Naar een toekomstbestendig bedrijf
Toekomstbestendig ondernemen in de fruitteelt vraagt om keuzes, en die zien er voor iedereen anders uit. Waar de één inzet op schaalvergroting en groeit in areaal, kiest de ander voor toegevoegde waarde en directe klantverbinding. In Kerkwerve bouwt Aardjan Hoekman gestaag aan zijn droom van 15 hectare peren. In Zeewolde ontwikkelt Nicole Smits haar familiebedrijf tot een totaalconcept met eigen afzet en adoptiebomen. Twee telers, twee routes, één overtuiging: de toekomst begint met durven kiezen.
Teler 1: Aardjan Hoekman
Onder de rook van Zierikzee, in het Zeeuwse Kerkwerve, werkt Aardjan Hoekman gestaag aan een ambitieus doel: het opbouwen van een volwaardig perenbedrijf van minstens 15 hectare. Geen grote sprongen voorwaarts, maar een gestage ontwikkeling. “Ik begon met niks. Geen trekker, zelfs geen snoeischaar. Alleen de wil om een eigen fruitteeltbedrijf te kunnen starten.”
De liefde voor de fruitteelt begon al op jonge leeftijd, bij zijn opa. Hoewel opa fruitteler was, koos zijn vader voor een andere weg. Zo werd er een generatie overgeslagen. Aardjan daarentegen was altijd in de boomgaarden te vinden. “Ik vond het geweldig om tussen de bomen te zijn en te zien hoe het fruit groeide.” Toen het moment daar was om een studiekeuze te maken, koos hij voor elektrotechniek. “Ik ben eigenlijk elektricien,” zegt hij met een glimlach. “Maar de fruitteelt bleef trekken. Ik kon het niet loslaten.”
Wat begon met een paar hectare huurgrond, groeide uit tot een bedrijf van acht hectare. In oktober 2024 kocht hij zijn eigen erf met vier hectare huiskavel. “Die locatie was perfect. De kas die erop stond, werd door de verkoper meegenomen.” Inmiddels is er op eigen grond een hectare peren aangeplant; de rest wordt verhuurd als grasland. “Eerst moet er verdiend worden. Aanplanten kost veel geld. Eén perenboom kost vijf tot zeven euro en je hebt er drieduizend nodig voor een hectare. Dan heb je nog geen paal, slang of arbeid meegerekend.” Het plan is helder: doorgroeien naar 15 hectare, in eigen beheer. “Bij droomvang hoef ik niet meer buitenshuis te werken. Haast heb ik niet. In deze regio komt er af en toe iets vrij en de grondprijs is nog acceptabel.”
Wat Aardjan typeert, is zijn bedachtzame aanpak. “Ik heb nooit in één keer alles gekocht. Het begon met die snoeischaar. Daarna een klein trekkertje, een kunstmeststrooier, telkens iets erbij. Alles betaald uit het werk dat ik ernaast deed.” Toch nam hij ook risico’s. “De grootste was toen ik verdubbelde in areaal. Het was een ding dat er nu in watervoorziening was nog niet op orde. Peren gingen lang de cel in, met hoge kosten en een matige opbrengst. Dat voelde wel even spannend.” Ook de investering in een hagelverzekering noemt hij een belangrijke stap. “Je betaalt veel, maar het geeft ook rust. Zeker nu we vaker met weersextremen te maken hebben.”
De beschikbaarheid van goed water is een voortdurende zorg. “Alle sloten hier zijn zout. Bij één perceel krijg ik restwater van een naastgelegen glastuinderbedrijf, gratis. Ik buffer dat in een bassin van zo’n 4.000 kuub.” Op zijn eigen erf vangt hij regenwater op in silo’s met een capaciteit van 1.600 kuub. “Voor vier hectare is dat niet genoeg, maar het is een goede basis. Fertigatie helpt om efficiënt met water om te gaan.”
Zijn percelen liggen allemaal binnen een straal van vijf kilometer. Dat is efficiënt, maar vraagt om slimme keuzes. “Ik heb een grotere spuit gekocht van 1.500 liter, zodat ik elk perceel in één keer kan doen. Dat scheelt heen en weer rijden.” De mechanisatie is nu grotendeels op orde, dankzij een geleidelijke opbouw. “Ik heb alleen gekocht wat echt nodig was. Daardoor heb ik nooit grote schulden hoeven maken.”
Aardjan kiest bewust voor een natuurlijke balans in de boomgaard. “Ik zet geen nuttige insecten uit, maar stimuleer ze wel. Ik maai weinig, poets geen stroken en gebruik rambosstokken waar beestjes in leven.” Hij ziet het effect. “Er is leven in de boomgaard: oorwormen, lieveheersbeestjes, roofmijten.” Maar hij wil ook kunnen ingrijpen als het misgaat. “Zijn definitieve aanpak is pragmatisch. Pas als het economisch schade oplevert, wordt het een probleem. Tot die tijd is het voeding voor nuttige insecten.”
