Schaalvergroting is allang geen trend meer, maar een noodzaak. In de sierteelt zie je bedrijven fuseren, stoppen of zich opnieuw uitvinden. Twee toonaangevende spelers,
SV.CO en Vilosa, kozen voor die laatste route. Niet door direct areaal toe te voegen, maar door samen Unique Growers Company (UGC) op te richten, een platform van samenwerkende kwekers met een gedeelde ambitie: toekomstbestendige groei van hun
bedrijven. Zij bundelen hun krachten, delen kennis en spelen gezamenlijk in op marktontwikkelingen. Zo ontstaat ruimte voor groei. Elke kweker blijft daarbij trouw aan zijn eigen cultuur en identiteit. In gesprek met initiatiefnemers Sander Verbeek van SV.CO en René van Dop van Vilosa.
SV.CO en Vilosa groeiden ieder op hun eigen manier richting het maximum van wat zelfstandig nog haalbaar is. De druk op administratie, HR, inkoop en wet- en regelgeving nam toe, zeker in een markt waarin duurzame productie en arbeidswetgeving steeds hogere eisen stellen. René: “Wij zijn geen boekhouders of HRmanagers, we zijn tuinders.” Juist daarom besloten de ondernemers hun krachten te bundelen. Niet om op te gaan in één groot merk, maar om achter de schermen samen sterker te staan. “Tien hectare was vroeger een volwaardig bedrijf, maar die schaal biedt in onze optiek vandaag de dag geen toekomstbestendige organisatie meer.”
UGC is geen klassieke fusie. Elk deelnemend bedrijf behoudt zijn identiteit, afzet en productfocus. Sander benadrukt dat het platform vooral achter de schermen werkt: “Aan de voorkant zie je nog steeds de naam van onze deelnemende kwekers. Aan de achterkant hebben we onze krachten gebundeld.”
UGC werkt met zelfstandige bedrijven met eigen klanten en marktpositie, ondersteund door een gedeelde staf voor administratie, financiële planning, HR, naleving van wet- en regelgeving en inkoop.
Momenteel kent UGC twee hoofdpijlers: SV.CO en Vilosa. Onder deze twee vallen Vreugdenberg en LV Plant: relatief kleinere bedrijven die, met behoud van naam en cultuur, participeren binnen de structuur van één van de twee hoofdbedrijven. De organisatie kan in de toekomst verder uitbreiden. Zoals Sander aangeeft: “Komt er in de toekomst een grotere speler bij, dan kan dat een derde pijler worden.”
In plaats van méér kalanchoë of potchrysant aan te planten – de hoofdteelten van zowel SV.CO als Vilosa – kiezen de oprichters bewust voor verbreding in assortiment. Volgens René ligt daar juist de kracht van samenwerking. “De markt van deze teelten zit vol. Groei in dezelfde producten levert vooral strijd op. Maar als je complementaire teelten toevoegt, dan versterk je elkaar.” Daarom zien zij uitbreiding met aanvullende gewassen als dé kans. Zo zou de toevoeging van groenteplanten, zoals LV Plant doet, een belangrijke en gewenste verbreding zijn. Dat zou een derde pijler kunnen worden binnen UGC. Ook sierteelten als phalaenopsis kunnen op termijn bijdragen aan een breder en krachtiger platform. Dat vraagt volgens Sander om geduld én vertrouwen. Tegelijkertijd blijven de initiatiefnemers kritisch op nieuwe samenwerkingen. “We hebben de deuren opengezet, gaan gesprekken aan, maar zijn wel kritisch. Niet alles past. Het moet kloppen, qua mensen, product en organisatie.” UGC zoekt daarom nadrukkelijk geen snelle groeiers, maar gelijkgestemde ondernemers die willen investeren in iets duurzaams.
Directeur van Vilosa. Gedreven veranderaar en voortrekker in duurzame teelt. Stapte in 2008 over van paprika’s naar potplanten. Fuseerde in 2019 met De Veranda en ging verder onder de naam Vilosa. Streeft naar innovatie en onderlinge samenwerking. Gelooft in gezamenlijke kracht, ‘één plus één is meer dan twee.’
