Met een dienstverband van bijna een halve eeuw, werkt medewerker facilitaire zaken Koos de Vroed het langst bij Van Iperen. Hij begint als jong ventje bij het bedrijf en heeft als enige van de huidige medewerkers een persoonlijke band met de heer Willem van Iperen en zijn vrouw. “Ik had nooit kunnen bedenken dat het bedrijf zo groot zou worden.”
Als Koos van school komt, gaat hij op zoek naar werk. Via zijn broer Wim komt hij bij Van Iperen terecht. “Meneer Willem van Iperen was toen directeur en meneer Jan Bakker onderdirecteur,” vertelt Koos. “Meneer Bakker vroeg of mijn handen goed waren, dus liet ik ze zien. Toen zei hij: ‘Je mag het een maand komen proberen.’ Dat deed ik en daarna kwam ik in vaste dienst.”
Koos werkt eerst in de loods aan de Nobelstraat in Oud-Beijerland en helpt bij het laden en lossen. “Het was veel handwerk en we gebruikten een zakkenlifter. De zakken kunstmest en zaaigraan wogen 60 kilo per stuk. Het laden en lossen van de vrachtwagens deden we met de hand, een hele klus. We hadden toen nog maar één heftruck. Vanaf de Nobelstraat reed ik met de heftruck naar de loods aan de Spuidijk en ging ik heen en weer naar de haven. Met de voorraad ging ik weer terug naar de loods.” Koos merkt het nu aan zijn lichaam dat hij vroeger veel gesjouwd heeft, maar hij is niet het type dat klaagt. Als Koos een maand in Oud-Beijerland werkt, vraagt de heer Jan Bakker of hij mee wil naar de O.B.O.B., het Oud-Beijerlands Overslag Bedrijf in Papendrecht. “Dat was de voorloper van TTD, die bij boeren de naam Oud-Beijerlands Bonken Opzak Bedrijf kreeg omdat er vaak bonken in de zakken zaten. De heer Bakker vertelde dat daar veel werk te doen was, dus ging ik mee. Daar heb ik zo’n zes, zeven jaar gewerkt. Na de overname van de grasdrogerij in Westmaas in 1980, vroeg ik of ik in Westmaas mocht werken. Dat was veel dichter bij huis. Dat was goed, want daar werd het steeds drukker.” Koos voert buiten zo’n beetje alle werkzaamheden uit tot dat fysiek niet meer lukt. Hij wordt dan conciërge op kantoor. “Dat ben ik nog steeds, al heet het nu medewerker facilitaire zaken. Na al die jaren heb ik nog steeds veel plezier in mijn werk.”
Koos komt in de beginjaren regelmatig bij de heer en mevrouw Van Iperen over de vloer. “Ze woonden aan de Koninginneweg in Oud-Beijerland en verschillende medewerkers van Van Iperen deden daar wekelijks klusjes, zoals gras maaien, de auto wassen of de ramen zemen.” Tussen het klussen door vroeg mevrouw Van Iperen altijd of Koos even op de koffie kwam. “Ik probeerde daar eigenlijk onderuit te komen door te zeggen dat ik het druk had. De koffie smaakte namelijk naar alles behalve koffie, omdat ze de overgebleven koffie van de dag ervoor bewaarde en nieuwe zette met water uit de regenton. Ook de koekjes waren oud, omdat ze in die tijd nog geen houdbaarheidsdatum hadden. Als mevrouw Van Iperen niet keek, stopte ik ze snel in mijn borstzak,” bekent Koos lachend. De familie Van Iperen had naast gras ook appel- en perenbomen in de tuin. “Als ik klaar was met maaien, vroeg mevrouw Van Iperen me de appels en peren te plukken en in een doos te doen. Die op de grond lagen, mocht ik meenemen. Als ik klaar was, vroeg ze altijd: ‘Heb je de peren en appels opgeraapt?’ Ik zei dan: ‘Nee, maar ik heb ze wel geschild.’ Ik was er gezien de kwaliteit ervan maar met de grasmaaier overheen gegaan.” Toch kreeg Koos in al die jaren een band met de familie. “Ze waardeerden het altijd dat ik kwam.”
Koos kan het maar moeilijk bevatten dat het bedrijf nu zo groot is. “Dat heb ik nooit kunnen bedenken; ik ben er best trots op.” De belangrijkste les die hij tijdens zijn loopbaan bij Van Iperen leert, is dat je altijd goed moet luisteren. “Door te luisteren, kun je leren hoe je iets een volgende keer beter kan doen. Zo doe je steeds meer ervaring op. Ik vind dat je altijd je best moet doen. Ik kan slecht tegen ongeïnteresseerde mensen die je niet serieus nemen. Dat heb ik altijd meteen door.” De mooiste tijd bij het bedrijf beleefde Koos tijdens de oogsttijd. “Toen ik nog buiten werkte, was dat altijd een gezellige periode. We gingen dag en nacht door en iedereen hielp mee. Er kwamen zelfs mensen uit de omgeving kijken, zo bijzonder was het.” Koos merkt dat het bedrijf nu zakelijker is. “Vroeger hielp je collega’s waar mogelijk en als je iets niet kon, moest je het maar leren. Nu heeft iedereen zijn eigen functie en eigen taken.” Voor de komende jaren ziet Koos het bedrijf nog verder groeien. “Ik hoop dat we in goede gezondheid verder mogen gaan. Met een goede directeur, goed personeel en goede klanten gaat dat wel lukken.”