Akkerbouw op de punt van Goeree
Op het zuidwestelijke puntje van Goeree, net buiten Ouddorp, ligt het akkerbouwbedrijf van de familie De Jong. Het is een streek waar het landschap nog herinnert aan vroegere tijden: kleine percelen, omzoomd door middeleeuwse zandwallen, vormen een lappendeken van vruchtbare grond. Juist hier, tussen traditie en vooruitgang, bouwen Jan en Nelly, Sjoerd en binnenkort ook Jochem de Jong aan een bedrijf dat niet alleen levensvatbaar is, maar ook perspectief biedt voor een volgende generatie. Hun aanpak is nuchter en doordacht.
Wie Ouddorp kent, weet dat het landschap hier uniek is. In het binnengebied liggen kleine akkers, van elkaar gescheiden door verhoogde zandwallen van enkele meters hoog: de zogenoemde schurvelingen. Waar de naam vandaan komt is onbekend. In ieder geval gaan deze natuurlijke windkeringen terug tot de middeleeuwse ontginning van het binnenduinlandschap van Goeree. Boeren groeven toen het zand af om dichter bij het grondwater te komen en vormden met het vrijgekomen zand verhoogde wallen rond hun percelen. In het Ouddorps ook wel hoagten genoemd. Zo ontstonden karakteristieke akkers, vaak slechts 0,3 tot 1,5 hectare groot, die door hun ligging uit de wind en dichter bij het grondwater al vroeg in het seizoen bewerkt kunnen worden.
De familie De Jong beschikt over meerdere van zulke percelen en weet daar goed gebruik van te maken. “Op deze vroege gronden zijn we vaak twee tot drie weken eerder dan de rest van het eiland,” vertelt Jan. “Dat maakt veel verschil in prijs, afzet en flexibiliteit.” Die voorsprong is vooral belangrijk bij de teelt van sjalotten en vroege aardappelen.
Het bouwplan van het bedrijf is breed: aardappelen, uien, sjalotten, suikerbieten, tarwe en Nieuw-Zeelands spinaziezaad wisselen elkaar af. Daarnaast zijn er gladiolen voor de bloemen, kalebassen en sierfruit. Die brede rotatie is niet alleen goed voor de bodem, maar ook voor de risicospreiding. “We zetten in op diversiteit, zodat we altijd ergens op kunnen terugvallen,” aldus Jan.
“Meer massa verwerken in minder tijd, dat is het uitgangspunt”
Sinds januari 2025 is Sjoerd officieel toegetreden tot de maatschap. Zijn ouders blijven voorlopig actief op het bedrijf, terwijl jongere broer Jochem, nu nog stagiair bij een collega in Nieuwe-Tonge, zich klaarmaakt om binnen afzienbare tijd ook toe te treden. “Je weet dat je er dan ook bedrijfseconomisch op vooruit moet,” aldus Jan. “Drie inkomens uit één bedrijf, dan moet je keuzes maken.”
Die keuzes zijn niet vrijblijvend. De afgelopen jaren is het bedrijf al met 15 tot 20 procent in omvang gegroeid. Met de toetreding van Jochem in zicht, is uitbreiding opnieuw onderwerp van gesprek. “Dat hoeft niet per se in hectares,” benadrukt Sjoerd. “We kijken vooral naar efficiëntie, toegevoegde waarde en het slimmer inzetten van arbeid en machines.”
Een belangrijk onderdeel van de strategie is de teelt van sierfruit. Dat is een arbeidsintensieve tak van sport. Juist daarom is het voor de familie De Jong een strategisch groeigebied. “We willen daarin verder groeien, maar dan wel door slimmer te werken,” zegt Sjoerd. “We richten ons op efficiëntie, zodat we grotere orders aankunnen met minder arbeidsinzet. Meer massa verwerken in minder tijd, dat is het uitgangspunt.”
Waar het ooit begon als neventeelten, is het inmiddels uitgegroeid tot de hoofdtak. Het grootste deel van de productie komt van eigen percelen in Nederland. “Hier telen we het merendeel van de ongeveer 2,5 miljoen stuks die we in twee weken moeten verwerken,” vertelt Sjoerd. “Dat vraagt om precisie én snelheid.” Daarnaast betrekken ze sierfruit van een teler in Hongarije, goed voor 25 tot 30 hectare. Die samenwerking biedt niet alleen meer spreiding, maar vooral ook schaalvoordelen. “De arbeidskosten zijn daar veel lager,” legt Jan uit. “Daardoor houden we ruimte over om hier te investeren in mechanisatie.”
Het verwerkingsproces hebben ze samen met constructiebedrijf Hegro een oogstmachine ontwikkeld. “Die bestond al voor eetbare pompoenen, maar wij hebben hem volledig aan laten passen aan onze teelt. Soms staan er wel zes verschillende pompoensoorten op één perceel. Dat vraagt om maatwerk.”
Mechanisatie beperkt zich niet tot het veld. Ook in de loods wordt geoptimaliseerd. Een nieuwe inpakmachine maakt het mogelijk om flexibel te verpakken in netjes, doosjes of retailverpakkingen. “Dat is nodig om grote orders goed te kunnen bedienen,” legt Sjoerd uit. “We lopen vorig jaar al tegen de grenzen van onze capaciteit aan.” Voor de komende jaren staan nog meer investeringen op stapel: een sorteermachine achter de waslijn, uitbreiding van de opslagcapaciteit en een nieuwe schuur met een logische werklijn.
