De vrijheid van het boerenleven is fantastisch

Afbeelding De vrijheid van het boerenleven is fantastisch

Maatschap R.J.M. & J.A.L. van Vugt
Klant sinds: 1962
Goudswaard

In 1962 komt Jan van Vugt sr. van Flakkee naar de Hoeksche Waard. Hij komt terecht op een boerderij aan de Oudendijk in Goudswaard. Die was van het St. Laurens Instituut, een pachtbedrijf dat om en om een katholieke en protestante boer op de boerderij wilde. Er was een katholieke boer aan de beurt en dankzij een brief aan de rentmeester mag Jan komen. In oktober 1962 komt Jan Bakker van Van Iperen op de fiets naar de boerderij om kennis te maken. Decennia later werken Van Vugt en Van Iperen nog steeds samen.

Tot juli 1963 is Jan sr. alleen in Goudswaard. “Toen ben ik getrouwd met Corrie en kwam zij vanuit Roosendaal ook naar deze locatie.” Van de vier zonen die het echtpaar krijgt, zitten er anno 2021 twee in het bedrijf: Jan jr. en Roger. Zoon Pieter werkt elders in de bonen. De andere zoon, Ton, heeft een aantal jaren bloemkool en spitskool geteeld, maar is gestopt toen de veilingklok weg ging, hij is nu zzp-er. “We hebben een akkerbouwbedrijf en telen aardappelen, bieten, granen, sperziebonen, uien en graszaad. Als je van Flakkee komt, moet je wel uien telen. Toen ik hier kwam, was er in de buurt maar één andere uienteler.”

 

 

 

Afbeelding De vrijheid van het boerenleven is fantastisch

Stoute schoenen

Jan sr. herinnert zich de rijenspuit waarmee hij vroeger zes rijen bieten tegelijk kon spuiten. “Het leverde een prima onkruidbestrijding op met minder middelen. ‘Je ziet dat die bieten van Van Vugt zijn’, zei iedereen”, vertelt hij. “De uien spoten we met zwavelzuur 98 procent. Dat was gevaarlijk spul en het gebruik ervan is nu ondenkbaar. Je moest een speciaal pak aan en heel voorzichtig zijn. Als het spetterde, kon je een oog verliezen. En je had een koperen spuit nodig, maar de uien konden er onder afgeharde omstandigheden tegen en het onkruid verdween.” Van Vugt teelt ook aardappelen en neemt uiteindelijk vier medewerkers aan om ze te rapen met een zakkenrooier. “Ze losten de aardappelen in de schuur waar we er poeder op deden tegenkiemen.” In 1974 wil Jan sr. een koelhuis bouwen. “Dat kon niet omdat de grond nog niet mijn eigendom was. De overeenkomst voor de ruilverkaveling was nog niet gepasseerd bij de notaris. De eigenaar moest nog tekenen, maar die zat in Frankrijk. Ik heb toen de stoute schoenen aangetrokken en ben met de papieren van de notaris naar Frankrijk gegaan zodat de eigenaar ze kon ondertekenen. En dat deed hij.” Iedereen verklaarde de akkerbouwer voor gek als hij vervolgens een modern koelhuis wil bouwen van 35 bij 15 meter. “Alles moest er in kunnen: uien, aardappelen, een garage en eventueel een winkel. De eerste aardappelen kwamen achter in de cel en gingen als eerste weg. Dat systeem gebruiken we nog steeds. De bouw van het koelhuis duurde wel een paar jaar, maar we waren heel lang blij met het resultaat.”

Afbeelding De vrijheid van het boerenleven is fantastisch

Paplepel

Als Roger ongeveer 19 is en van de landbouwschool komt, start hij in het bedrijf van zijn vader. “De akkerbouw zit bij mij gewoon in de genen. Dat geldt ook voor mijn zoon. Hij is elf en weet al zeker dat hij boer wordt. Hij helpt nu met kisten vullen en rijdt op de heftruck. Hij herkent exact verschillende kippers en zijn speelgoed bestaat vooral uit trekkers.” Rond zijn 32e neemt Roger met Anne-Mieke het bedrijf over van zijn schoonouders, Henk en Jenny Boer. “Mijn schoonvader ging afbouwen en we werkten sowieso al met materiaal van Van Vugt op het bedrijf. Mijn broer Jan nam het ouderlijk bedrijf over. Uiteindelijk voegden we de bedrijven samen tot één bedrijf. Oorspronkelijk waren het allebei pachtbedrijven, maar in de loop der jaren hebben we land gekocht.” De vrijheid van het boerenleven en dat je alles zelf kunt bepalen, vindt Roger fantastisch. “Het is mooi werk, maar ook moeilijk. Er is een overvloed aan regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen en je moet alles kunnen verantwoorden. Dat is soms frustrerend, omdat de voorschriften steeds veranderen. Dat kost veel tijd en energie. Gelukkig voert het genieten nog steeds de boventoon.” Zijn broer Jan jr. heeft in eerste instantie geen interesse in het boerenbedrijf. “Ik had een technische opleiding, maar ging daarna toch naar de landbouwschool. Daar werd ik weggestuurd. De school had op het stageadres gevraagd hoe het met mij ging en daar kenden ze mij niet. Mijn vader zei: ‘Als je niet wil leren, ga je maar spruiten plukken.’ Zo is gaandeweg de passie voor het vak bij mij ontstaan en ben ik uiteindelijk toch in het bedrijf gekomen. Mijn zoon lijkt nog geen interesse te hebben in het bedrijf, maar wie weet komt dat nog.” Ook bij Corrie is het boerenleven er met de paplepel ingegoten. “Mijn ouders hadden een gemengd bedrijf en ik ging toen ik in Goudswaard gevestigd was vaak bij
Van Iperen middelen afhalen.”

