Van kas naar winkelvloer: chemievrij telen in de praktijk

Afbeelding Van kas naar winkelvloer: chemievrij telen in de praktijk

Intratuin en Van Iperen bouwen samen aan een nieuwe standaard, van kweker tot consument

Intratuin wil verduurzamen en stelde zichzelf voor 2030 twee stevige doelen: groenere tuinen bij de consument en een assortiment dat voor 70 procent chemievrij is. Dat laatste vraagt om kwekers die zonder chemie telen. Het klinkt logisch, maar de praktijk blijkt weerbarstiger. Er kwam een vraag op tafel die niemand had voorzien: hoe gaan we om met plaagproblemen in het tuincentrum? Intratuin wil en mag daar niet meer met chemie ingrijpen. Op die vraag had niemand meteen een antwoord, ook Van Iperen niet. Samen gingen ze op zoek naar een oplossing die nog niet bestond.

Elise Wieringa, manager duurzaamheid bij Intratuin Nederland, licht de ambitie toe. “We willen de helft van alle tuinen in Nederland groener maken: minder tegels, meer planten. Zodat natuur, openbaar groen en tuinen als het ware aan elkaar geknoopt worden, waarmee er een snelweg voor biodiversiteit ontstaat. En we willen dat 70 procent van ons assortiment chemievrij is.” De chemische bestrijdingsmiddelen liggen al niet meer in onze schappen; de volgende stap is de chemie uit het plantassortiment terugdringen.

Die ambitie verandert ook de positie van de kweker. “Toeleveranciers moeten groen telen, zodat wij groen kunnen verkopen”, zegt Elise. Veel telers werken al hard aan verduurzaming, maar konden dat niet altijd laten zien. “Kwekers krijgen veel kritiek te verduren, terwijl ze keihard werken aan een gezond product en het behoud van de sector. Ze willen dat ook kunnen laten zien. Die kans geven wij ze.” Tegelijk vraagt de omslag ook veel van Intratuin zelf. Er vallen producten af waar geen groen alternatief voor is.

Een plaagprobleem op de winkelvloer

Maar toen Intratuin aan de knop draaide, gebeurde er iets waar ze niet op gerekend hadden. Elise legt uit hoe dat zat. “Als wij zeggen: teler, ga chemievrij telen, dan krijgen we andere plantenbinnen. Die zijn niet meer geconserveerd, krijgen geen systemische middelen meer mee. Dus kregen we plaagproblemen in het tuincentrum zelf, en die konden we niet meer aanpakken. We moesten een andere oplossing zoeken.”

Die oplossing lag niet voor het oprapen. Biologische plaagbestrijding in de kas is bekend terrein, maar op een winkelvloer had niemand hier ervaring mee. Intratuin klopte aan bij Van Iperen, dat veel ervaring heeft met biologie bij kwekers. Marie-Anne Zwinkels, manager corporate communicatie en duurzaamheid bij Van Iperen, zegt: “Ook voor ons was dit nieuw. De omstandigheden in een kas zijn heel anders dan in een Intratuinvestiging.” Toch gingen ze de uitdaging aan. Vorig jaar startten de twee bedrijven samen een pilot om te onderzoeken of biologische plaagbestrijding op de winkel vloer überhaupt haalbaar was.

 

Leren scouten in de winkel

Uit de pilot kwamen vier plagen naar voren die in de winkels het meeste voorkomen: spint, trips, luis en wolluis. Zeven vestigingen deden mee; zij waren gekozen omdat ze direct enthousiast waren en tijd voor de pilot beschikbaar hadden. “Je hebt de mensen op de winkelvloer nodig”, zegt MarieAnne. “Zij zijn de ogen en oren. We hebben ze leren scouten: plagen herkennen, maar ook de nuttige insecten. Hoe ziet luis eruit? En kijk, daar zit al een lieveheersbeestje, de belangrijkste vijand van de luis.” Een winkel is een heel andere omgeving dan een kas, en juist dat maakte het lastig. “Bij onze klanten, de kwekers, heb je vaak een monocultuur, alles geconditioneerd om die ene plant zo goed mogelijk te laten groeien”, vertelt MarieAnne. “Hier heb je een enorme diversiteit aan planten, nooit het optimale klimaat of de optimale omstandigheden, en consumenten die planten aanraken of soms zelfs verplaatsen. Een protocol zoals je dat in een kas hebt, is hier onmogelijk.”

