Teeltadvies | wortelonkruiden en vertering stoppels & gewasresten

Dit bericht is verlopen eventuele adviezen zijn hierdoor niet (meer) geldig.

Afbeelding Teeltadvies | wortelonkruiden en vertering stoppels & gewasresten

Wortelonkruiden in stoppel

Op veel percelen zijn wortelonkruiden aanwezig. We zien dat de bestrijding van wortelonkruiden in graangewassen vaak niet, of niet volledig lukt. Wanneer wortelonkruiden problemen vormen in het perceel is het verstandig om geen groenbemester op zo’n perceel te zaaien. Laat de stoppel liggen zodat het wortelonkruid weer kan groeien en geef eventueel een kleine N-gift bij een graanstoppel voor betere ontwikkeling. Later kan dan een bespuiting volgen. De effectiviteit hiervan blijkt duidelijk groter te zijn dan alleen het bestrijden tijdens de teelt van het graangewas. Op deze manier worden de mogelijkheden om wortelonkruid te bestrijden maximaal benut. Wanneer geen groenbemester gezaaid wordt, kan het wortelonkruid goed ontwikkelen en kan op het moment van spuiten het wortelonkruid ook goed geraakt worden.

Wanneer de druk van wortelonkruid hoog is, kan na de oogst op goed groeiend wortelonkruid een bespuiting worden uitgevoerd met Roundup Dynamic 3,20 ltr/ha + 2,4-D amine 2,00 ltr/ha. Met deze bespuiting kunnen wortelonkruiden als akkermelkdistel goed bestreden worden. Houd bij de toepassing van 2,4-D amine wel rekening met de nawerking op kruisbloemigen. Na een bespuiting met 2,4-D amine kunnen er geen kruisbloemige groenbemesters worden ingezaaid.

Afbeelding Teeltadvies | wortelonkruiden en vertering stoppels & gewasresten

Meer weten

Neem contact op met één van onze adviseurs.

Regels groenbemesters / tijdelijk grasland

Voor het telen van een groenbemester of voor de nateelt van gras kan onder bepaalde omstandigheden extra stikstofruimte verkregen worden. Zeker in NV-gebieden is deze extra ruimte erg welkom.

Voor niet-vlinderbloemige groenbemesters geldt dat hievoor op klei- en veengronden een norm van 60 kg/ha stikstof gerekend wordt. op zand- en lössgronden is dit 50 kg/ha. Om gebruik te maken van deze norm, moet de niet-vlinderbloemige groenbemester na graan, graszaad of koolzaad worden ingezaaid. De groenbemester moet voor 1 september worden ingezaaid en mag pas na 1 februari in het volgende jaar worden vernietigd. Op zand- en lössgrond geldt dat bij een niet-vlinderbloemige groenbemester na gras met 50% van de stikstofnorm gerekend moet worden, dus dan blijft er nog 25 kg/ha over.

Na een graszaadteelt mag de graszaadstoppel worden meegerekend als groenbemester. Hiervoor geldt ook een norm van 60 kg/ha stikstof op klei- en veengronden en 50 kg/ha stikstof op zand- en lössgronden. Deze norm mag worden toegepast als op kleigrond de stoppel voor 16 september vrijkomt en minimaal 8 weken blijft liggen. Op zand-, löss- en veengrond geldt dat de minimaal  van 16 september tot 1 december moet blijven liggen.

Een andere mogelijkheid is om na de hoofdteelt tijdelijk grasland te telen. Wanneer tijdelijk grasland wordt ingezaaid van 15 augustus tot minstens 15 oktober geldt hiervoor een norm van 95 kg/ha stikstof op klei en 80 kg/ha stikstof op zand, löss en veen.

Bij bovenstaande normen is geen rekening gehouden met NV-gebieden. Wanneer u grond in een NV-gebied heeft liggen, moet de korting vanwege het NV-gebied hier nog afgetrokken worden.

Nieuwe groenbemesterfolder | Welk mengsel past bij uw perceel?

Het moment om de keuze voor de groenbemester voor aankomend jaar te maken komt er aan. Ook dit jaar hebben we alle informatie over de beschikbare groenbemesters verzameld in onze groenbemesterfolder.

Welke groenbemester kiest u?

De keuze van uw mengsel tot en met het onderwerken ervan zijn stuk voor stuk belangrijke stappen in de teelt van een groenbemester. Een soortenrijk mengsel stimuleert een meer divers bodemleven en is daardoor het beste voor de weerstand en de groeikracht van de grond. Maar, komen er aaltjes voor in uw perceel of kunt…

Afbeelding Teeltadvies | wortelonkruiden en vertering stoppels & gewasresten

Vertering stoppels en gewasresten

Na de oogst van granen blijft veel organisch materiaal achter op het land in de vorm van stro en stoppels. In sommige gevallen komt het voor dat stoppels of stroresten op een later moment weer onverteerd boven geploegd worden. Dit duidt erop dat het bodemleven onvoldoende in staat is geweest om dit organisch materiaal af te breken.

