Onderstaand artikel is verschenen op de website van Nieuwe Oogst. Redacteur Job Hiddink liep in februari een dag mee met onze fruitteeltadviseur Tonnie van Kessel.
Het werk van een teeltadviseur ziet er elke dag anders uit en is seizoensafhankelijk. Tonnie van Kessel loopt al sinds jaar en dag rond in de fruitteelt en krijgt er nog geen genoeg van. ‘Telers helpen in het ontwikkelen van hun bedrijf geeft me veel energie.’
Op een grauwe donderdag in februari start de werkdag van Tonnie van Kessel met een kop koffie op het distributiecentrum van Van Iperen in Tiel. Ondertussen pleegt de teeltadviseur alvast wat telefoontjes en print hij een monsteranalyse en een gewasbeschermingsplan voor de klanten die we die dag bezoeken.
We stappen in de auto en rijden naar het eerste adres in Ophemert. Onderweg vertelt Van Kessel dat hij al zo’n veertig jaar in ‘het vak’ zit. ‘Vroeger kreeg ik bijles van mijn oudere collega’s, nu probeer ik met mijn opgedane kennis en ervaring zelf de jeugd wat bij te brengen’, knipoogt hij.
De adviseur constateert dat in de afgelopen decennia de schaalvergroting in de fruitteelt onverminderd is doorgegaan. ‘Het aantal bedrijven is gedaald, waarbij het perenareaal groeit en het areaal appels krimpt. Sinds begin jaren negentig komen er in Nederland jaarlijks hectares peren bij en de export loopt elk jaar vlot door. Dat is toch knap.’ Overigens is het perenareaal vorig jaar wel iets gezakt.
Tonnie van Kessel, teeltadviseur bij Van Iperen: Met gewasbescherming word je als teler gedwongen constant grenzen op te zoeken
Van Kessel geniet van zijn werk als adviseur en kijkt uit naar het voorjaar dat eraan zit te komen. Dit vindt hij de mooiste tijd van het jaar. ‘De fruitbomen komen in de knop en gaan bloeien. Het is ook hectisch, zeker als er nachtvorst optreedt’, legt hij uit.
Ook de oogstperiode vindt Van Kessel gaaf. ‘Dan heb ik voor wat betreft mijn advieswerk een beetje vakantie. Ik ben dan gewoon bereikbaar, maar ben dan ook druk met appels en peren plukken op mijn eigen bedrijf.’ In Velddriel bestiert hij een fruitbedrijf van 7 hectare. ‘Ja, op zaterdag ben ik ook de hele dag in de weer, maar dan vooral thuis’, zegt Van Kessel met gepaste trots.
We arriveren bij het grote Betuwse familiebedrijf Vissers Fruit en nemen plaats in de kantine. Samen met de jongste ondernemer in het bedrijf, Henrik Vissers, neemt Van Kessel het analyserapport van Eurofins door en bespreken ze het bemestingsplan van enkele percelen voor komend seizoen. Zo stelt de specialist vast dat de zuurgraad en het fosfaatgehalte van een appelperceel te laag zijn.
‘Mijn advies is om direct na de bloei champost te strooien om deze waarden weer op niveau te brengen.’ Vissers vraagt zich af of dat niet te laat is. ‘Nee’, zegt Van Kessel. ‘Dit perceel kun je niet beregenen en dan is het vanwege de kans op nachtvorstschade beter om na de periode met een hoog risico op schade te strooien.’ Daarop knikt Vissers begripvol.
Als het bemestingsplan grofweg in orde is, stappen we in de bedrijfswagen van Vissers en bekijken we een appelperceel waarvan de bomen nog moeten worden gesnoeid. Het is begin februari nog te vroeg om te zien wat bloemknoppen zijn, dus het is op dit moment niet verstandig om veel te knippen, zo steekt Van Kessel van wal. ‘Maar Henrik, je moet hier op 2 meter hoogte wel wat ingrijpen’, wijst de adviseur aan. ‘Er zitten veel jonge takken. Als je die laat hangen, zakken ze later met vruchten eraan door. De zware takken moet je snoeien om te zorgen voor voldoende belichting.’
Vissers zet ons weer af op zijn erf en we rijden direct verder. Op naar Thomas en Reijer de Vree in Dodewaard, waar het gewasbeschermingsplan op tafel komt. Ook voor 2026 is het middelenpakket gekrompen en is van sommige middelen het etiket gewijzigd. ‘Het wordt een steeds grotere puzzel’, verzucht Van Kessel. ‘Je wordt als teler bijna gedwongen constant grenzen op te zoeken.’
Bij aankomst op het bedrijf komt hij direct ter zake. ‘Laten we eerst de lastigste ziekten en plagen op jullie bedrijf benoemen.’ Volgens Thomas de Vree betreft dat vooral de perenbladvlo, appelbloesemkever en de schildluis. Per plaag maken ze een plan van aanpak.
Tijdens het gesprek merkt Van Kessel een aantal keer op dat het juiste moment van toepassing van een middel steeds belangrijker wordt, vooral bij de insectenbeheersing. ‘Daarbij komt dat we deze winter wat vorst hebben gehad, waardoor het verschijningsmoment van insecten verandert. ‘Het is cruciaal om daar rekening mee te houden.’
Tegen de afronding haalt de adviseur een bord en kleine vierkante partjes uit zijn tas. Op het bord staan de gewasstadia en de ziekten en plagen, op de partjes de namen van de gewasbeschermingsmiddelen. Samen met Reijer de Vree legt hij de partjes op de goede plek, terwijl Thomas de Vree de plannen invoert in zijn computer.
Op de terugweg naar Tiel spreekt Van Kessel van ‘een lange zit’, maar dat hoort erbij in deze periode. Hij gaat dan ook met een voldaan gevoel naar huis. ‘Telers steunen in het ambachtelijke en het rationele van de fruitteelt en het meeontwikkelen van het bedrijf. Dat geeft me veel energie’, besluit hij.
Tonnie van Kessel (63) is teeltadviseur bij Van Iperen in het Gelderse Tiel. Hij werkt sinds 2001 als commercieel technisch adviseur bij AgroBuren. Daarvoor werkte hij bij DLV Plant (nu Delphy) en het Consulentschap voor de Landbouw. Sinds 1 januari 2026 is AgroBuren geïntegreerd in Van Iperen. Van Kessel heeft tevens een fruitbedrijf van 7 hectare in het Gelderse Velddriel.