Doelsturing met stikstofbemesting van uw gewassen

Afbeelding Doelsturing met stikstofbemesting van uw gewassen

Sturen op resultaat

Wat is het?

In feite is doelsturing het sturen op het resultaat van de stikstofbenutting door uw gewas per perceel. Het meten van het stikstofresidu (reststikstof na afloop van een teelt) in uw bodem kunt u zien als het eindresultaat in verschil van totaal beschikbare stikstof en de opname door het gewas.
Na afloop van een teelt kan er namelijk ongebruikte stikstof in de bodem achterblijven.
Deze ongebruikte stikstof kan verloren gaan en zo in het grondwater terechtkomen. Dat verlies willen we op een acceptabel niveau krijgen of houden. Door uw vakmanschap. Dat is het doel.

Hoe werkt de meetmethode?

Het gaat hier om de laag 0 – 90 cm waarin gemeten wordt. De periode van meten start op 15 oktober en loopt tot uiterlijk 1 december.
De monsters moeten worden genomen door daarvoor geaccrediteerde laboratoria die volgens een nauwkeurig omschreven protocol moeten werken.
Verder zal er per gebied c.q. type grondsoort met bijbehorende grondwaterstanden een norm in hoeveelheid kg N residu/ ha als bovengrens gesteld worden. Het gaat dan om een resultaat per perceel, gemiddeld over drie opeenvolgende teeltjaren. Als indicatie is voor kleigrond gesproken over 125 kg N/ha gemiddeld over drie teeltjaren.

Waarom wordt hiervoor gekozen?

Vanuit uw brancheorganisatie akkerbouw is voor dit beleid gekozen om een aantal redenen:

  • U kunt hiermee uw vakmanschap als akkerbouwer door zelf aan het stuur te zitten ook op dit onderdeel tonen.
  • Als u de gestelde norm weet te halen, wordt u:
    a) niet gekort op uw gebruiksruimte voor stikstof
    b) of u moet zelfs meer stikstofruimte kunnen krijgen.
  • Wanneer u een hogere afvoer via uw gewasopbrengsten realiseert, is er al sprake van stikstofderogatie via de gewassen frietaardappelen, granen en suikerbieten of slimmer inrichten van uw bouwplan, of andere mogelijke maatregelen die leiden tot een acceptabel N-residu.
  • De sector wil af van generieke kortingen op het gebruik van stikstof. Waar nu sprake van is door de instelling van NV-gebieden met 20% korting op de N-gebruiksnormen. Deze generieke korting ontneemt u de mogelijkheid om aan te tonen dat het wel mogelijk is om de gestelde doelen te halen met behoud van opbrengst. Met het voorgestelde beleid wil uw brancheorganisatie ruimte geven aan de ondernemer. Daar heeft u meetbare doelen voor nodig.

Wanneer wordt dit vastgesteld beleid?

Het lag in het voornemen om de doelsturing op stikstof, met u als ondernemer aan het roer, in te laten gaan met de start van het 8e actieprogramma nitraat. Dit had in moeten gaan op 1 januari 2026. De Tweede Kamer kreeg het helaas niet voor elkaar om dit plan vóór 1 januari in Brussel te krijgen. Hierom is ervoor gekozen voorlopig met het 7e actieprogramma nitraat (wat al vier jaar liep) verder te gaan inclusief de bestaande NV-gebieden met generieke kortingen. Wanneer de doelsturing dus echt omgezet wordt in regelgeving, is nu nog niet duidelijk. Wel wordt richting LVVN kort op de bal gespeeld om daar zo spoedig mogelijk duidelijkheid over te krijgen.

Wat doet Van Iperen hierin voor u?

a) Uitvoeren van bemestingsonderzoek:

Uitgangspunt voor ons bemestingsonderzoek is: het voorkomen van verlies van mineralen. Dat is niet alleen verlies voor het milieu, maar ook een economisch verlies. Mineralen hebben waarde en die wilt u als ondernemer niet verloren laten gaan. Wat we willen bereiken, is dat nagenoeg iedere kilo N die gegeven wordt, ook door uw gewas benut wordt.
Met gericht bemestingsonderzoek houden we onze advisering naar u toe goed onderbouwd en zo actueel en scherp mogelijk.
Zo hebben we veel kennis opgedaan hoe u de benodigde stikstof voor een gewas volgens de 4 J-methode zo efficiënt mogelijk in kunt zetten. Verder zijn we reeds gestart met onderzoek in aardappelen wat de invloed van stikstofstrategieën, stikstofvormen etc. zijn op de hoogte van het uiteindelijke N-min residu.