Wanneer stro en stoppels wel effectief worden afgebroken zal het bodemleven aanzienlijk beter zijn. Daarnaast is er in dat geval ook meer mineralisatie van voedingsstoffen en verbetert de bodemstructuur.

Een belangrijke factor bij het afbreken van organisch materiaal is de verhouding tussen koolstof en stikstof (C/N-ratio). Bij een hoge hoeveelheid koolstof in organisch materiaal, wordt dit moeilijker door het bodemleven verwerkt. Een extra stikstofgift kan helpen om de C/N-ratio gunstiger te krijgen en daarmee de vertering te bevorderen.

De laatste jaren is de stikstofnorm steeds krapper geworden. Dit komt onder andere door NV-gebieden en de strengere eisen voor groenbemesters om hier extra stikstofruimte voor te krijgen.  Het wordt daardoor steeds lastiger om ruimte te vinden voor het stimuleren van het bodemleven met extra stikstof, zodat organisch materiaal beter verteerd wordt.

Zodra de tarwestoppels in de bodem worden verwerkt, begint het afbraakproces. Allereerst lossen oplosbare stoffen zoals suikers, aminozuren en mineralen op in het bodemwater en worden direct beschikbaar voor micro-organismen. Vervolgens koloniseren bacteriën en schimmels de stoppels, waarbij schimmels vooral lignine en cellulose afbreken, terwijl bacteriën zich richten op eenvoudigere verbindingen. Hierbij produceren micro-organismen enzymen, die complexe organische verbindingen omzetten in eenvoudigere moleculen. Als laatste vindt de mineralisatie plaats, waarbij voedingsstoffen zoals koolstofdioxide, water, nitraten en fosfaten vrijkomen en door planten kunnen worden opgenomen.

Om de afbraak van tarwestoppels te versnellen, kan Microferm worden toegepast.  Microferm is een product op basis van effectieve micro-organismen die complexe organische stoffen afbreken. Door deze biologische activiteit wordt organisch materiaal sneller omgezet in humus en essentiële voedingsstoffen, waardoor het volgende gewas hier sneller van profiteert. Bovendien draagt Microferm bij aan een evenwichtig bodemleven, wat resulteert in een gezondere bodem waarin ziekteverwekkers minder kans krijgen. De afbraakprocessen bevorderen de nutriëntenkringloop, waarbij stikstof en andere essentiële elementen beter beschikbaar komen.

Voor een effectieve afbraak van tarwestoppels wordt Microferm op verschillende manieren toegepast:

In combinatie met drijfmest kan Microferm 20,00 ltr/ha worden toegevoegd aan de mest, of na het mest rijden met de veldspuit worden verspoten. Wanneer de Microferm met de veldspuit wordt toegepast is het belangrijk om dit te doen met minimaal 400 ltr/ha water en met een grove druppel.

Wanneer niet met drijfmest wordt gewerkt kan de afbraak van organische stof worden gestimuleerd door Microferm 20,00 ltr/ha te spuiten met de veldspuit. Om de micro-organismen snel te laten starten kan hier dan rietsuikermelasse 10,00 ltr/ha aan worden toegevoegd.

Kennis & Nieuws

Gerelateerde berichten

Afbeelding Teeltadvies | Onkruidbestrijding in suikerbieten, zaaiuien, peen en ziektebestrijding in (winter)plantuien
Gewasbescherming

Teeltadvies | Onkruidbestrijding in suikerbieten, zaaiuien, peen en ziektebestrijding in (winter)plantuien

Lees in dit bericht ons advies voor onkruidbestrijding, het aanpakken van bodeminsecten en ziektebestrijding in verschillende gewassen.

Afbeelding Teeltadvies | granen, zaaiuien, suikerbieten en aardappelen
Teeltactualiteit Gewasbescherming

Teeltadvies | granen, zaaiuien, suikerbieten en aardappelen

Lees in dit teeltadvies meer over de start met kniptormonitoring, schimmelbestrijding en groeiregulatie in granen, onkruidbestrijding in zaaiuien, LDS-bespuitingen in suikerbieten en bodemherbiciden in aardappelen.

Afbeelding Teeltadvies | kniptormonitoring, graszaad, zaaiuien, bieten en fosfaatbemesting
Teeltactualiteit Gewasbescherming

Teeltadvies | kniptormonitoring, graszaad, zaaiuien, bieten en fosfaatbemesting

Lees in dit teeltadvies meer over de start met kniptormonitoring, roest in gras(zaad), de eerste bespuitingen in zaaiuien, LDS-bespuitingen in suikerbieten en fosfaatbemesting.