Eerder schreven we al over de opzet van de praktijkproef naar verschillende bijvoerproducten en gaven we een update na de eerste tellingen. Inmiddels is de proef afgerond en kunnen we wat resultaten delen.
In de proef werden 6 objecten vergeleken: 1 object onbehandeld, 1 object met zakjes met montdorensis en 4 objecten met los verstrooide montdorensis en verschillende bijvoerproducten (Artemia + voedermijt, Predafix, Artemia en voedermijt). Tijdens de proef is er niet veel trips aangetroffen. Er kan daarom gezegd worden dat de bijvoerproducten de enige voedselbron voor de roofmijten waren.
Na de laatste tellingen bleek dat alle bijvoerproducten werken en bijdragen aan de ontwikkeling van de populatie roofmijten in een jong paprikagewas. Het object met de zakjes met roofmijten begon erg sterk, maar door het ontbreken van een extra toegevoegde voedselbron nam de populatie ook snel af.
Doordat de bloemen niet verwijderd waren in het onbehandelde object, konden de roofmijten zich hier op het natuurlijke stuifmeel voeden en deed deze populatie het ook goed. Tijdens de start van de proef lieten Predafix en Artemia de grootste roofmijten opbouw zien. Dit verschil slonk bij de laatste meting. Hier bleek het verschil tussen de bijvoerproducten niet significant.
Er kan dus geconcludeerd worden dat stuifmeel het als natuurlijke voedselbron nog het best doet, maar dat de 4 geteste bijvoerproducten ook een boost kunnen geven aan de populatie roofmijten wanneer stuifmeel niet meer aanwezig is door het weghalen van de bloemen van de jonge paprikaplanten.
De wens voor de toekomst is om in vervolgonderzoek de Predafix ook onder het blad toe te passen in plaats van erbovenop, dit is namelijk de plek met de meeste roofmijtactiviteit.