Een verhaal over moed om te veranderen
“Als je altijd de kudde volgt, loop je vaak in de druk.” Met deze nuchtere woorden vat Alfons van den Hoek uit Dongen de keuze samen die hij en zijn vrouw Henriëtte jaren geleden maakten. Terwijl de tuinbouwsector volop inzette op schaalvergroting, kozen zij voor een andere weg. Het resultaat is een biologisch bedrijf, een levendige bio-winkel, een voedselbos en vooral veel plezier in het werk. Hun verhaal laat zien dat toekomstbestendig ondernemen niet per se betekent dat je groter moet worden, maar wel dat je durft te veranderen.
Alfons groeide op in het familiebedrijf, dat ooit begon met een bescheiden kas en uitgroeide tot drie hectare tomatenteelt op substraat. In 2000 nam hij het bedrijf van zijn vader over, samen met Henriëtte. De teelt was voorspoedig, de kassen waren perfect ingericht en de afzet liep via de veiling. Maar terwijl de sector rondom hen opschaalde naar vijf, tien of nog meer hectare, bleven Alfons en Henriëtte op drie hectare staan. “Op deze locatie konden we maximaal groeien naar vijf hectare, maar dat wilden we niet. We zouden er niet gelukkiger van worden,” vertelt Alfons. Ondertussen steeg de productie per vierkante meter, terwijl de winstmarges daalden.
De EHEC-crisis in 2011 was een kantelmoment. Henriëtte begon met het inmaken van tomatensaus onder de naam Natuurlijk Tomaat (later Natuurlijk Klein Dongen). Ze verkochten potjes via boerderijwinkels en installeerden een groenteautomaat. “We kwamen in een andere markt terecht. Dat voelde als een frisse wind.” Tegelijkertijd bleef de gangbare teelt achteruitgaan. “We verdienden niets meer,” vertellen ze openhartig tegen hun omgeving. Veel ondernemers houden de deur gesloten als het slecht gaat, maar Alfons deed het tegenovergestelde. “Als je open bent, zul je merken dat er altijd mensen zijn die je willen helpen.”
Een ondernemerscoach stelde hen een cruciale vraag: “Teken eens waar je gelukkig van wordt.” Henriëtte tekende groeiende mensen, een winkeltje, gezelligheid. Alfons aarzelde. “Ik tekende een tentje en een caravan. Die ene vakantie per jaar, dat was voor mij het symbool van ontspanning.” Geen grote kassen, geen eindeloze schaalvergroting. Dat was voor beiden een eyeopener. “We wilden hier blijven, in deze buurt waar we zijn opgegroeid. Verhuizen voor groei was geen optie. Dan liever een andere koers.”
Toen iemand suggereerde om over te stappen op biologische teelt, reageerde Alfons zoals veel andere telers: “Gewennelsonken? Daar hoor ik niet bij.” Maar na weer een jaar met een negatief resultaat stelde hij zichzelf de vraag: waar zeg ik eigenlijk ‘nee’ tegen? Een bezoek aan twee biologische bedrijven zorgde voor de doorbraak. “Het eerste bevestigde mijn vooroordeel: onkruid, een meter hoog. Maar het tweede bedrijf zag er spic en span uit. Ze reden met minder gevulde treintjes, maar de waarde die erop zat, was veel groter. En met biologisch zou ik in een groeimarkt terechtkomen. Dat sprak me aan.”
“Op deze locatie konden we maximaal groeien naar vijf hectare, maar dat wilden we niet”
In 2014 was de knoop doorgehakt. Voordat ze definitief de overstap maakten, regelden ze eerst hun afzet. Ze sloten een samenwerkingsovereenkomst met Ecoverg in België. Tot half augustus 2015 teelden ze nog gangbare tomaten, daarna begon het biologische traject. Een half jaar later werd de kas omgebouwd: grondgebonden teelt, compost in de bodem, slangverwarming voor komkommers en paprika’s. In 2016 oogstten ze hun eerste biologische tomaten. “Het resultaat ging weer omhoog. En daar kregen we energie van,” zegt Alfons.
In plaats van uit te breiden naar vijf hectare, met alle financiële risico’s van dien, kozen ze voor verbreding:
“De kas moet het verdienen, de rest maakt het leuker en draagt bij aan de opbrengst,” zegt Alfons. De winkel, het voedselbos en de ‘theeplanten’ zorgen voor extra inkomsten en afwisseling. “Medewerkers hebben veel meer plezier. Het ziekteverzuim daalde en het verloop is minimaal. Iedereen scout mee en deelt foto’s via een groepsapp als er iets mis is in de kas.”
Biologisch telen brengt uitdagingen met zich mee. In 2018 werd de paprika teelt geteisterd door luis. “Half mei stonden er alleen nog sprieten met hier en daar een blaadje. Een ervaren bioteler zei: wacht maar af. De luis verdwijnt vanzelf als er geen voedsel meer is. En dat gebeurde.” Ook Clavibacter in de tomaten was een harde les. “De NVWA wilde dat we de grond zouden stomen, maar dat wilden we niet. We bouwden een systeem op met bodemleven. Het derde jaar was de Clavibacter volledig verdwenen en is sindsdien niet meer teruggekomen. Dat bevestigde ons idee dat weerbaarheid de sleutel is.”
Het grootste verschil met gangbare teelt? “Op substraat kun je met je bemesting direct bijsturen. Nu moet je soms schade accepteren en leren vertrouwen op het systeem. We nemen nu in oktober grondmonsters en passen de compostgift aan. Dat vraagt om een andere manier van denken. Je kunt niet meer even bijmesten als iets niet goed gaat.”
Alfons ziet dat veel telers met 2 à 3 hectare zijn gestopt of hun bedrijf hebben verkocht. “Er zijn er maar weinig zoals wij overgebleven.” Toch is hun boodschap niet dat iedereen biologisch moet gaan telen. “Iedereen moet op z’n eigen manier doen. Wij kozen voor biologisch omdat het bij ons past. Voor een ander kan dat heel anders zijn.” Hun grootste trots? “We hebben de handdoek niet in de ring gegooid. We zijn blijven bestaan, en het verloop is minimaal. Iedereen scout mee en deelt foto’s via een groepsapp als er iets mis is in de kas.”
“Duurzaamheid kan op verschillende manieren,” zegt Alfons. “Ook toen we nog op substraat teelden, deden we dat al heel duurzaam. Maar dat past beter bij ons. Het is niet beter of slechter, het is anders.” Hun verhaal is een hoopvol voorbeeld voor telers die twijfelen aan de klassieke route van schaalvergroting. Door te kiezen voor verbreding in plaats van groei, creëerden ze niet alleen een toekomstbestendig bedrijf, maar ook een leven waar ze trots op zijn. “Het een is niet beter dan het ander. Maar op deze manier konden wij blijven bestaan en gelukkig zijn.”