Valse meeldauw (Peronospora destructor) blijft een van de lastigste ziekten in de uienteelt. Tegelijkertijd wordt het middelenpakket kleiner en neemt de ziektedruk toe omdat het areaal zaaiuien landelijk toeneemt en door de teelt van winterplantuien er bijna jaarrond uien worden geteeld. Om onze klanten van advies te kunnen voorzien, doen wij als Van Iperen al voor het 3e jaar praktijkgericht onderzoek naar effectieve strategieën tegen deze ziekte.
Bij Exploras in Etten-Leur worden verschillende schema’s met chemische middelen, groene middelen en hulpstoffen met elkaar vergeleken. Daarbij wordt ook gekeken hoe telers bespuitingen beter kunnen timen met behulp van een Beslissing Ondersteunend Systeem (B.O.S.).
Het doel van de proef is tweeledig. Enerzijds willen we kennis opdoen om telers het volgende seizoen zo goed mogelijk te kunnen adviseren. Tegelijkertijd wordt er verder gekeken dan alleen het komende jaar. Daarom krijgen fabrikanten in de proef de mogelijkheid om nieuwe middelen en toepassingen te testen. Daarnaast doet ons eigen praktijkgericht onderzoeksteam ervaring op met groene middelen, biostimulanten en meststoffen. Volgens productmanager gewasbescherming Koos Arens heeft de proef daardoor een bredere functie.
Koos Arens: “Deze proef is eigenlijk een groot kennisplatform”
Praktijkonderzoeker Rick den Dekker vult aan dat de resultaten direct hun weg vinden naar de praktijk. “Onze eigen collega’s maar ook collega’s van handelsrelaties krijgen de mogelijkheid om de proeven te komen bekijken en vergelijken. In het proefveld hebben adviseurs, onderzoekers en fabrikanten discussies over de verschillende strategieën/objecten. Naast dat je ziet wat goed werkt, kom je ook strategieën tegen die totaal niet werken. Deze kennis kunnen ze gebruiken in hun advisering. Onze productmanagers verwerken de uitkomsten ook in de schema’s die we als Van Iperen aan het begin van het seizoen maken. Daarnaast delen we de kennis met telers tijdens onze bijeenkomsten, zoals akkerbouwavonden.”
Met het huidige middelenpakket is het lastig om een sluitend schema te hanteren. Je wilt binnen de FRAC-richtlijnen blijven met je middelengebruik. In de proeven van 2025 bleek dat groene middelen een duidelijke rol kunnen spelen binnen bestaande schema’s tegen valse meeldauw. Middelen zoals Hamerol en Frutogard, zogenoemde elicitors die het afweermechanisme in de plant aanzetten, lieten zien dat ze het bestaande schema kunnen versterken. Frutogard is nog niet toegelaten maar we zien de toelating tegemoet.
Om het krappe middelen pakket zo goed mogelijk in te zetten, zijn hulpstoffen essentieel. De keuze hierin is reuze, daarom worden deze ook vergeleken in de proef. We zien dat het toevoegen van de juiste hulpstof de effectiviteit van je bestrijding vergroot.
Volgens Koos wordt een goede timing van bespuitingen steeds belangrijker. Dat heeft vooral te maken met het krimpende middelenpakket. “Op dit moment hebben we nog ongeveer acht effectieve bespuitingen tegen valse meeldauw”, zegt hij. “In een seizoen met veel infectiemomenten kan dat krap worden en je wilt ook niet onnodig gaan spuiten, wanneer je geen druk hebt.’’ Juist daarom kan een BOS-systeem helpen bij het bepalen van het juiste spuitmoment. Inmiddels maken steeds meer van de uientelers al gebruik van zo’n systeem.
Koos: “Het is lastig om het juiste moment van de eerste bespuiting te bepalen. Het gewas is vaak nog klein. Maar als de infectiemomenten er zijn is het van belang om deze toch uit te voeren. Door de incubatietijd van twee tot drie weken is juist die eerste bespuiting belangrijk. Het middelenpakket bestaat volledig uit preventieve middelen. Je kunt valse meeldauw niet meer effectief bestrijden als de aantasting eenmaal zichtbaar is.” Daarbij speelt ook mee dat de ziektedruk regionaal sterk kan verschillen. “Dat is voor telers en adviseurs nauwelijks bij te houden zonder hulpmiddelen.” Het gebruik van een B.O.S.-systeem kan zowel teler als adviseur ondersteunen om het juiste moment te bepalen.
Om het gebruik van een Beslissing Ondersteunend Systeem (B.O.S.) te stimuleren heeft van Iperen een koppeling gemaakt tussen Mijn Groei en Agrovison. B.O.S.-systeem van Agrovision wordt gevoed door de groeilijn uit Mijn Groei waardoor het B.O.S.-systeem verfijnder werkt en beter kan voorspellen wat de infectiekansen zijn. Bovendien ziet u als teler in de app Mijn Groei op uw smartphone adviezen en spuitschema’s en wordt u gewaarschuwd wanneer een bespuiting nodig is.
Mijn Groei is een teeltdashboard dat u ondersteunt bij het maken van teeltbeslissingen. Het programma combineert data uit verschillende bronnen, denk aan een groeimodel per gewas, de nutriëntenvoorraad in de bodem, de weersvoorspelling en de toegepaste gewasbescherming. Door deze gegevens samen te voegen kan het een accurate voorspelling maken van de gewasgroei en – behoeftes.
Digitaal adviesprogramma
Inzicht in de groei van het gewas
Inzicht in beschikbare nutriënten en vocht van het gewas
Anticiperen op de behoefte van de plant
Ook in 2026 wordt de proef bij Exploras voortgezet. Daarbij ligt de nadruk op het verder verfijnen van het gebruik van BOS-systemen en het testen van nieuwe hulpstoffen. We kijken naar de middelen waarvan we verwachten dat ze in de toekomst nog zijn toegelaten en testen daarmee of de valse meeldauw bestrijding nog onder controle is. Wanneer dat niet het geval is onderzoeken we wat we dan kunnen doen om toch uien te blijven telen. Welke ICM-maatregelen zijn dan belangrijk. Samen met fabrikanten wordt ervaring opgedaan naar de mogelijke rol als aanvulling.
Met het praktijkonderzoek wil Van Iperen telers niet alleen nu, maar ook in de toekomst ondersteunen bij het beheersen van valse meeldauw in uien.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit bericht mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.