Unique Growers Company telt inmiddels acht locaties, goed voor ruim 30 hectare. Groter worden is niet het belangrijkste doel, goed georganiseerd zijn wel. René: “Om als onderneming toekomstbestendig te blijven, moet je investeren in mensen, systemen en processen. Daarvoor heb je een bepaalde schaal nodig. Niet omdat we per se groot wíllen worden, maar omdat het ons in staat stelt om professioneel te organiseren en efficiënt te werken.” De bundeling binnen UGC maakt dat mogelijk.
Deelnemende bedrijven kunnen zich richten op hun core business, terwijl de backoffice professioneel wordt aangestuurd. Daarmee biedt UGC een antwoord op een breed gedragen vraagstuk: hoe blijf je als teler toekomstbestendig, zonder je autonomie te verliezen? René: “In de praktijk komt het erop neer dat je taken verdeelt, schaalvoordeel benut én je specialisme versterkt.”
Zowel SV.CO als Vilosa begon als familiebedrijf met stevige wortels in het Westland. SV.CO bouwde in twintig jaar tijd een herkenbaar merk op in kalanchoë en potchrysanten, aangevuld met diverse seizoensartikelen. Terwijl Vilosa zich onderscheidt met een breed assortiment aan kalanchoëspecialties, aangevuld met potchrysanten én een sterk ontwikkelde tak in groenteplanten.
Beide bedrijven wilden blijven innoveren, maar liepen ook tegen grenzen aan. Door krachten te bundelen in UGC ontstaat meer slagkracht zonder dat identiteit verloren gaat.
“Als je meerdere bedrijven aan elkaar koppelt, moet je eenduidig meten en registreren”
De samenwerking met Van Iperen is essentieel op het gebied van teelt en duurzaamheid. Sander: “Chemievrij is geen optie meer, het is de enige weg. En dat gaan we ook voor elkaar krijgen. Daarvoor moeten we wel samen optrekken. Ook de kennis van onze leveranciers is daarbij keihard nodig.”
Binnen UGC wordt gestuurd op groene groei, onder andere via deelname aan pilots zoals ‘100% Groen Geteeld’. “De kracht zit in voorbereid zijn, niet in afwachten. Van Iperen ondersteunt met advies op maat, monitoring en inzet van groene middelen. Daarbij zijn ze altijd beschikbaar en heel betrouwbaar.”
Ook de uitrol van datagedreven teeltstrategieën wordt gezamenlijk opgepakt. “Als je meerdere bedrijven aan elkaar koppelt, moet je eenduidig meten en registreren. Daar ligt een belangrijke rol voor partners zoals Van Iperen.”
Algemeen directeur bij SV.CO. Begon in de glastuinbouw met snijchrysanten en stapte vier jaar later over op potplanten. In 2006 ontstond SV.CO na een fusie met het bedrijf van Arie Strijbis. Sander zet als ondernemer in op groei en innovatie. Teelt: kalanchoë, potchrysant, primula obconica, celosia, aster en poinsettia.
Een ander speerpunt binnen UGC is het aantrekken en behouden van jong talent. Daarvoor is Young UGC opgericht. Door samenwerking kunnen opleidingen en doorgroeimogelijkheden beter worden aangeboden. Sander: “We willen een omgeving creëren waar jonge mensen niet alleen een baan vinden, maar ook perspectief op een toekomst in de sector.”
Er wordt actief geïnvesteerd in coaching, kennisdeling en loopbaanontwikkeling. “Samen zijn we aantrekkelijker als werkgever dan alleen.”
De ambitie van UGC is helder: groeien, niet per se in meters, maar in kwaliteit en weerbaarheid. Elk nieuw bedrijf dat aansluit, moet bijdragen aan het geheel. Geen eilandjes, maar schakels in een groter netwerk. René: “We bouwen aan een organisatie die niet te stoppen is. Dat is de kracht van samenwerking.” De komende jaren wordt verder ingezet op standaardisatie, gezamenlijke dataplatforms en opleiding van personeel.
Sander: “UGC is meer dan een optelsom van kwekers. Het is een platform voor ondernemers die geloven in de kracht van samen slimmer zijn, met behoud van eigen karakter, maar met een gedeelde visie.”
Tegelijkertijd realiseren de initiatiefnemers zich: dit is een oplossing, niet dé oplossing. René: “Er zijn meerdere routes naar een toekomstbestendige teelt. Dit is wat bij ons past, maar dat betekent niet dat het voor iedereen werkt. Wel hopen we dat het anderen inspireert om ook na te denken over samenwerking.”