Al zijn hele leven zit Marcel van Hal uit Zuid-Beijerland in de eerstejaars plantuien. “Ik ben in 1994 in het bedrijf gekomen, ik weet niet anders.” AGPRO ONIONS teelt, verwerkt, koopt en verkoopt al vijftig jaar plantuien. Inmiddels is ook zijn dochter in het bedrijf gekomen, is het areaal gegroeid tot zo’n 200 hectare en werken ze veel meer digitaal dan voorheen. Met spotspray als laatste ontwikkeling.
Marcel: “Vorig jaar viel het niet mee om voldoende land te huren. Tarwe, erwten en bonen waren populair. Erg kritisch konden we dus niet zijn. Dat wordt met de huidige prijzen komend jaar wel weer anders.” Omdat Van Hal uitsluitend eerstejaars plantuien teelt, huurt hij de grond bij akkerbouwers in de wijde omgeving. “Belangrijk is hoe het land is achtergelaten en welke teelt er aan vooraf is gegaan. Het land wordt eerst gekeurd door NAK-tuinbouw. Je moet een vrijverklaring hebben van witrot en stengelaaltjes alvorens je mag gaan telen. Wat wij hier telen is uitgangsmateriaal. Daar wordt door onze afnemers het volgende jaar mee geteeld. Dat moet dus van hoge kwaliteit zijn en zonder ziekten.” Afnemers kiezen voor de plantui om al eerder in het seizoen consumptie-uien te kunnen leveren. De lengte van het groeiseizoen is beduidend korter dan dat van de zaaiuien.
Het grootste deel van het werk in de teelt wordt gedaan door loonbedrijven. “De percelen die we huren, liggen te veel verspreid om alles zelf te kunnen doen. Daar komt bij dat we de mechanisatie maar heel kort nodig hebben. Het is dus niet rendabel om alles in eigen beheer te hebben. We zaaien in april en oogsten in augustus. Het gaat dus maar om een hele korte teeltperiode. De rest van het jaar zijn we druk met de verwerking en de huur van land voor het volgend seizoen.” De belangrijkste uitdaging van dit moment is het weer. “Dat is steeds grilliger geworden. Vooral langdurige droogte maakt de teelt er niet gemakkelijker op. Daarnaast hebben we te maken met aardappelopslag. Dat gaat over de knolletjes die na de aardappelteelt in het land achterblijven. Die komen weer op tussen de uien en vormen een risico bij de verspreiding
van ziekten en zorgen voor vervuiling van het uitgangsmateriaal. De aanwezigheid van aardappelopslag is trouwens ook een onderdeel van de gewaskeuring door NAK-tuinbouw. Vinden ze daar in het land te veel van, dan volgt een mogelijke afkeuring.”
Om aardappelopslag tijdens de teelt te bestrijden, moet de teler door elk perceel en iedere plant met een bestrijdingsmiddel aanstippen. Daar zijn flink wat mensen voor nodig, en dat is heel kostbaar. “Het moet ook heel nauwkeurig gebeuren, en dat doet niet iedereen. Vroeger deed ik het samen met mijn vader. Dag in dag uit liepen we door onze percelen heen. Daar moet ik nu niet meer aan denken. Daar hebben we het veel te druk voor. Volvelds bestrijden is ook geen optie, omdat je daarmee de groei van je gewas keer op keer stilzet. In een droog jaar als dit moet je dat al helemaal niet doen. Dat zorgt voor veel kwaliteitsverlies en een flink lagere opbrengst.”
Anthon Slootweg, technisch specialist bij Van Iperen: “Drie jaar geleden zijn we op verzoek van Marcel naar alternatieve oplossingen gaan zoeken. Zo zijn we begonnen met het maken van taakkaarten op basis van dronebeelden. Ook heeft Van Hal een eigen spuitmachine aangeschaft waarmee we kunnen experimenteren. Door met een kleine spuitboom van drie bedden breed te werken, konden we gerichter spuiten. Het tweede jaar is de spuitboom voorzien van pulsdoppen, waardoor nog nauwkeuriger kon worden gespoten. Dit jaar maken we gebruik van camera’s op de spuitboom die onkruiden herkennen. Het gaat nu in eerste instantie om aardappelopslag, maar op termijn moet de software met meer onkruidmodellen geladen worden.” Marcel: “Nu wordt er per dop alleen daar gespoten waar de camera het onkruid ziet staan. Dat is natuurlijk een geweldige vooruitgang. De bestrijding gebeurt nu echt plaatsspecifiek.”