b) Advisering volgens het 4 J-principe:

Dat gaat om:

  • Juiste hoeveelheid (niet veel meer dan het gewas opneemt)
  • Juiste moment (timing is hierbij van belang, afstemmen op opname)
  • Juiste meststof (welke stikstofvorm, welke toevoeging)
  • Juiste methode van toedienen (breedwerpig, rijen, blad, vaker kleine porties)

c) Opstellen van een bemestingsplan:

Hierover kunt u met uw adviseur een goed bemestingsplan voorafgaand aan de teelt opstellen. Hierin kunnen de bovengenoemde J’s allemaal besproken worden. Gedurende het groeiseizoen wordt dit plan, indien nodig, met uw adviseur voorafgaand aan geplande bijbemestingen bijgesteld als metingen en weersomstandigheden daarom vragen.

d) Gebruik maken van stikstofopnamecurves:

Als het gaat om de vraag: wanneer precies neemt een gewas nu eigenlijk zijn stikstof op, hebben we enorm geleerd vanuit fertigatie (het doseren van water en meststoffen via druppelslangen) in uien, aardappelen en andere gewassen. Hiervoor hebben we door gewasmetingen actuele opnamecurves voor veel mineralen, waaronder stikstof, opnieuw in beeld gebracht. Op basis van deze kennis zullen we onze adviezen voor de stikstofbemesting voortdurend optimaliseren.

e) Relatie leggen met vochtvoorziening tijdens de groei:

Ook vanuit onze vele (fertigatie)onderzoeken en inmiddels veel praktijkervaring weten we dat een goede vochtvoorziening, (met name in droge perioden tijdens de groei) van cruciaal belang is voor groei en opname van mineralen en dus ook van stikstof. De benutting van stikstof kan met een goede vochtvoorziening enorm worden verhoogd. Zeker wanneer u dit gepaard laat gaan met een slimme giftenstrategie. In onze begeleiding en advisering van teelten nemen we dit onderdeel dan ook al meer en meer mee als onderdeel van onze advisering.

f) Het mineralisatieproces in de bodem erbij betrekken:

Als het gaat vrijkomende stikstof door de omzetting van organische stof door het bodemleven, is dat de moeilijkste factor in het gehele spel van stikstofbemesting voor uw gewas. Ook hierin spelen factoren als structuur, biologische kwaliteit, chemische samenstelling, temperatuur en vochtvoorziening van uw bodem een grote rol. Kortom: grotendeels onvoorspelbaar en niet makkelijk voldoende grip op te krijgen. Of toch niet helemaal?
Er zijn namelijk rekenmodellen ontwikkeld (o.a. NDICEA) die dit op basis van goede inputgetallen dit wel kunnen berekenen tijdens de groeiperiode. In de praktijk wordt hier nog (te) weinig mee gewerkt en zijn ze wellicht ook te omslachtig voor veel telers.

Al de bovenstaande factoren samen laten komen in ons Mijn Groei programma:

Om nu al deze bovengenoemde factoren op de juiste manier te combineren, te interpreteren en te vertalen naar een juist advies, is voor teler en adviseur vaak te complex.
Daarom hebben we ons Mijn Groei programma ontwikkeld, waarin al deze factoren met elkaar verbonden worden in een continue rekenproces. De uitkomsten van dat rekenproces worden omgezet naar lijnen of grafieken, waarvan u benodigde acties (voeden, beschermen, versterken of water geven) af kunt lezen. Deze acties kunt u op het daarvoor ontwikkelde dashboard op tijd aan zien komen, omdat het programma zelfs een voorspellend karakter heeft.

Kortom: het is de bedoeling dat dit programma teler en adviseur gaat ondersteunen om de benutting van o.a. stikstof op een zo hoog mogelijk peil te brengen, de overschotten tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen en toch een (jaarsafhankelijke) optimale opbrengst te realiseren.

