Fruitteeltbedrijf Van Sprang heeft een geschiedenis van maar liefst 111 jaar. Jan Wim van Sprang is de vierde generatie in het bedrijf. Zijn passie voor fruitteelt ontstaat als hij naar de middelbare tuinbouwschool gaat. Op 14 hectare in Heijningen teelt hij verschillende soorten peren. “De ontwikkeling van bloesem tot peer is prachtig om te zien.”
De overgrootvader van Jan Wim start in 1910 een gemengd bedrijf met akkerbouw, veehouderij en een klein deel fruitteelt.
Hij heeft drie zonen waarvan er twee het bedrijf ingaan. “Mijn opa was meer een fruitteler en teelde appels, peren, zwarte bessen, pruimen en morellen. Mijn vader teelde appels, peren en pruimen.” Tot 2020 teelt Jan Wim peren en appels, maar hij richt zich nu volledig op peren.
Als kind komt Jan Wim al vaak op het bedrijf bij zijn vader. “Ik mocht trekker rijden en een beetje ‘prutsen’ in de werkplaats.” In zijn jonge jaren werkt hij op zaterdagen in het bedrijf en door de week gaat hij naar school. Hij doet eerst de havo en gaat daarna naar de middelbare tuinbouwschool. “Toen ontstond mijn liefde voor de fruitteelt. Na de tuinbouwschool ging ik naar de hogere agrarische school in Den Bosch. Op mijn 25e nam ik de bewuste keuze om in het bedrijf van mijn ouders te stappen. Daarvoor dacht ik nog ‘misschien ooit’, omdat ik bij mijn ouders zag dat het zwaar en vooral veel werk was. En in de zomer kun je vaak niet maar even vrij nemen. Tot twee jaar geleden deed ik dat nog wel, maar nu mijn vader ouder is – hij is 82 – wordt dat steeds lastiger.” Jan Wim heeft het bedrijf inmiddels overgenomen van zijn ouders, maar zijn vader Ad komt er nog bijna dagelijks. De moeder van Jan Wim overlijdt in januari 2020.
Door een collega-teler komt Van Sprang eind jaren 80 bij Van Iperen terecht voor gewasbeschermingsmiddelen. “Mijn vader is erg prijsbewust en een teler vertelde hem dat Van Iperen scherpe prijzen hanteerde. Na een praatje zijn we klant geworden. In het begin lag voor ons het accent op de prijs van de middelen en kwamen de adviezen erbij, maar ik kom er steeds meer achter hoe relevant de adviezen en de relatie zijn. Dat komt ook doordat we steeds minder middelen mogen gebruiken. Frank Eerland is onze adviseur bij Van Iperen. Hij kijkt wat ik echt nodig heb en wat niet. Aan zulke adviezen heb ik behoefte. Met hem bekijk ik regelmatig het gewas. Als we bijvoorbeeld perenbladvlo zien, ziet hij in welk stadium deze zit en wat we eraan kunnen doen. Perenbladvlo kan een enorm probleem zijn, maar gelukkig lukt het steeds beter om het beheersbaar te houden. Het sparen van natuurlijke vijanden, met name oorwormen, is daarbij heel belangrijk. Vorig jaar hebben we twee keer tegen perenbladvlo moeten spuiten. Dit jaar maar één keer en daar blijft het waarschijnlijk bij. Vroeger spoten fruittelers anders. Ik heb nog een foto van een boomsproeimachine uit de periode 1928–1936. Telers deden een regenpak aan om zichzelf te beschermen. Frank stimuleert mij om meer biologie te gebruiken en dat waardeer ik. Ik begrijp dat we minder middelen moeten gebruiken en de adviezen van Frank helpen daarbij. Toch zit je als teler soms in een spagaat, omdat je moet kijken naar de kostprijs én wat praktisch mogelijk is. De bereidheid om minder chemie te gebruiken is er zeker, maar er is tijd nodig om op zoek te gaan naar groene alternatieven. Helemaal zonder chemie telen is erg lastig.”
Omdat het bedrijf al zo lang in de familie is, is fruitteelt er bij Jan Wim met de paplepel ingegoten. “Ik vind peren heerlijk en de teelt ervan is mooi. De ontwikkeling van bloesem tot peer is prachtig om te zien. En het is mooi te zien hoe je die ontwikkeling probeert te beïnvloeden, zodat je zoveel mogelijk kwalitatief goede peren kunt oogsten.” Eerder teelde Jan Wim ook appels, maar hij kiest uiteindelijk voor specialisatie en richt zich nu volledig op peren. “Als ik alleen peren teel, hoef ik mijn aandacht niet te verdelen; het was een pragmatische keuze. De oogst van de Conference viel altijd samen met de oogst van de Elstar-appels en vergde veel energie. Bovendien weet ik bij peren meer rendement te behalen. Conference is ons hoofdras. Daarnaast telen we Triomphe de Vienne, Doyenné du Comice, Beurré Alexander Lucas en een beetje Gieser Wildeman.” In 2020 oogste Jan Wim voor de laatste keer appels. “Op de twee hectare waar de appelbomen stonden, staan nu jonge perenbomen. Ik hoop daar volgend jaar de eerste peren van te kunnen oogsten.” De oogst vindt jaarlijks in september plaats. “Door de peren te bewaren in speciale koelcellen kunnen we jaarrond leveren.”
De dochter van Jan Wim is elf en zijn zoon is tien. “Ik weet niet of ze mij in de toekomst opvolgen in het bedrijf. Het zou mooi zijn als zij straks als vijfde generatie het bedrijf overnemen, maar ik gun mijn kinderen eigenlijk meer zekerheid voor de toekomst. Fruitteelt is veel werk en je weet niet of je inspanning wordt beloond. Dat weet je pas geruime tijd later, als het geld op je bankrekening staat.” Ondanks het vele werk spreekt Jan Wim passievol over de fruitteelt. “Ik kan ervan genieten en hoef er niet rijk van te worden.” Op de jubileumwebsite van Van Iperen las Jan Wim een blog van directeur Dirk-Jan Bakker. “Hij schrijft dat we vooral dank verschuldigd zijn aan God. Dat vind ik heel mooi. We proberen de groei van het gewas te beïnvloeden, maar uiteindelijk kunnen wij geen peren laten groeien. Dat doet God.”