Een paar weken geleden schreven we al over de proef tegen bladluizen bij Vertify in dit artikel. Inmiddels is het onderzoek afgerond en kunnen we de resultaten delen.
Binnen Van Iperen weten de gewasbeschermingsadviseurs het maar al te goed, het beheersen van schadelijke bladluizen in tuinbouwgewassen wordt een zeer grote uitdaging voor de toekomst. We zien de problemen nu al op ons afkomen en telers vragen zich af hoe dit verder moet.
Van Iperen investeert in verschillende bladluisbestrijdingsproeven via praktijkgericht onderzoek. Deze proeven worden ingezet bij verschillende telers, maar ook bij onderzoekinstanties. Momenteel hebben we proef afgerond die bij Vertify is uitgevoerd.
De bladluizenproef bij Vertify is ingezet op potchrysanten. We wilden graag weten hoe goed de niet-selectieve groenere gewasbeschermingsmiddelen kunnen bijdragen aan de bladluisbeheersing. Dit alles in combinatie met de biologische bestrijders sluipwesp (Aphidius colemani) en galmug (Aphidoletes aphidimyza).

Aphidius colemani Aphidoletes aphidimyza
Zoals aangegeven werden er drie niet-selectieve groenere bladluismiddelen ingezet naast de biologische bestrijders. Het ging hier om Oroganic, Flipper en Neemazal. Ook lag er een chemische referent in de proef die is gespoten met het selectieve bladluizenmiddel Teppeki. Tot slot werd er gewerkt met een onbehandeld object. Dit object stond in dichte kooien zodat daar geen biologische bestrijders bij konden komen.
Uiteindelijk zagen we in de proef een mooie ontwikkeling van biologie. Deze had de grootste bijdrage aan de bladluis bestrijding. Het object dat naast de biologie was aangevuld met Neemazal kwam het beste uit de proef. Ook het object dat behandeld was met Teppeki werd na drie weken vet van de bladluizen, al moet hier wel bij vermeld worden dat het middel maar één keer is toegepast.