Afbeelding Doelsturing met stikstofbemesting van uw gewassen

Meer grip op uw teelt met ‘Mijn Groei’

Bemesten op gevoel, of kiezen voor grip en inzicht? Steeds meer akkerbouwers kiezen voor het laatste. Van Iperen ontwikkelde daarvoor ‘Mijn Groei’, een digitaal dashboard dat telers ondersteunt in hun teeltbeslissingen rondom bemesting, bescherming en irrigatie. Het combineert data uit verschillende bronnen en maakt van complexe modellen een praktisch hulpmiddel. Wilbert Nieuwenhuis uit Boesingheliede was een van de eerste gebruikers. Inmiddels zijn ruim 80 telers aangesloten. “‘Mijn Groei’ gaf mij het vertrouwen om zonder korrel kunstmest te starten,” zegt hij. “Maar ook tijdens het seizoen hielp het me om op…

Afbeelding Doelsturing met stikstofbemesting van uw gewassen
Afbeelding Doelsturing met stikstofbemesting van uw gewassen

Zelf ervaring op doen met Mijn Groei op uw eigen bedrijf?

Meld het aan uw vertegenwoordiger of stuur een mailtje naar een van onze Mijn Groei-specialisten: Bram van Oers: oersb@iperen.com of Jan Jaap Roseboom: roseboom@iperen.com.

Wat kunt u zelf al ondernemen?

Laat u niet verrassen! Onderneem zelf actie door te starten met onderzoek. Doelsturing begint bij u.
Om meer inzicht te krijgen hoe goed of u op dit vlak al bezig bent kunt u dit jaar al starten om eens op een aantal percelen op uw N-residu te laten bemonsteren. Het meest interessante gewas daarvoor zijn late aardappelen, omdat die (vaak) inefficiënt met de gegeven stikstof omgaan en daardoor (vaak) een hoger N-residu opleveren.
We weten dat een aantal ketenpartijen (o.a. Cosun) al druk doende zijn met het meten van N-mineraal aan de voor- en achterkant van de teelt.
Verder lopen er projecten via Deltaplan Agrarisch Waterbeheer waar u mogelijk gebruik van kunt maken. U kunt zich hier daarvoor aanmelden.

Laboratoria: https://www.eurofins-agro.com/nl-nl/eurofins-agro-biedt-n-min-residu-onderzoek-aan-voor-akkerbouwers-en-melkveehouders of
https://shop.dumea-agro.nl/Stikstof-Mineraal of  https://fertilab.nl/analyses/bodem#stikstof

Natuurlijk weet uw eigen grondmonsternemer hier ook alles van en kunt u dit via uw grondmonsternemer regelen. Vermeld aan het einde van de teelt wel dat het om een N-residu monster gaat in de laag 0-30,30-60 en 60-90 cm.

Actualiteit N-min monsters dit voorjaar

Op dit moment zien we dat de uitslagen van de reeds genomen N-min monsters behoorlijk variëren, van zeer hoog tot zeer laag. (85 kg – 7 kg in de laag 0-60 cm). Dat kan veel uitmaken hoeveel stikstof u zelf bij moet gaan bemesten! Dat heeft niet alleen gevolgen voor uw portemonnee en gewasgroei, maar kan ook behoorlijk verschil maken in uw N-min residu aan het einde van de teelt.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit bericht mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Kennis & Nieuws

Gerelateerde berichten

Afbeelding Fosfaatbemesting in o.a. aardappelen, uien en peen
Technische achtergrond Bemesting

Fosfaatbemesting in o.a. aardappelen, uien en peen

Een startgift met vers en direct opneembaar fosfaat is vooral van belang bij gewassen waar een goede beginontwikkeling van het wortelstel belangrijk is voor een goed eindresultaat. Dat zijn dus vooral de gewassen met een trage beginontwikkeling van nature, met een zwak wortelstel en gewassen die scheut – of stoloonvormend zijn.

Afbeelding Mijn Groei
Technische achtergrond Digitale ondersteuning

Mijn Groei

Mijn Groei is een teeltdashboard dat u ondersteunt bij het maken van teeltbeslissingen. Het programma combineert data uit verschillende bronnen, denk aan een groeimodel per gewas, de nutriëntenvoorraad in de bodem, de weersvoorspelling en de toegepaste gewasbescherming. Door deze gegevens samen te voegen kan het een accurate voorspelling maken van de gewasgroei en - behoeftes.

Afbeelding Kali-, calcium- en magnesiumvoeding van uw kalibehoeftige gewassen
Technische achtergrond Bemesting

Kali-, calcium- en magnesiumvoeding van uw kalibehoeftige gewassen

Wanneer en welke kalimeststof strooien? “Vroeg” over de vorst strooien: Voor een vroege kalibemesting kunt u meestal gebruik maken van chloorhoudende kali.