Marcel: “Ik ben erg enthousiast over het systeem. Dit is voor deze teelt echt een hele goede oplossing. Ik vind het belangrijk dat we in kennis en techniek voorop blijven lopen. Doe je dat niet, dan sta je meteen met drie-nul achter ten opzichte van de concurrentie. Deze techniek is beter, makkelijker en efficiënter dan alle andere bestaande oplossingen. Ik wil dan ook graag dat we meer onkruiden in het systeem krijgen. Op dit moment hebben we veel last van klein kruiskruid. Dat is wellicht het volgende onkruidmodel dat we gaan integreren.” Anthon: “Er zijn inmiddels wel meer systemen op de markt, maar veel daarvan gaan uit van rijtjes teelt. Dan werkt het systeem precies andersom. Je laadt bijvoorbeeld heel veel foto’s in van een ui in de verschillende groeistadia. Zodra het programma dat gewas voldoende herkent, wordt alles wat geen ui is bespoten. Maar dat kan niet in een volvelds teelt als de eerstejaars plantui.”
“Dit systeem hebben we samen ontwikkeld met onze digitaliseringspartner in de precisielandbouw. Het model aardappelopslag in eerstejaars plantuien is nu operationeel. Ondertussen werken we aan verdere selectie van onkruiden in specifieke gewassen. De combinatie teelt en onkruid zijn belangrijk voor de herkenning van specifieke onkruiden. Het herkennen van de aardappel in uien geeft niet automatisch herkenning van een aardappel in de suikerbieten. Het herkennen van specifieke onkruiden is een intensiever traject dan het herkennen van alleen het gewas. Maar het heeft meerdere voordelen in de bestrijding omdat de onkruiden specifiek kunnen worden aangepakt.”
Een belangrijk voordeel van spotspray is de middelenreductie. Marcel: “Afhankelijk van de hoeveelheid onkruid heb je al snel een reductie van 75 tot 90 procent! Dat betekent dat je niet vaak hoeft te tanken. En dat scheelt veel tijd. Je kunt ook met lichtere mechanisatie het land op waardoor je minder last hebt van bodemverdichting. Ik heb achter de spuitmachine ook nog een krabber hangen, waardoor je niet eens ziet waar ik heb gereden.” Anthon: “Je gaat heel zuinig om met de middelen. We hopen dat dit er wellicht voor gaat zorgen dat we die middelen, mits op deze wijze ingezet, toch mogen blijven gebruiken door bijvoorbeeld een specificatie op het etiket.”
De teelt van plantuien is niet groot en vindt vooral in Nederland en Frankrijk plaats. Bij elkaar gaat het om zo’n 2000 hectare. Anthon: “Het is dus niet verbazend dat de grote ondernemingen niet veel energie steken in het ontwikkelen van geavanceerde systemen voor dergelijke kleine teelten. Daarin onderscheiden wij ons nadrukkelijk. Als het gaat om precisielandbouw, waar deze vorm van spotspray een onderdeel van is, zoeken we altijd naar praktische oplossingen die in principe voor elke akkerbouwer bereikbaar en toegankelijk zijn. Natuurlijk wordt Van Iperen geen mechanisatiedealer, maar we kunnen ons ook niet beperken tot het leveren van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. Advies en het delen van onze kennis zijn steeds belangrijker aan het worden. Het gaat meer om systeemdenken. Daarbij kijken we per teelt wat de uitdagingen zijn en welke praktische en haalbare oplossingen wij daarvoor kunnen bedenken. Spotspray in de eerstejaars plantuien is daar een prachtig voorbeeld van.”