Vijftien jaar geleden werd de fabriek van Kemira in de Europoort overgenomen. Van Iperen wilde zelf enkelvoudige vloeibare meststoffen kunnen produceren. Het bedrijf ging verder onder de naam Euroliquids. We spreken over wat er sindsdien veranderd is met operationeel directeur Robert van den Kieboom, productmanager Marco den Otter en hoofd laboratorium Lennart Dorst. “Voorheen maakten wij wat klanten vervolgens konden gebruiken.
Nu is het andersom: klanten komen met vragen en suggesties en bepalen zo wat wij produceren,” zegt Robert. Euroliquids vormt samen met Van Iperen, TTD en Van Iperen International de holding Thesis. De bedrijven vormen een sterk samenwerkingsverband ten dienste van de agrarische sector. Samen beslaan ze de hele keten, van de productie van meststoffen tot de levering en het advies over de toepassing.
Vooral de komst van Van Iperen International zorgde voor veel verandering. Robert: “Voorheen hadden we een beperkt assortiment en waren we voornamelijk gericht op de tuinbouw in Nederland en België. Toen Van Iperen International vloeibare middelen ontdekte, kregen we plotseling bestellingen uit de hele wereld. Doordat elk land andere samenstellingen gebruikt, nam het aantal varianten sterk toe.” Dat zorgde bij Euroliquids voor flinke uitdagingen. Ineens werden onze producten over de hele wereld geleverd en moesten ze een of twee jaar houdbaar zijn.
Marco: “We kregen in korte tijd te maken met allerlei vragen. Bijvoorbeeld wat doen onze producten bij een temperatuur van -20°C in landen als Oekraïne, of in Kenia met een temperatuur van +50°C? Zorgt dat bijvoorbeeld voor verkleuring? Hoe zit het met de kristallisatie? Wat gebeurt er met de druk in een IBC onder die omstandigheden? Daar moesten we snel de antwoorden op zien te vinden.” Lennart: “Door die ontwikkelingen moest het laboratorium in snel tempo meegroeien. Inmiddels beschikken we over twee verschillende, zeer professionele ruimtes. In de ene voeren we vooral kwaliteitscontroles uit, terwijl we in de andere ruimte nieuwe ontwikkelingen testen. Jaarlijks gaat het om zo’n 9.000 analyses en 100 verschillende ontwikkeltesten.”
De komst van Van Iperen Internationaal heeft binnen Euroliquids ook voor andere planningen gezorgd. Robert: “Je kunt de productie niet meer uitsluitend afstemmen op de seizoenen hier in West-Europa. We produceren nu het hele jaar door. Dat betekent dus ook dat klanten zich geen zorgen hoeven te maken over de beschikbaarheid. In onze eigen regio zien we een toenemende behoefte aan vloeibare meststoffen binnen de akkerbouw. Dat is een verdubbeling ten opzichte van een jaar of tien geleden. Voorheen was vloeibaar een stuk duurder, maar de prijsverschillen met vaste meststoffen zijn veel kleiner geworden.” Marco: “De kwaliteit van de vloeibare meststoffen is ook veel hoger: je kunt heel nauwkeurig bemesten en ze zijn zuiver. Er komen geen ballastzouten mee, zoals bij de vaste meststoffen.”
Robert: “Euroliquids wordt gekenmerkt door drie kernwoorden: maatwerk, kwaliteit en flexibiliteit. Veel fabrieken produceren één ding en zijn daar helemaal op ingericht. Wij produceren tientallen producten in kleine batches, waardoor we heel gemakkelijk aanpassingen kunnen doen en over kunnen schakelen op een ander product.” Die flexibiliteit kenmerkt het bedrijf ook als het gaat om de inkomende grondstoffen. “Komt er iets anders binnen, dan we gewend zijn, dan kunnen we meteen omschakelen.” Van den Kieboom verwacht dat dit in de toekomst veel vaker plaats gaat vinden. “De inkomende kant is onzekerder dan ooit. Door de circulaire economie zullen we steeds meer te maken krijgen met reststromen als grondstof. Dat is heel wat minder zuiver dan we gewend zijn en gaat daardoor veel van ons vragen. Maar daar zijn we ook op voorbereid. We hebben hier twee tanks staan, die we eerst gebruikt hebben voor productontwikkeling voor het project Plants for Plants®. Voor productie zijn die tanks te klein, maar ze zijn qua technische uitrusting uitermate geschikt om andersoortige grondstoffen te verwerken.”
Marco: “Steeds vaker krijgen we van klanten de vraag om nieuwe samenstellingen te testen. Een belangrijke ontwikkeling is de toevoeging van organische stoffen, zoals biostimulanten, aan onze chemische meststoffen. Dat is best spannend. We zoeken uit wat de reactie is van zonlicht op het product. En of we kans lopen op schimmelgroei. Het zijn vragen die we eerst beantwoord moeten hebben voordat we een nieuw product vrijgeven.” Lennart: “Ook wordt ons laboratorium steeds vaker ingezet om nieuwe producten te ontwikkelen. Met de ruwvoerspecialisten van Van Iperen hebben we bijvoorbeeld gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuw en veilig product, bestaande uit de sporen kobalt en selenium.” “In een van de opstellingen in het lab van Euroliquids wordt de straling van zonlicht nagebootst met de intensiteit die we vinden in Florida. Een week in dit apparaat staat gelijk aan een maand zonlicht in dat deel van de wereld. Daarmee onderzoeken we wat de zonnestraling doet met onze producten, maar dus ook met de kunststof van de IBC.”
Al deze ontwikkelingen kenmerken de versnelde professionalisering van de onderneming. Robert: “Klanten moeten kunnen rekenen op een product van de hoogste kwaliteit. Dat betekent dat we hier alles heel vaak controleren.” Marco: “Regelmatig leiden we hier groepen akkerbouwers rond. Ze vinden de complexiteit van de productie reuze interessant. De hoeveelheid controles die wij uitvoeren maakt diepe indruk.” Robert: “Niets komt hier binnen of gaat eruit zonder dat het zorgvuldig is geanalyseerd. Als Lennart een product vrijgeeft voor levering, voldoet dat aan onze hoogste standaard. Daar kunnen klanten voor de volle honderd procent op vertrouwen.” “De afgelopen tien jaar is ons bedrijf vier keer zo groot geworden. Het aantal producten dat we leveren is verdubbeld. We hebben meer dan ooit grip op de kwaliteit. Dat is een echte teamprestatie.”