Samen met partner Eric Wagner, bebouwt Elizabeth Soldaat 120 hectare grond in de polder van Stad aan ’t Haringvliet. Traditionele akkerbouwgewassen als aardappelen, uien, tarwe en suikerbieten, worden afgewisseld met graszaad en kapucijners. Daarnaast verhuren ze elk jaar een deel van het areaal voor de bloembollenteelt. Het akkerbouwbedrijf ligt langs het Haringvliet. “We beschikken hier over goede grond en we hebben altijd voldoende zoet water. Dat we hier kunnen beregenen, is echt een groot voordeel.
Peulvruchten zoals erwten en kapucijners zitten al 40 jaar in het bouwplan. Deze gewassen zijn een ideale tussenteelt op dit bedrijf met lichte zavel en wat zwaardere grond. “Het zijn mooie rustgewassen, vooral de kapucijners. De grond wordt er niet intensief door gebruikt en ze staan ook niet lang op het land. Ongeveer negentig tot honderd groeidagen.” Deze peulvruchten worden eind april gezaaid en in de derde of vierde week van juli geoogst. Daarmee is dit vlinderbloemig gewas vroeg van het land, doorwortelt het de bodem en bindt het zijn eigen stikstof uit de lucht.
Voor Elizabeth heeft de teelt van kapucijners nog een bijkomend voordeel: “Het Haringvliet zorgt hier voor een enorme ganzendruk. Die ganzen wil je graag uit je teelt houden. Erwten is qua groei een te open gewas. Kapucijners daarentegen groeien sneller en de planten haken allemaal op elkaar in, waardoor het één grote, dichte massa wordt. Daar kunnen de ganzen niet tussen landen.
De kapucijners worden verbouwd voor Laarakker, specialist in de teelt, verwerker en verkoper van groenten voor de diepvries- en conservenindustrie. Joris van Lierop is hoofd teelt van het Limburgse bedrijf: “Onze afnemers stellen hoge eisen aan onze producten. In totaal wordt er verspreid over Nederland, Duitsland en Frankrijk zo’n 6.500 hectare namens ons verbouwd, zowel conventioneel als biologisch. Een belangrijke afnemer is HAK. De kapucijners die hier in Stad aan ’t Haringvliet worden verbouwd, komen allemaal in die bekende glazen potten terecht.”
Eric: “Voor HAK is het belangrijk dat er bestendig, tegenwoordig duurzaam, wordt geteeld. Alle potten zijn voorzien van het label ‘on the way to PlanetProof’. Wij telen alles onder dat keurmerk.”
Elizabeth: “Je groeit met je bedrijf naar bestendig telen, daar werk je elk jaar weer aan. ‘Wat is voor dit bedrijf belangrijk, wat kunnen we anders en beter?’ Niet omdat het moet, maar omdat we het zelf willen. Eiwitrijke gewassen als kapucijners passen daar perfect in. Vanwege de stikstofbinding, maar ook vanwege het feit dat dit gewas zorgt voor een stabiele biodiversiteit. Het is geweldig om te zien hoeveel vlinders, hommels en heel veel andere insecten door dit gewas worden aangetrokken.”
De teelt van conserven in Zuidwest Nederland is door Laarakker uitbesteed aan Van Iperen. “Jarco van Gurp is onze gewasspecialist als het gaat om die teelten. Hij kent de akkerbouwers en de grond als geen ander. In overleg met de telers weet hij precies wat en waar we het beste kunnen telen.” Jarco: “De samenwerking met Laarakker is goed en bestaat al twintig jaar. Dit jaar verzorgen we circa zes à zevenhonderd hectare conserven. De grond is hier ideaal en het klimaat is gematigd. En dat is belangrijk voor deze teelten.” De boeren die voor Laarakker telen, zijn niet verantwoordelijk voor het zaaien en oogsten. Joris: “Voorheen werd er ook wel door de boeren zelf gezaaid, maar bij deze teelten komt de planning heel erg nauw. Vandaar dat wij zelf de zaaidatum bepalen en het zaaien door hetzelfde loonbedrijf laten doen. Daardoor hebben we de planning in eigen hand. En deze aanpak zorgt voor meer uniformiteit in de opbrengst. De verzorging tijdens het seizoen is wel in handen van de akkerbouwer”.
Ook het oogsten gebeurt door Laarakker zelf. Joris: “Dat gebeurt met een speciale oogstmachine die alleen voor dit soort teelten gebruikt kan worden. Die heb je dus maar drie weken in het jaar nodig. En daar is die machine te duur voor. Vandaar dat wij ook voor andere akkerbouwers oogsten. We beginnen eind maart in het noorden van Spanje en komen, naarmate het seizoen vordert, steeds verder naar het noorden.” Jarco: “De oogst van kapucijners komt heel nauw. Laat je ze te lang afrijpen, dan loop je het risico dat ze keihard worden. En je wilt geen munitie op je bord krijgen.” Elizabeth: “Kapucijners groeien in etages. Aan het eind van het groeiseizoen heeft de plant zeven peuletages. Je wilt dat ook de twee bovenste etages zoveel mogelijk tot wasdom komen. En zeker als die nog niet helemaal rijp zijn, laat je ze het liefst nog een weekje hangen. Maar de oogstdatum bepaald Jarco.”
Om te voorkomen dat de kapucijners te hard worden, worden ze twee weken voor de oogst dagelijks bemonsterd. Jarco: “Zodra kapucijners worden geoogst, moeten ze binnen zes uur verwerkt en in de pot zitten! Zeker als het warm is, bederven ze snel. Dat vraagt dus om veel overleg met Laarakker en een strakke planning. Er moet op tijd geoogst worden en het transport en de verwerking
moeten geregeld zijn. Dat is dus een enorme logistieke operatie.”
Joris: “De teelt van eiwitrijke gewassen is heel duurzaam. En eiwitrijke gewassen passen perfect in het beleid van de overheid als het gaat om de productie van eiwitrijke voeding. Peulvruchten zijn gezond. Bijkomend voordeel van conserven en diepvriesproducten is dat ze voedselverspilling tegengaan. Dat is uit onderzoek gebleken. Mensen halen voor de maaltijd precies genoeg uit de vriezer, de rest blijft bewaard.”
Op de vraag hoe belangrijk het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is bij de keuze voor de teelt van deze gewassen, wordt gemengd gereageerd. Elizabeth: “Natuurlijk is het prettig dat je
hiervoor extra tegemoetkoming ontvangt. Alleen de keuze voor dit gewas moet niet van bovenaf opgelegd worden, die keuze maak je zelf. Waarschijnlijk gaan er nu meer akkerbouwers voor conserven en eiwithoudende gewassen kiezen, met als gevolg dat er weer teveel van wordt geteeld. De overheid gaat ons nu de verkeerde kant op sturen door alles te willen regelen. Als dit het zogenaamde duurzame telen wordt, zal het ons allemaal duur komen te staan. Het gaat om vraag en aanbod.” Joris: “De markt voor biologisch zit vol, omdat het voor veel mensen te duur is. De oogst in Frankrijk en België viel dit jaar door de droogte tegen. Dus dat komt voor Nederland nu goed uit. Maar het moet geen commerciële reden zijn om mee te doen, dat werkt averechts en helpt de markt om zeep.”