Van Iperen is altijd bezig met innoveren om onze telers nu en in de toekomst te voorzien van de beste oplossingen. Het traditionele chemische gewasbeschermingsmiddelenpakket krimpt snel. Daardoor groeit de behoefte aan groene alternatieven, zo ook voor de bestrijding van trips. Samen met groeispecialisten uit de tuinbouw onderzocht Van Iperen in 2025 welke biologische bestrijders kunnen overleven in buitenteelten. Zo ontdekken we welke rol zij kunnen spelen in een geïntegreerde aanpak.
In verschillende uienpercelen monitoren we de tripsdruk aan de hand van de pheropole. Dit is een plakval in de vorm van een paal waarbij feromonen ingezet worden om de trips te lokken. De trips vliegt daar meestal één week eerder tegenaan dan dat deze in het gewas wordt gevonden. Zo is het mogelijk om op tijd te starten met de tripsbestrijding. Voor het uitzetten van biologische bestrijders blijkt die week belangrijk, want uit de glastuinbouw weten we dat een biologische bestrijder bij een hoge tripsdruk te weinig effect heeft. Door de tripsdruk te monitoren kunnen we op tijd en preventief de biologische bestrijders uitzetten.
We testen verschillende manieren om biologische bestrijders in te zetten tegen trips. Niet alles werkt even goed en het is veel onderzoeken en proberen, maar er zijn insecten die in buitenteelten kunnen overleven. We testen een breed scala aan biologische bestrijders waaronder mijten, kevers en wantsen.
In de glastuinbouw wordt gebruik gemaakt van kweekemmers met daarin een broed van loopkevers. Deze emmers met loopkevers staan in de kas altijd in de schaduw, omdat de kevers de hoge temperaturen anders niet overleven. In de buitenteelt is dit een uitdaging, omdat we in een perceel niet altijd gemakkelijk schaduw kunnen creëren. In deze proef onderzochten we of zij ook midden in het perceel kunnen overleven. De temperatuur in de emmers is gemeten met een temperatuursensor. De kevers bleken de temperatuurschommelingen in 2025 goed aan te kunnen. Daarom onderzoeken we volgend seizoen wat hun bijdrage kan zijn aan de bestrijding van trips in zaaiuien.
Samen met biologische gewasbeschermingsfabrikant Koppert onderzochten we drie jaar lang of de Orius‑roofwants in combinatie met een bankerplant iets kan toevoegen aan de bestrijding van trips in uien. Met dit systeem heeft Koppert al veel succes geboekt in andere teelten zoals prei. Een bankerplant voorziet roofwantsen van voedsel wanneer er nog geen prooi in het gewas zit en bouwt Orius een populatie op voor een continue bestrijding gedurende het seizoen. In de praktijk blijven de roofwantsen in de bankerplant Lobularia, maar zagen wij geen Orius terug in de uien wanneer de tripsdruk daar toeneemt. Daaruit blijkt dat deze toepassing minder succesvol is voor in de uien.
Vorig seizoen maakten we al een video over het uitzetten van roofmijten in uien. Uit onderzoek blijkt dat de roofmijten ongeveer een week in leven blijven in onze buitenteelten. De overlevingskans van roofmijten is zeer afhankelijk van een constante luchtvochtigheid. De luchtvochtigheid in de uien is hoog genoeg voor deze biologische bestrijders, maar binnen 24 uur schommelt deze enorm, waardoor ze niet lang kunnen overleven. Door hun korte levensduur passen zij vooral in een strategie waarin chemische en biologische middelen worden gecombineerd. Deze strategie wordt in dit seizoen verder getest.
De Orius‑roofwants is ook ingezet in sluitkool tegen de trips. De tripsen kruipen graag tussen de gevouwen bladeren en zijn daardoor moeilijk te bereiken voor de roofwantsen. De roofwantsen zijn namelijk te groot en komen niet tussen de koolbladeren. Daarom testten we ook roofmijten, kleinere insecten die wel tussen de bladeren passen.
Op de afbeeldingen zijn twee soorten linten met daarin kweekzakjes van de roofmijten te zien. De meest gangbare linten bleken nat te worden en als gevolg daarvan te gaan schimmelen. Daardoor werken zij niet goed. De linten met zakjes drogen wel en functioneren daardoor beter. Aankomend seizoen testen we een nieuwe methode om de mijten uit te zetten en gaan we aan de slag met gaasvliegen.
Door het doen van deze proeven combineren we de successen uit de glastuinbouw met de innovatie en uitdagingen uit de akkerbouw. Biologische gewasbescherming is een puzzelstukje in de grote ICM-puzzel: een geïntegreerde aanpak.
Daarom gaan we komend seizoen en in de toekomst verder met verschillende proeven en blijven we als Van Iperen op zoek naar nieuwe en groenere oplossingen. We onderzoeken bijvoorbeeld de frequentie en de manier van uitzetten en de rol van de biologische bestrijders in de geïntegreerde aanpak met verschillende gewasbeschermingsmiddelen. Een voorbeeld is de proef met de roofmijten waarin we afgelopen jaar ontdekten dat het op kleine schaal werkt, maar waarvan wij komend jaar gaan uittesten of dit kan met een verblazer uit de tuinbouw achterop een trekker. Zo ontdekken we of toepassingen die nu nog niet rijp zijn voor de praktijk in de toekomst wel een rol kunnen spelen.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit bericht mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.