Arie is de eerste generatie in het akkerbouw- en loonbedrijf Korteweg. Inmiddels maakt hij officieel geen deel meer uit van het bedrijf, maar hij komt er nog regelmatig. De tweede en derde generatie, zoon Jan en kleinzoon Arco, runnen nu het bedrijf. En de vierde generatie, zes jaar oud, staat al te popelen om ook in het bedrijf te komen. Arie, Jan en Arco vertellen over de geschiedenis en de toekomst van het bedrijf in Ooltgensplaat.
In 1959 komt Arie in het bedrijf bij zijn schoonvader. Eerst een jaar in loondienst, daarna als vennoot. Als zijn schoonvader op zijn 59e stopt met het bedrijf, neemt Arie het akkerbouw- en loonbedrijf over. Het fundament voor firma Korteweg is gelegd.
“Ik begon met spuiten toen ik nog thuis woonde. Dat gebeurde met een sproeibus waarmee we zineb – zink in de volksmond – spoten”, begint Arie. “Het was allemaal handwerk. Ongeveer in 1962, ik was inmiddels getrouwd, begonnen we met de Solo rugspuit.” Vanaf 1963 bestelt Arie gewasbeschermingsmiddelen bij Van der Wal in Melissant. In 1978 maakt hij daar kennis met vertegenwoordiger Jan van Vugt. Als Mol Agrocom Van der Wal overneemt, blijft Jan vertegenwoordiger bij Korteweg. Dat gebeurt ook als later Van Iperen Mol Agrocom overneemt. Arie: “Jan komt hier al ruim 40 jaar over de vloer. Ik weet nog goed dat hij vroeger de middelen bezorgde in een stationcar. Hij klapte de achterbank naar beneden en stouwde de auto helemaal vol. In de auto hing daardoor een vreselijke lucht. Zoiets is nu ondenkbaar.”
De tweede generatie, zoon Jan, is ongeveer tien jaar als hij hand- en spandiensten verricht in het bedrijf van zijn vader. Jan: “Begin juli hielp ik bijvoorbeeld met aardappelen rapen. Vroege aardappelen konden we namelijk niet met de machine rooien; dan zouden ze beschadigen. Ik moest de aardappelen in een kist doen. Die deed ik maar halfvol omdat ik ‘m anders niet meer kon tillen.” Vanaf zijn zestiende gaat hij in loondienst bij een boer en loonwerker. “Ons bedrijf was toen nog te klein voor twee inkomens. Daarom werkte ik tot ik bijna 30 was ergens anders.” Daarna gaat Jan met zijn vader samenwerken en in 1993 komt hij in een maatschap met hem. Jan: “Eigenlijk wilde ik als kleine jongen timmerman worden. Daarom ging ik naar de lts, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ik koos toch voor de landbouw. Ik heb geen spijt van de twee jaar die ik op de lts zat. Integendeel. Ik heb er basiskennis opgedaan die ik nog gebruik.”
Tot ongeveer 2006 spuit Arie zelf voor het loonbedrijf. Hij is dan 70 jaar. Kleinzoon Arco komt in 2010 in de maatschap waar nog een medewerker in zit. Arco: “Ik startte in 2006 bij loonbedrijf Nelisse in Nieuwe-Tonge. De intentie om in het familiebedrijf te komen, was er altijd, maar het was een bewuste keuze om eerst buiten de deur te kijken. Ik ging één dag per week naar school en de overige dagen werkte ik bij Nelisse. Dat was perfect voor mij, want ik zat liever niet in de boeken.” De zoon van Arco, Levi, is pas zes jaar oud, maar heeft het al vaak over het bedrijf en dat hij daar wil werken. En natuurlijk is hij er regelmatig te vinden. “Als we langs land rijden met tulpen, zegt hij wel eens: ‘Dat is toch jouw landje?’ Dat klopt dan inderdaad, want het land dat hij bedoelt, huren we. Hij heeft nu al oog voor details.”
Een bekend fenomeen uit de geschiedenis van het bedrijf van de familie Korteweg is een voorloper van de gewasbeschermingsregistratie: het ‘schriftje van Arie’. “Ik schreef alle namen op van klanten waarvoor ik had gespoten”, licht Arie toe. “Een bladzijde per klant. Ik noteerde de datum van iedere bespuiting. Verrekening gebeurde twee keer per jaar. Dan ging het schriftje naar Van Iperen. Lianne Mastenbroek telde alles handmatig op en stuurde een rekening naar de klant. Ze zette een krul achter de hoeveelheden waarvoor zij een rekening had gestuurd. Daarna kwam het schrift weer terug. In december gingen Jan van Vugt en ik altijd met een looplamp naar het voorraadhok om te kijken of alles nog klopte. Dan waren we een ochtendje zoet met tellen en verpakkingen wegen. Meestal kwamen we wat te kort”, vertelt Arie. “Ik had twee schriften: één voor wat ik zelf spoot en één voor het loonwerk. Het was uit nood geboren omdat ik alles moest bijhouden. Ik heb ze nog steeds, maar ik gebruik ze niet meer sinds we met computers werken.”
Arco staat nog aan het begin van zijn agrarische carrière, maar weet dat er de afgelopen jaren veel is veranderd. “De middelen die mijn opa en vader gebruikten, kunnen nu niet meer. Als je dat als probleem ziet, word je gek en ga je niet meer boeren. We zullen het moeten doen met minder chemische middelen en dat wordt een hele uitdaging.” Jan is het eens met zijn zoon: “De transitie is goed; niemand is anti-milieu. De schoen wringt vooral als de stad gaat heersen over het platteland. Als een toelating stopt terwijl er nog geen alternatief is, hebben boeren er meteen last van. Er is meer tijd nodig voor proeven met groene gewasbeschermingsmiddelen. Het risico is groot als een middel niet blijkt te werken; het inkomen van de boer staat dan op het spel. Daarom moeten we meer ervaring opdoen met het omgaan met groene middelen.”
De familie vindt het fijn dat Van Iperen altijd snel levert. Arie: “Dat is belangrijk. Als je ’s morgens in het land iets tegenkomt dat niet in orde is, wil je snel handelen. Eén telefoontje naar Van Iperen en ’s middags heb je het middel in huis.” Arco noemt de ondersteuning bij de teelt van Van Iperen en de informatieavonden waardevol. Jan: “Samen met de vertegenwoordiger over het perceel lopen en het gewas bekijken, heeft meerwaarde voor ons. Je bouwt een vertrouwensband op en we krijgen goede adviezen die belangrijk voor ons zijn. We hopen in de toekomst zo te blijven samenwerken.” “En we hopen dat Jan van Vugt nooit met pensioen gaat”, voegt Arco er lachend aan toe.