Afbeelding ‘Het antwoord ligt in de bodem’
28 september 2026

Proeven in lelies brengen het microbioom van de bodem in beeld

De lelieteelt staat onder druk. De sector kampt met een slecht imago en een krimpend middelenpakket. De grote vraag is of de teelt in Nederland behouden kan blijven. Bij lelieteler Huetink in Lemelerveld loopt sinds dit voorjaar een unieke proef die daar een antwoord op zoekt, en die verder reikt dan de lelieteelt alleen. Strategisch adviseur Dirk Bakker van Van Iperen en Remco Huetink, zoon van een van de eigenaren van het teeltbedrijf en stagiair bij Van Iperen, vertellen wat er op het spel staat.

Dat het bedrijf meedoet aan deze proef is geen toeval. Al jaren zoeken ze naar manieren om met zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen te telen. Het bedrijf teelt zo’n 80 hectare lelies, 50 hectare zaaiuien, 90 hectare eerstejaars plantuien en 100 hectare sedum, alles op gehuurde grond in het veehouderijgebied rond Lemelerveld. “Bollen en uien passen perfect in het bouwplan van de veeboeren”, vertelt Remco. “Een paar jaar gras of mais, en dan komen wij langs.” Het bedrijf trekt het perceel aan het eind van de lelieteelt nog een keer diep los. “De melkveehouder zet er daarna mais op en haalt vijf tot tien procent meer opbrengst. Zij zijn blij met ons, wij met hen.”

Er is veel veranderd

Toch hangt boven die nuchtere praktijk een stevige discussie. “In de samenleving staat de lelieteelt synoniem voor chemie”, zegt Remco. Wat daarbij ondersneeuwt, is hoeveel er de afgelopen jaren al is veranderd. Het middelengebruik is fors gedaald, om drie redenen: er zijn veel minder middelen toegelaten, de techniek is sterk verbeterd, en veredelaars brengen steeds vaker resistenties in nieuwe rassen. Wat de sector kenmerkt, is dat er telkens weer nieuwe wegen worden gevonden om door te gaan. Het bedrijf loopt daarin voorop. “Tien jaar geleden hadden we zestig soorten lelies. We hebben rigoureus geschrapt: alles wat ziektegevoelig, virusgevoelig of lastig te verwerken was, ging eruit. Nu hebben we nog twaalf rassen over, waarvan er twee resistent lijken te zijn tegen bepaalde virussen. Daarmee proberen we zonder insecticiden te telen.” Dat aanpassingsvermogen is kenmerkend voor de manier waarop de sector naar een nieuwe oplossing zoekt. “Twee jaar geleden verdween een middel tegen aaltjes uit de toelating. Bijna iedere teler riep dat lelies telen zonder dat middel onmogelijk was. Wij deden dat toen al tien jaar.”

“De vraag is hoe we met moderne techniek het systeem van vroeger weer kunnen nabootsen.”

Een onbekende wereld onder onze voeten

De proef bij Huetink kijkt naar iets wat tot voor kort buiten beeld bleef: het microbioom van de bodem, het enorme gezelschap van micro organismen dat onder onze voeten leeft. “Dit is een heel jong vakgebied”, vertelt Dirk Bakker. “Binnen de agrarische wetenschap ontwikkelt dit vakgebied zich momenteel razendsnel. Er le ven duizenden organismen in de bodem die we niet kennen, en waarvan we niet weten wat ze doen. Met behulp van AI brengen we die wereld nu razendsnel in kaart. Onontgonnen terrein, en juist daarom zo spannend.” De proef wordt uitgevoerd door vier partijen die samenwerken in het Kenniscentrum Bodem (zie kader). Dat de proef uitgerekend in lelies begon, zorgde voor verbazing. Op een FVOgewasdag voor de groenteteelt onder glas vroeg hoogleraar Corné Pieterse van de Universiteit Utrecht aan Dirk Bakker: “Wat hoor ik, ga je hiermee aan de slag in de lelieteelt? Nog moeilijker dan dit lukt niet. Waarom begin je niet gewoon met de tuinbouw?” Dirk moest erom lachen, maar het tekent de ambitie. Lukt het in de lelieteelt, dan lukt het overal. En de tuinbouw volgt sowieso: parallel is het consortium ook in de glastuin bouw gestart en lopen er al proeven in mini knollen voor pootaardappelen.