“Alles moet efficiënter en overzichtelijker. Dan kun je ook het werk voor een volgende generatie makkelijker maken.”
Naast akkerbouw en sierfruit runt de familie een camping met 45 staanplaatsen, die onlangs in omvang is verdubbeld. De camping zorgt voor extra inkomsten, maar is niet de enige manier waarop de familie inzet op continuïteit. Een bijzonder aspect van hun personeelsbeleid is de samenwerking met een lokaal bouwbedrijf. In de wintermaanden werken hun vaste krachten daar, waardoor ze jaarrond inzetbaar blijven. “Voor die aannemer is dat ideaal,” vertelt Jan. “Hij weet wat voor mensen hij in huis haalt en onze medewerkers vinden het afwisselend. Het zorgt ervoor dat ze kunnen behouden, zonder kosten in de winter. Geen verloop, geen onzekerheid.”
“Groei moet nooit ten koste gaan van vakmanschap”
Sjoerd werkt daarnaast als uiencommissionair. “Ik zie wat er speelt in de markt en neem die inzichten mee naar huis. Dat helpt ons vooruit.” Die extra rol zorgt ook voor nieuwe handelskanalen en contacten. “We zoeken bijvoorbeeld partijen die niet perfect zijn, maar waarvan we met sortering nog een mooie partij kunnen maken. Dat soort creativiteit hoort bij deze tijd.”
Groei betekent niet automatisch vooruitgang, benadrukt adviseur Thomas Brijs. “De knelpunten van groei liggen vaak op het moment van uitvoering,” zegt hij. “Hoe groter een bedrijf wordt, hoe makkelijker er soms omgaan wordt met het kiezen van het juiste moment. Dan laat je dingen liggen en dat zie je terug in het rendement. Groei moet nooit ten koste gaan van vakmanschap.” Dat risico ziet hij bij De Jong niet. “Wat ze doen, doen ze goed. Daar is geen discussie over.” Ook Jan deelt die visie. “Groter is niet per se beter. Als je kleinschaliger blijft, kun je meer aandacht besteden aan je teelt. Dan kun je ook toegevoegde waarde leveren.”
De grondhonger op Goeree is groot. Bedrijven die blijven, willen allemaal uitbreiden. Dat maakt de markt krap en de grond duur. “Als er iets vrijkomt, proberen we erbij te komen. Maar je moet ook durven investeren in wat je al hebt,” zegt Sjoerd.
Adviseur Thomas Brijs van Van Iperen begeleidt het bedrijf op het gebied van gewasbescherming, bemesting en bouwplan. “De keuze om te groeien ligt bij de ondernemer, maar wij denken mee over risico’s, vruchtwisselingen en rendementsverwachting. Bij de familie De Jong merk je dat elke stap doordacht is.”
“Je moest durven investeren in wat je al hebt”
De drang om het anders te doen ontstond al vroeg. “Ik heb stage gelopen in de Noordoostpolder,” vertelt Sjoerd. “Bij een echte ondernemer, een sjalottenteler die besloot om uien op ruggen te telen. Hij had ondervonden wat wel en niet werkte, en die kennis heb ik mee naar huis genomen.” Toen die ondernemer met zijn bedrijf stopte, kreeg Sjoerd de kans om de speciale machine voor het frezen van de bedden over te nemen. “Op Goeree waren we de eersten die op ruggen teelden. Inmiddels weten we wat het ons oplevert: meer zekerheid, vooral in natte jaren.”
Met de komst van een nieuwe sorteermachine en plannen voor een moderne schuur wordt het bedrijf verder geoptimaliseerd. “De nieuwe schuur moet zorgen voor een logische lijn in de verwerking: van vuil product, via wassen en sorteren naar verpakken. Dat verhoogt niet alleen de capaciteit, maar ook de kwaliteit en de arbeidsveiligheid,” aldus Sjoerd.
De familie denkt ook aan alternatieve strategieën. “We willen sierfruit als teelt behouden, maar ook breder blijven denken. Dat kan met neventakken zoals de camping, of met andere nichegewassen.” Het doel blijft helder: een toekomstbestendig bedrijf waarin ruimte is voor meerdere inkomens, zonder concessies te doen aan kwaliteit of werkplezier.
Over Thomas Brijs
Thomas Brijs is teeltadviseur bij Van Iperen en sinds 2024 actief in de regio Goeree-Overflakkee. Zijn wortels liggen niet op een agrarisch bedrijf, maar zijn passie voor de landbouw ontstond al vroeg. Na zijn studie Akkerbouw en Agrarisch Ondernemerschap begon hij zijn loopbaan bij een groot akkerbouwbedrijf, waar hij onder meer verantwoordelijk was voor gewasbescherming en certificering. Die praktijkervaring neemt hij dagelijks van pas in zijn advieswerk. Thomas denkt graag mee met ondernemers over bemesting, bouwplan en teeltstrategieën. “Het mooiste is als je samen stappen kunt zetten. Niet alleen omdat het moet, maar omdat het ook rendeert.” Binnen Van Iperen werkt hij nauw samen met specialisten op verschillende vakgebieden. “Je hoeft het niet alleen te doen. De kracht zit in de combinatie van kennis, ervaring en vertrouwen.”