Leen Middelburg Chrysanten (LMC) Klant sinds: meer dan 30 jaar
De familie Middelburg haalde alles uit de kast om van dit interview een feestje te maken. Na een rondleiding op de kwekerij in Maasdijk, wachtte een hapje en een drankje bij de grondlegger van het bedrijf in Naaldwijk. Als afsluiting stond een diner klaar in Hoek van Holland. Zo gaf de familie Middelburg uiting aan de jarenlange, hechte relatie met Van Iperen. Drie generaties waren aanwezig: vader Leen en moeder Bep, zoon Leo en schoondochter Christa, neef Martien en de kleinzoons Sander en Barry.
Toen Leen in 1971 de tuin overnam van zijn vader was hij al 32 jaar. “Ik zat vol met ideeën, maar kreeg geen millimeter ruimte. Mijn vader dacht dat het mij niet zou lukken. Maar mede dankzij hulp van de bank kon ik toch van start.” Het eerste jaar verbouwde Leen net als zijn vader sla en tomaten in de vollegrond. Totdat stekleverancier Siem de Bruin langskwam. “Hij was getrouwd met Miep. Die zei altijd ‘van stek word je gek’. Blijkbaar had ze het niet zo op de handel van haar man.”
Siem zette Leen op het spoor van de chrysantenteelt. “Hij zei tegen me: ‘als jij sla kunt telen, kun je ook chrysanten telen.’” Zonder al teveel kennis stapte hij over en teelde meteen jaarrond chrysanten. Het vak leerde hij voornamelijk van de buurman. “Mijn vader vond het helemaal niks, die vond het veel te warm in de kas en ging er dan ook meteen vandoor. Maar ik vond het geweldig; het hele jaar de kas vol. Ik was heel fanatiek en wilde de beste bloemen telen van iedereen.” Bep: “Het was een heel leuke tijd. Ik nam de hele dag alle telefoontjes aan. Waren er vragen over een levering of over prijzen, dan rende ik naar de tuin om het aan Leen te vragen. Soms liep ik wel drie keer heen en weer. Op vakantie gingen we niet vaak, maar dat vonden we helemaal niet erg.” Leen: “Het was een geweldige tijd. Het was hard werken, maar we hebben een heerlijk leven gehad.” Zoon Leo (54) kent ook de keerzijde: “Mijn vader ging helemaal op in zijn werk. Tijd om nog iets anders te doen, was er niet. Ik geloof niet dat hij ooit bij de voetbal is wezen kijken. Ook vroeg hij nooit hoe het op school ging.”
In het begin moest Leen flink investeren in verwarming, belichting en natuurlijk verduistering. Dat was geen makkelijke tijd. Maar al snel had hij het vak onder de knie en zocht hij naar uitbreiding. “De 5.000 meter waar ik mee startte, vond ik veel te klein. In 1978 heb ik de tuin verkocht en een locatie van 12.000 m² teruggekocht.” In 1982 kwam er nog eens 15.000 m² bij. En daar is het niet bij gebleven. Het bedrijf is uitgegroeid tot 25 hectare chrysanten, met vestigingen in Kwintsheul, Maasdijk en in het Brabantse Made.
Al op zijn negentiende stapte Leen met Bep in het huwelijksbootje. Drie jongens werden er geboren in het gezin Middelburg: Bram, Nico en Leo. En alle drie kwamen ze in het bedrijf. “Helaas is Nico ziek geworden en in 2015 overleden. Bram, die volgens Dirk Bakker van Van Iperen een van de eerste telers was met geïntegreerde bestrijding, verliet al in 2004 het bedrijf om kippenboer te worden in Canada.”
Leen geniet ervan dat kleinzoon Barry, zoon van Nico, nu verantwoordelijk is voor de twee kwekerijen in Made. Op hun beurt zijn de beide kleinzoons supertrots op hun opa. Barry (29): “Wij hebben enorm veel bewondering voor wat hij heeft neergezet. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Vooral zijn drive om altijd het hoogst haalbare na te streven, inspireert ons iedere keer weer.” Sander (27): “Hij was heel goed voor zijn personeel, opa is echt een mensen-mens. Sommige medewerkers werken hier langer dan ik oud ben.”