Afbeelding ‘Het antwoord ligt in de bodem’

Beginnen met een blanco bol

Waarom is in de proef gekozen voor lelies uit weefselkweek? Het antwoord komt uit eerder onderzoek naar pootaardappelen. Daaruit bleek dat een miniknol zelf nog maar een beperkt deel van het microbioom bij zich draagt. Bij het uitplanten neemt hij een flink deel van het microbioom uit de bodem over, en dat bepaalt het microbioom van de uiteindelijke aardappel. Dat effect is zo sterk dat je in de fabriek kunt terugzien welke miniknolteler aan de basis stond. De hypothese is dat dit ook voor lelies geldt. “Een leliebol uit weefselkweek is bijna blanco”, legt Remco uit. “Hij brengt zelf nog nauwelijks microorganismen mee, en neemt het microbioom van zijn omgeving op.” Juist dat maakt de bol geschikt om te onderzoeken. “Vergelijk het met een pasgeboren kind: je DNA krijg je mee, maar de opvoeding doet minstens zoveel.” Zo kun je zuiver volgen wat de bodem met de plant doet, en wat de plant op zijn beurt met de bodem doet. In de proef wordt gewerkt met vijf rassen uit drie leliesoorten, in drie behandelingen: de gangbare aanpak met een fungicide, een onbehandelde controle, en een variant met twee soorten protozoa: microorganismen die zich onder meer voeden met bacteriën en, mits goed ingezet, schadelijke soorten kunnen aan pakken. Voordat er ook maar een bol de grond in ging, bracht Bioclear Earth het microbioom van het uitgangsmateriaal in kaart en werd de bodem geanalyseerd. Daarnaast worden gezonde en ziektegevoelige percelen vergeleken, om te achterhalen wat een bodem weerbaar maakt.

Goede organismen stimuleren

Die nulmeting levert nu al een belangwekkend inzicht op. “Een fungicide is gemaakt om schimmels te bestrijden, en dat doet het uitstekend”, zegt Dirk. “Maar onderzoeken we de bodem na zo’n bespuiting, dan verdwijnt een groot deel van het bodemleven, ook nuttige microorganismen. De weerbaarheid van de bodem bevorder je daar niet mee; je breekt die juist af. Wij willen die goede organismen niet opruimen, maar stimuleren.” Dat raakt de kern van de omslag. Het microbioom dat een gezon de bol meebrengt, kan de bodem versterken, en een weerbare bodem geeft die gezondheid weer door aan het gewas. Sommige bodems dragen ziekteverwekkers van nature al bij zich zonder dat die problemen geven, omdat dat samenspel ze in toom houdt. “Zet je daar een breedwer kend middel op, dan maak je dat evenwicht kapot. Dat wisten we vroeger simpelweg niet.” Voor Van Iperen is het microbioom nieuw terrein, maar niet helemaal onbekend. “Eigenlijk doen we dit al met Powerbasic Bravo, onze vloeibare stikstofmeststof”, zegt Dirk. “Toepas sing daarvan stimuleert specifieke, van nature aanwezige schimmels die het gras aantrekkelijk maken voor koeien. In de basis is dat ook microbioom. Wat hier nieuw is, is de schaal en de wetenschappelijke onderbouwing.” Aan Van Iperen de taak om de wetenschap naar de praktijk te verta len. Veel telers hebben al een map vol microbioomanalyses, zonder dat iemand ze vertaalt. “De teler vraagt: wat moet ik hier nou mee? Daar zijn wij van waarde, op het snijvlak van wetenschap en praktijk.”