De grootste uitdaging? Het wegvallen van belangrijke gewasbeschermingsmiddelen. “Perenbladvlok, schimmel, schurft, builen… je moet het jong houden, dat is extra gevoelig.” Als er geen alternatieven komen, gaat dat echt impact hebben op het rendement per hectare. “En dat heeft gevolgen voor zijn strategie. Als het rendement per hectare daalt doordat je gewasbescherming minder effectief wordt, dan moet je dat ergens opvangen. Dat kan alleen als je schaal hebt. Daarom is die groei naar minstens 15 hectare voor mij essentieel. Niet om groter te zijn, maar om als zelfstandige teler te kunnen blijven bestaan.”
“Het grootste risico was toen ik verdubbelde in areaal”
In een tijd waarin veel fruittelers kiezen voor verbreding, gaat Aardjan bewust voor schaalvergroting. “Ik heb nagedacht over een winkel of camping, maar dat past niet bij mij als persoon. Ik sta liever vroeg op en ga dan lekker de boomgaard in. Ik werk graag alleen.”
“Wat mij raakt in Aardjans verhaal, is hoe vastberaden hij zijn droom heeft opgebouwd. Van een enkele snoeischaar naar een eigen perenbedrijf, dat is pure toewijding. Waar ik mijn energie haal uit mensen om me heen, vindt hij die kennelijk in de stilte tussen de bomen. Dat is echt ondernemerschap: trouw blijven aan wat bij je past en daar consequent aan bouwen. Heel knap hoe hij zijn schaalvergroting combineert met behoud van vakmanschap.”
Met vallen en opstaan heeft hij zich het vak eigen gemaakt. “Ik heb in het begin te hard gesnoeid. Daar zie ik nu nog de gevolgen van. Maar je leert snel, zeker als je het écht wilt.” Zijn opa leefde nog toen hij begon. “Hij vond het prachtig. We lijken wel wat op elkaar: rustig, observerend. Soms is niets doen beter dan overhaasten.”
Over tien jaar hoopt Aardjan zijn 15 hectare vol te hebben. Maar garanties zijn er niet. “Er kunnen slechte jaren komen. Het klimaat is grilliger. En met minder middelen moet je slimmer gaan telen.” Toch blijft de ambitie overeind. “Ik wil een toekomstbestendig bedrijf. Als je groter bent, kun je risico’s beter dragen. Dan hoef je ook niets naast te doen.” En als er dan nog grond beschikbaar komt? “Dan hangt ook af van mijn kinderen. Of zij interesse heeft. Maar de ambitie is er wel.”
Wat hem trots maakt, is de kwaliteit van het Nederlandse product. “We telen lange, dikke peren van topkwaliteit. Onze regels zijn streng, maar dwingen ons tot topkwaliteit. Veertig procent van het Nederlandse fruit gaat naar het buitenland. Dat zegt genoeg.” Zijn missie is helder: met vakmanschap en beleid groeien naar een gezond, zelfstandig bedrijf. “Fruit telen maakt me gelukkig. Daar ligt mijn hart.”
Teler 2: Nicole Smits
In een tijd waarin schaalvergroting vaak wordt gezien als dé route naar een rendabel agrarisch bedrijf, laat fruitteler Nicole Smits uit Zeewolde zien dat het ook anders kan. Samen met haar ouders en broer runt ze een fruitteeltbedrijf van 17 hectare, waar appels, peren en een klein stukje aardbeien worden geteeld. Geen uitbreiding in hectares, maar een slimme combinatie van directe afzet, beleving en ondernemerschap maakt het bedrijf toekomstbestendig. “We willen niet groter, maar sterker.”
Nicole (32) heeft bewust geen agrarische opleiding gevolgd. Ze studeerde commerciële economie en volgde daarna een master marketing. Een bewuste keuze, vertelt ze. “Ik wilde eerst buiten het bedrijf kijken. Mijn ouders hebben ons nooit gepusht om in te stappen. Natuurlijk heb ik aan de keukentafel genoeg meegekregen. En gaandeweg merkte ik dat de kennis uit mijn studie perfect aansloot bij wat er hier op het bedrijf mogelijk was. Het was een optelsom die klopte.”
Tien jaar geleden zette ze haar eerste stappen binnen het familiebedrijf. “Ik stond met mijn vader te snoeien in de boomgaard. Hij vroeg zich af of we niet met sociale media moesten doen. Dat heb ik toen opgepakt. Vanaf dat moment liep de winkel harder en kregen we meer aanloop.” Het bleek het begin van een transformatie waarin de liefde voor fruit en marketing elkaar steeds beter aanvullen.
Het bedrijf koos geleidelijk voor een andere koers: weg van anonieme bulk en op weg naar een herkenbaar product met een gezicht. Tegenwoordig rijden er acht busjes door Midden-Nederland om fruitpakketten te bezorgen bij bedrijven, scholen en instellingen. Klanten krijgen wekelijks een krat vers fruit, samengesteld en verpakt op het bedrijf.