In 1992 kwam neef Martien Middelburg (55) in het bedrijf. Leo: “Wij waren echte doeners en hadden iemand nodig voor de bedrijfsvoering. Martien had de HAS afgerond en een paar jaar ervaring opgedaan bij Beekenkamp.” Martien: “Om te kunnen groeien, moet er een stevige interne organisatie staan. Daar ben ik mee aan de slag gegaan. Strategie en cijfers, daar word ik blij van!” Toen Leen in 1997 afscheid nam van het bedrijf, werd Martien medeaandeelhouder.
Vader Leen besloot samen met Bep om naar een boerderijtje in Drenthe te verhuizen om de jongens de ruimte te geven. “Een uur rijden was niet genoeg, dan zou ik nog te vaak gaan kijken en me overal mee bemoeien.” Nu, na veertien jaar, zijn ze terug en wonen ze in Naaldwijk. Regelmatig haalt Leo zijn vader even op en maken ze een rondje langs de kwekerijen. Zelf rijden lukt niet meer. Leo: “Hij ziet echt alles. Hij kwam ook altijd op het voor mij verkeerde moment binnen. Als er iets niet goed was gegaan, zag hij dat meteen. Ik kon dan een heel verhaal houden, maar mijn vader zei altijd: ‘Leo, chrysanten liegen niet.’ En daarmee was ik uitgepraat.”
Klant van Van Iperen werden ze in 1989. De samenwerking begon met Dirk Bakker en Martien Melissant. Dirk: “In die tijd waren we net begonnen met de vloeibare meststoffen voor de tuinbouw. Ik kreeg van collega Jan Bijl te horen dat vloeibare meststoffen in de glastuinbouw een te smalle basis was. Omdat de chrysantenteelt toentertijd verreweg de grootste afnemer van gewasbeschermingsmiddelen was, zijn we onder andere bij Middelburg terechtgekomen.”
De Westlandse toeleveranciers waren niet zo enthousiast over deze concurrent uit Westmaas. Maar bij Middelburg waren ze er blij mee. Leo: “Het was een opkomend bedrijf: puur, overtuigend en eerlijk. We kregen echte aandacht en daar houden we van.” Dirk: “Ik vroeg een keer aan directeur Molendijk welke middelen ik namens Van Iperen moest adviseren: de middelen waar we het meest aan verdienden of die het beste werkten? Waarop Molendijk antwoordde: ‘Al word je tachtig, je moet je klanten altijd recht in de ogen kunnen blijven kijken, dus dat laatste.’” Leo: “Dat typeert het bedrijf. Je kunt echt altijd van ze op aan. Ik heb in de afgelopen dertig jaar nooit een moment gehad dat ik afscheid had willen nemen van Van Iperen.”
Zentoo is een collectief van gepassioneerde chrysantentelers, opgericht in 2007, met een gezamenlijke inkoop en afzet. Twee keer per jaar komen ze bij elkaar en ze gaan ook regelmatig bij elkaar op bezoek om elkaar scherp te houden op de kwaliteit. Het zijn vijftien chrysantentelers die de beste bloemen willen telen. Middelburg was een van de initiatiefnemers van het collectief. Daarmee verdween de oude naam van de gevel en kwam de naam Zentoo ervoor in de plaats. Leen: “Dat was een belangrijke stap, maar het deed wel even zeer.”
Bij Middelburg hadden ze eind jaren negentig een aannemer die voor personeel zorgde. Hij kwam uit Istanbul en had daar een contact die bloemenhoezen kon leveren. Hoewel Middelburg daar eerst zelf mee aan de slag wilde, kozen ze er toch voor om dat bij Van Iperen neer te leggen. Dirk Bakker: “Vanaf dat moment is Van Iperen volop in de verpakkingen gegaan. Het kostte wel veel energie om de leverancier in Turkije naar een aanvaardbaar kwaliteitsniveau te tillen, maar dat lukte uiteindelijk aardig. Daarna hebben we ook nieuwe contacten aan kunnen boren in Azië en tegenwoordig leveren we al jarenlang hoge kwaliteit hoezen en andere verpakkingen.”
Martien: “We ontdekten juist in die tijd dat de toenmalige leverancier, waar we een jarenlange relatie mee hadden, veel te hoge prijzen hanteerde.” Dat betekent niet dat ze het Van Iperen altijd makkelijk maken. Dirk: “Martien kan de zaak flink op scherp zetten met de mededeling dat we ons huiswerk nog maar een keer over moeten doen. Ik ben – na enige bezinning – daar altijd blij mee geweest, het heeft ons echt geholpen. We kunnen over en weer scherp zijn zonder elkaar los te laten.” Martien: “Elke drie jaar schrijven we een tender uit. Dan gaat het over de stek, de energie, de hoezen, de middelen en de bemesting. Natuurlijk gunnen we het Van Iperen vanwege de relatie, maar voorop staat dat ik een schone bloem wil hebben. Na al die jaren zijn ze nog steeds onze leverancier. Dat zegt iets over de betrouwbaarheid en inzet van dit bedrijf. Ik heb ze heel hoog staan.”