Afbeelding Van kas naar winkelvloer: chemievrij telen in de praktijk

Voor de vier meest voorkomende plagen werd een preventief schema ontwikkeld voor verschillende momenten in het jaar: wanneer komt welke plaag voor, en hoe houd je met biologie het evenwicht in stand? Geregeld kwam een technisch adviseur van Van Iperen langs. Hij bekeek en beoordeelde de situatie ter plekke, scherpte waar nodig het plan aan en nam medewerkers in het hele proces mee. “Aan het eind van het seizoen stond er een preventief schema voor de vier plagen. Daarnaast hadden de Intratuinmedewerkers nu meer kennis van plaaginsecten, het herkennen van plagen én nuttige insecten.”

De oplossing was er al

Tijdens een bezoek aan een vestiging in Utrecht liep het team met de rozenleverancier over het buitenterrein, want er zat veel luis in de rozen. “De adviseur van Van Iperen keek rond en zei: de oplossing heb je al”, vertelt Elise. “Hij zag overal lieveheersbeestjes.” Buiten helpt de natuur mee: zodra er een plaag is, komen nuttige insecten daar vanzelf op af. MarieAnne: “Je hebt soms de plaag als voeding nodig om de nuttige insecten aan te trekken, en dat gebeurt dan ook. Maar het duurt even voordat er evenwicht is. Dat is een belangrijk inzicht, voor ons allemaal.”

Naar een netwerk van winkels

Na de pilot volgde de vraag: hoe verder? Op reguliere basis individueel langsgaan bij alle 65 Nederlandse Intratuinvestigingen is erg intensief. Er ontstond een aanpak met drie pijlers. De eerste is een intakebezoek per vestiging, waarbij een adviseur van Van Iperen een preventief schema op maat opstelt en direct kennis overdraagt. Daarna volgen nog twee bezoeken om bij te sturen. Tussen de bezoeken door delen de vestigingen ervaringen en kunnen ze vragen stellen aan de adviseurs via een gezamenlijke WhatsAppgroep.

De tweede pijler is de biologie zelf: vestigingen bestellen op basis van het schema biologische producten bij Van Iperen, afgestemd op hun specifieke situatie. De derde pijler is kennis overdracht op grotere schaal: Van Iperen adviseurs geven online trainingen via Teams en presentaties tijdens de Intratuinbeurzen, die twee keer per jaar worden georganiseerd voor alle Intratuin vestigingen. Informatie wordt ook gedeeld via het intranet van Intratuin.

Intratuin is een zogenoemde soft franchiseorganisatie, een soort coöperatie van ondernemers. “Je moet de ondernemers, bedrijfsleiders en medewerkers meekrijgen, en dat gaat niet in één keer”, zegt Elise. “Commitment moet komen van de ondernemer én van de medewerkers.” Op de interne plantenbeurzen was Van Iperen aanwezig met nuttige insecten, om te laten zien wat er kan dankzij de pilot. “We begonnen de pilot met zeven vestigingen, maar inmiddels zijn er twintig aan de slag met biologische plaag bestrijding”, zegt MarieAnne. “Volgend jaar hopen we dat nog meer vestigingen aansluiten. We willen een netwerk bouwen waarin de deelnemende vestigingen ervaringen delen, vragen aan elkaar stellen en van elkaar leren.”

Biologie van kweker tot winkel

Het bijzondere van deze samenwerking is dat Van Iperen nieuw terrein betreedt aan de retailkant, waarbij het bedrijf al sinds jaar en dag thuis is bij de kwekers die aan Intratuin leveren. Niet al onze toeleverende telers zijn
klant bij Van Iperen, maar de naam is bekend in de tuinbouw. “Daardoor is er al snel een basis van vertrouwen, en kan Van Iperen ook nieuwe klanten in de keten gaan adviseren”, zegt Elise. Zo wordt de kennis doorgetrokken: bij de kweker in de kas en bij Intratuin op de winkelvloer.