 “Lukt het in de lelieteelt, dan lukt het overal”

Van grasland tot komkommer

Dat de aanpak veel breder kan uitpakken, laat een voorbeeld uit de glastuinbouw zien. Bij Drenthe Growers in Erica staan in dezelfde kap drie substraten naast elkaar: steenwol, kokos en een Lenslimat. Eén ras, identieke planten, dezelfde verzorging, en toch drie verschillende komkommers. Een belangrijke verklaring zit volgens Dirk in de mat zelf. “De Lenslimat is veel rijker aan microorganismen. Een kom kommer op die mat is weerbaarder en heeft bovendien min der stikstof nodig. En een plant met minder nitraat is over het algemeen minder gevoelig voor een bladluisaantasting. Dan heb je het echt over een systeemaanpak.” Dat snijvlak is waar het Dirk uiteindelijk om gaat. “De vraag is hoe we met moderne techniek het systeem van vroeger weer kunnen nabootsen. Want dat zie je steeds vaker: zelfs in de meest hightech teelt gaan we, op een nieuwe manier, terug naar wat de natuur altijd al deed.”

Terug naar de basis

De verwachtingen zijn hoog, maar Dirk en Remco blijven nuchter. “Welke behandeling het beste werkt, weten we pas eind dit jaar”, zegt Remco. “Maar ik ben nu al benieuwd waardoor het ene ras weerbaarder is dan het andere. Straks zien we wat er in het microbioom gebeurt, en kunnen we verklaren waarom. En als je het begrijpt, kun je het ook sturen.” Daar ligt de belofte: een teeltadvies dat begint bij de bodem. Welke leliesoort past bij deze grond, en op welk perceel kun je een gevoelige teelt juist beter niet zetten? “Spuitschema’s gaan even aan de kant”, vat Dirk samen. “We beginnen eerst helemaal opnieuw: we willen lelies telen, wat is daar echt voor nodig? Dan zie je vanzelf dat er dingen af vallen.” Dat de jonge generatie meekijkt, stemt hem hoopvol. Remco: “Wij willen in het bollenvak blijven, dus er moet iets veranderen. Mijn generatie kijkt met interesse mee, soms wat sceptisch, omdat het zo nieuw is, maar de wil is er. En zelfs als de proef niets oplevert, en daar ga ik niet vanuit, dan nog leren we van de enorme hoeveelheid data die we binnenkrijgen.”

De proef in Lemelerveld komt voort uit een pogrammalijn van het Kenniscentrum Bodem, waarin vier partners hun kennis bundelen. Van Iperen heeft in dit geval de regie en vertaalt de wetenschap naar de praktijk van de teler. Bioclear Earth brengt het microbioom in kaart: welke micro-organismen zitten er in de bodem en in de bollen, en wat doen ze? HLB onderzoekt de bodem structuur en de aaltjespopulaties. ECOstyle levert kennis en producten op het gebied van biostimulanten, waarmee het microbioom actief kan worden gestuurd. Samen bouwen ze aan een dataset die de lelieteelt verder kan helpen. Tegelijk kan de dataset de basis leggen voor een nieuwe manier van adviseren en telen: per perceel, per ras en per situatie.

Afbeelding ‘Het antwoord ligt in de bodem’

Kennis & Nieuws

Gerelateerde berichten

Afbeelding Inzamelingen STORL
Nieuws Gewasbescherming

Inzamelingen STORL

De aanmelddata voor de inzameling van STORL-zakken in juni en juli zijn bekend.

Afbeelding Uw spuitlicentie actueel houden
Nieuws

Uw spuitlicentie actueel houden

Op 1 juli verlopen traditioneel veel spuitlicenties. Het kan dus zijn dat ook uw licentie inmiddels niet meer geldig is. Is uw licentie ook verlopen maar heeft u wel een nieuwe licentie behaald? Upload uw nieuwe licentie dan zo snel mogelijk via Mijn Iperen. Zo zorgen we ervoor dat er geen vertraging ontstaat rondom het bestellen van producten.

Afbeelding Sluiting Koningsdag
Nieuws

Sluiting Koningsdag

In verband met Koningsdag zijn alle locaties van Van Iperen op maandag 27 april 2026 gesloten.