“Ongeveer 40% van de pluk zetten we nu zelf af,” vertelt Nicole. “Dat is al heel mooi, maar ons doel is om naar 100% te groeien. Alles wat we telen, willen we ook zelf verkopen. Daarmee houden we het geld in de regio, maar ook het verdienmodel in eigen hand.” Het idee komt voort uit jarenlange ervaring met traditionele afzet. “Mijn vader leverde aan de supermarkt, die bepaalde wat we kregen. De omgekeerde wereld, vonden we. Nu bepalen we zelf de prijs. Dat is eerlijker en het voelt ook veel beter: je werkt voor jezelf.”
Naast levering aan bedrijven is er op het erf van alles te beleven. In de boomgaard kunnen mensen ontbijten, lunchen of een high tea gebruiken. Er staat een sfeervolle koepeltent die gehuurd kan worden voor vergaderingen of feestjes. Ook zijn er zelfplukdagen en rondleidingen, voor jong en oud. “We laten mensen zien hoe fruit groeit, hoe we het bewaren en waarom we bepaalde keuzes maken. Veel mensen denken dat appels het hele jaar door van de boom komen, omdat ze altijd in de winkel liggen. Wij laten zien dat we ze bijna een jaar kunnen bewaren en dat plukken op het juiste moment belangrijk is voor de smaak.”
Een van de succesvolle initiatieven is het adoptieprogramma. “Mensen kunnen een appelboom adopteren. Dan komt hun naam erbij te staan, krijgen ze drie keer per jaar een nieuwsbrief en mogen ze zelf komen oogsten.” Inmiddels zijn er 400 adopties. Veel mensen maken er een uitje van en komen met het hele gezin. “Dat is zó waardevol.”
Is 17 hectare genoeg om er met z’n vieren van te leven? Volgens Nicole wel, dankzij de verbreding en toegevoegde waarde. “Zonder de extra activiteiten zou dat misschien niet kunnen. Maar nu hebben we een stabiel bedrijf, met een breed fundament.” Ze ziet het als een kracht dat ieder gezinslid een eigen rol heeft: haar vader is actief in de boomgaard, haar moeder runt de winkel, haar broer doet klantcontact en marketing, en Nicole zelf schakelt tussen teelt en strategie. Die aanpak vraagt ook iets van je, zegt ze. “Je moet het leuk vinden dat er mensen op je erf komen. Wij krijgen hier alles over de vloer: gezinnen, bedrijven, scholen, toeristen. Dat moet echt bij je passen. Ik zou niet gelukkig worden van alleen een boomgaard.”
Op dit moment is uitbreiding in oppervlakte niet aan de orde. De grondprijs in Flevoland is hoog, en kavels van 40 tot 50 hectare zijn hier gebruikelijk. “Dat zou betekenen dat je in één keer drie keer zo groot wordt. Zo’n stap moet je weloverwogen zetten. In andere delen van het land koop je soms een paar hectare erbij. Hier werkt dat anders.” Toch sluit ze groei op termijn niet uit. “Zeg nooit nooit. Maar dan moet het passen bij de fase waarin we zitten, én bij de rest van onze keuzes. Voor nu richten we ons op de afzet: we willen eerst die 100% verkoop realiseren. Daar zit nog genoeg uitdaging.”
Duurzaamheid is voor Nicole geen doel op zich, maar een logisch gevolg van hoe er gewerkt wordt. “We zitten met onze geïntegreerde bestrijding heel dicht tegen biologisch aan, maar zijn het niet. Onze klanten vragen daar ook zelden expliciet naar. Ze willen dat het lekker is, eerlijk geteeld en dat de boer een eerlijke prijs krijgt.” Het evenwicht in de boomgaard krijgt veel aandacht. “We zetten nestkastjes uit waarin nuttige insecten kunnen overwinteren, we hangen puffers uit voor de fruitmot en we grijpen pas in als het echt nodig is. Dat evenwicht moet goed. Er is balans.”
Uitdagingen zijn er wel degelijk. Het middelenpakket wordt kleiner, energie voor de koelcellen blijft een aandachtspunt, en het weer is een onvoorspelbare factor. “Je moet telkens kijken: als iets niet meer kan, wat dan wél? Dat dwingt je om creatief en wendbaar te blijven.”
Ook de afzet vraagt voortdurend aandacht. “Klanten behouden én nieuwe klanten vinden is een doorlopend proces. Maar als je kwaliteit levert en mensen zich verbonden voelen met je verhaal, dan komt dat veel moois uit voort.” Nicole Smits laat zien dat er niet één manier is om toekomstbestendig te zijn. Waar sommige telers kiezen voor schaalvergroting, kiest zij voor verdieping, verbinding en beleving. “Het is ook een bedrijfseconomisch vraagstuk. Je spreidt risico’s over meerdere takken. Dat geeft rust.”
“Wat Nicole doet, is mooi. Waar ik focus op groeien in hectares, laat zij zien dat je ook kunt groeien in waarde. Dat vraagt een andere aanpak en een andere manier van denken. Dat zij dat doet met haar familie, en ook nog eens zo professioneel, dat vind ik sterk. Het is niet mijn pad, maar ik heb daar veel respect voor. Ze laat zien dat er meerdere wegen zijn naar een toekomstbestendig bedrijf. En dat haar route werkt, dat is duidelijk.”