Als uitbreiding op de pilot zijn Intratuin en Van Iperen samen met Ammerlaan The Green Innovator in gesprek gegaan over hoe de verschillende schakels in de keten nog beter op elkaar kunnen aansluiten. Het resultaat: Ammerlaan is recent gestart met het leveren van kamerplanten met een zakje biologie erin. Nuttige insecten reizen zo mee vanaf de kweker, waardoor de biologische aanpak door de hele keten wordt doorgetrokken. Van Iperen begeleidt de kweker in dat proces en denkt mee over de samenstelling en omvang van de zakjes. Bij succes willen Intratuin en Van Iperen dit uitrollen naar meer leveranciers.

De consument is de laatste schakel. Via filmpjes, sociale media, posters en borden bij de planten legt Intratuin uit dat een beestje in een plant heel normaal is; de nuttige insecten zijn de bodyguards van de plant. “Buiten is de drempel veel lager: consumenten vinden een beestje in de tuin prima”, zegt Elise. “Maar binnen is het een ander verhaal. Daar is echt nog een flinke stap te gaan.” Toch is dit de sleutel: pas als de consument begrijpt wat nuttige insecten doen, verdwijnt de weerstand. Inmiddels verkoopt Intratuin ook biologie aan de consument.

Afbeelding Van kas naar winkelvloer: chemievrij telen in de praktijk

Samen veranderen

De kracht van Van Iperen zit in het brede pakket en de brede kennis, vindt Elise. “Wij draaien aan de knop chemievrij, maar dat kan alleen als je ook nadenkt over weerbaarheid, meststoffen en teeltmethoden. Het is niet alleen chemie afbouwen, het is het geheel. Die kennis is aanwezig bij Van Iperen.” Daar hoort ook een eerlijk gesprek bij: welke teelten wel en welke niet chemievrij kunnen. “Als het voor een teelt niet kan, dan moet je andere keuzes maken. In dit hele traject mag een kweker de tijd krijgen om te veranderen, maar het gesprek hierover moet je op tijd aangaan.”

Van Iperen kan door de hele keten heen helpen met kennis en ervaring op het gebied van biologische plaagbestrijding, mede opgebouwd via programma’s als ‘100% Groen Geteeld’. Zo krijgen kwekers perspectief bij de gevraagde verandering. Ook andere tuincentra tonen inmiddels belangstelling voor de aanpak. MarieAnne: “De gesprekken lopen. Maar het belangrijkste is dat we hiermee kwekers kunnen helpen om aan de vraag van de markt te voldoen. Dáár zit de echte waarde.”

Kennis & Nieuws

Gerelateerde berichten

Afbeelding Gelezen in Bloemisterij: ‘De lelieteelt is veel groener dan menigeen denkt’
Klantverhaal Duurzaamheid

Gelezen in Bloemisterij: ‘De lelieteelt is veel groener dan menigeen denkt’

Wat maakt de lelieteelt stap voor stap duurzamer? Lelieteler Bart van Kester van Qualily vertelt samen met onze Technisch Specialist Gewasbescherming / Biologie, Ischka Stokman, hoe biologische gewasbescherming, goed monitoren en gericht scouten bijdragen aan een duurzame teelt.

Afbeelding Zoektocht naar mineervliegaanpak in de sierteelt
Technische achtergrond Biologie

Zoektocht naar mineervliegaanpak in de sierteelt

Mineervlieg is een flinke uitdaging in de sierteelt. Chrysant en gerbera zijn teelten die last hebben van mineervlieg, maar de manier van bestrijden en de schadedrempel verschillen sterk.

Afbeelding Luis beheersen vraagt om meebewegen
Technische achtergrond Biologie

Luis beheersen vraagt om meebewegen

Biologische bestrijding speelt een steeds grotere rol in de sierteelt. Toch blijft het beheersen van luis een uitdaging. In de praktijk hangt het succes af van meerdere factoren. Eén daarvan is de manier van toepassen. Wat de beste manier is, hangt dan weer af van onder andere de omstandigheden in de kas en het type luis.