekijk onze flyer voor meer informatie.