Gewassen met mogelijkheden

Vanaf het kennismakingsgesprek met Jan Bakker in 1962 is familie Van Vugt klant bij Van Iperen. De relatie is altijd goed geweest. Jan sr.: “Hermen Molendijk kwam hier eerst, daarna Piet Bakker en Dirk Bakker en toen bijna 25 jaar Johan Aarnoudse. De eerste drie werden allemaal directeur, die hebben een deel van hun opleiding hier gehad.” Roger: “Ik kan lezen en schrijven met Van Iperen. Het is fijn dat er altijd een goede klik en een langdurige relatie is met de adviseurs. Van Iperen loopt met veel dingen voor de muziek uit. Ze onderzoeken veel en ontwikkelen nieuwe dingen op het gebied van precisielandbouw en vloeibare meststoffen.” Jan jr.: “De contacten die ik heb met Van Iperen verlopen goed, maar Roger houdt zich het meest bezig met de teelttechnische zaken. Ik neem vooral de technische kant voor mijn rekening.” Voor de toekomst vindt Roger de kosten van meststoffen en middelen belangrijk. “De goedkopere middelen verdwijnen. Groene middelen zijn relatief duurder in gebruik en we moeten ze vaker inzetten. De kostprijs per kilo geteeld product gaat voor ons dus flink omhoog.” Dat de samenleving boeren als vervuilers ziet, vindt Jan jr. moeilijk. “We zijn dagelijks bezig met eten voor iedereen”, zegt hij. Jan sr. is van mening dat akkerbouwers in de toekomst verder moeten kijken dan gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen. “We moeten ons meer verdiepen in andere gewassen met mogelijkheden, zoals quinoa, eiwitrijke gewassen en hennep. Ik ben biologisch begonnen omdat er vroeger bijna geen gewasbeschermingsmiddelen waren. Ik vrees dat het die kant weer op gaat en dat wordt voor mijn jongens een enorme uitdaging.”

Kennis & Nieuws

Gerelateerde berichten

Afbeelding Ondergronds water én mest geven biedt perspectief
Technische achtergrond Fertigatie

Ondergronds water én mest geven biedt perspectief

Droge zomers, strengere milieuregels, hoge voerprijzen en een groeiende behoefte aan zekerheid over ruwvoer van eigen land. Het zijn uitdagingen waar melkveehouders steeds vaker mee te maken krijgen. Tegelijkertijd liggen er kansen in technieken die in andere sectoren al langer hun waarde hebben bewezen. Eén daarvan is fertigatie: het ondergronds en gelijktijdig toedienen van water en nutriënten. 

Afbeelding Sporenelementen inzetten in de eiwitproductieperiode
Technische achtergrond Bemesting

Sporenelementen inzetten in de eiwitproductieperiode

In de eiwitproductieperiode hebben we nog minimale hoeveelheden stikstof over. Daarom maken we in dit periode veel gebruik van sporenelementen om het gras toch de voedingsstoffen mee te geven die het nodig heeft. Deze sporenelementen dienen we toe met bladmeststoffen. Het voordeel hiervan is dat het een snelle werking heeft, de voedingsstoffen kunnen snel worden opgenomen door het gras. Daarnaast is het erg goed te combineren met is met Powerbasic Bravo, waarmee we de laatste stikstof toedienen aan het gras.

Afbeelding Kali-, calcium- en magnesiumvoeding van uw kalibehoeftige gewassen
Technische achtergrond Bemesting

Kali-, calcium- en magnesiumvoeding van uw kalibehoeftige gewassen

Wanneer en welke kalimeststof strooien? “Vroeg” over de vorst strooien: Voor een vroege kalibemesting kunt u meestal gebruik maken van chloorhoudende kali.