Leen: “Onze eerste teeltadviseur van Van Iperen was ‘Jan Vlieg’, de bijnaam van Jan Stolk. We noemden hem zo omdat hij altijd de vangplaten kwam beoordelen en op zoek was naar een meer biologische aanpak.” Leo: “Met Jan hadden we een enorme klik. Hij had een gezinslid van ons kunnen zijn.” Maar ook de huidige adviseurs en specialisten Richard van Spronsen en Guido Halbersma worden hoog gewaardeerd: “Samen met die jongens komen we steeds een stapje hoger, verder en groener.”
Al snel kwam Van Iperen met ideeën om minder middelen te gaan gebruiken. In de sector leefde toen de overtuiging dat de teeltduur van chrysanten te kort was om met biologie te werken. Daar dachten ze bij Van Iperen en bij Middelburg anders over. Leo: “Wij waren daar voorstander van, maar kwamen niet verder dan kruimelwerk. Van Iperen stelde voor om het groot aan te pakken: een proef met een oppervlakte van 4.000 m² aan de Tuindersweg, het begin van de biologische bestrijding in de chrysant.” Tegenwoordig gebeurt 90 procent van de insectenbestrijding met biologie. Leo: “Een enkele keer is een chemisch correctiemiddel nodig zoals je ook wel eens een paracetamolletje slikt. Belangrijk is wel dat we open en transparant zijn naar onze afnemers. Kun je niet anders en moet je wel een middel inzetten, dan moet je dat ook melden bij je afnemer. En niet denken: ‘dat zien ze achteraf wel.’”
Om zoveel mogelijk insecten buiten de kas te houden, worden steeds meer ramen van insectengaas voorzien. Dat zorgt echter voor minder luchtuitwisseling. Bij nieuwbouw wordt dan ook gekozen voor een beduidend grotere beluchtingscapaciteit. Sander: “Soms hebben we ook te maken met insecten die meekomen met de stek. En dan sta je meteen op achterstand.” Leo: “We willen Van Iperen uitdagen om te kijken of ze dat probleem in de toekomst kunnen tackelen. Is het mogelijk om de stek tegen dezelfde kostprijs hier in Nederland te maken, zodat we van begin tot eind alles in huis hebben? Dan beperken we de risico’s tot een minimum.”
“Een Westlander moet nu eenmaal bloemen telen”
Bram was vijftien en zat nog op de llts toen zijn vader Leen in 1978 overschakelde van groenten naar chrysanten. Vanaf dat moment kon niemand hem meer naar school krijgen. “Chrysantenteler was het enige wat ik wilde worden. En m’n vader en moeder – ik heb geweldige ouders – begrepen dat. Ik weet nog dat we elk jaar naar Van Iperen gingen, in die kleine huisjes. Koffie met een gebakkie. Het leek wel of je naar familie ging.”
Rond 2000 begon de noodzaak om steeds grootschaliger te worden hem tegen te staan. De rest van de familie zag het helemaal zitten, maar bij Bram stuitte dat op weerstand. Omdat het Westland te klein werd, ging hij samen met broer Nico naar Brabant om te kijken of ze daar misschien konden starten. Maar uiteindelijk werd het Canada. In 2004 vertrok hij met zijn gezin naar British Columbia. Daar kochten ze een oude kippenfarm. De eerste zes jaar werkte Bram daarnaast nog bij chrysantenkweker Art Breugem, die in 1994 vanuit Bleiswijk naar Canada was geëmigreerd. In 2017 kocht hij het land van de overbuurman en bouwde hij een nieuwe schuur. Daar houdt hij nu zo’n 20.000 vleeskippen.
Bram en Sandra kregen vijf kinderen en inmiddels is het vijfde kleinkind op komst. “De meststoffen komen uit Nederland in Van Iperen-zakken. Een Westlander moet nu eenmaal bloemen telen.” En het bloed kruipt waar het niet gaan kan, want naast de nieuwe schuur groeien Nederlandse snijheesters, dahlia’s en pioenrozen.