28 september 2020

Eerst water, de rest komt later!

Een land vol rivieren, sloten, kanalen en kikkers. En dan een probleem met de beschikbaarheid van zoet water? Nederland heeft een lange en ijzersterkte reputatie op het gebied van waterafvoer. Maar op het gebied van zoetwatervoorziening (de andere kant van de medaille) valt nog veel te ontwikkelen.

“Niemand had gedacht dat het drie jaar achter elkaar zo droog zou zijn. Dat er in onze regio gebieden zijn waar we, met de nodige voorzichtigheid, spreken van misoogsten. Hoewel we onze gewassen nog precies zo telen als twintig jaar geleden, is er echt iets veranderd: het zoete water raakt op.” Dirk Bakker, technisch directeur bij Van Iperen, over toenemende droogteperiodes in Nederland en de maatregelen die nodig zijn om een zoetwatertekort tegen te gaan. “In de akkerbouw verandert er van alles en allemaal tegelijkertijd. Dat maakt het er niet makkelijker op.
Gewasbescherming en bemesting in transitie, vergroening, klimaatverandering en dan ook de beschikbaarheid van goed water. Dat laatste zal de komende jaren steeds minder vanzelfsprekend worden. En daar zullen we met elkaar op moeten anticiperen. Vooralsnog lijkt de tuinbouw er minder onder te lijden. Maar de sierteelt onder glas, met teelten in de vollegrond, worstelt er net zo goed mee. Aan het gebruik van oppervlaktewater kleven serieuze risico’s. Groentetelers hebben hun eigen wateropvang, recirculatie van voedingswater en de techniek van omgekeerde osmose waardoor ze water kunnen hergebruiken. Maar ook daar hebben de niveaus in de waterbassins al wel eens op het minimum gestaan.”

 

Droger dan ooit

Droger dan het voorjaar van 2020 is het volgens het KNMI nog nooit geweest. Akkerbouwers in grote delen van Zeeland konden niet beregenen en moesten dus lijdzaam toezien hoe slecht hun gewassen groeiden. Hier en daar werden in juni al uienpercelen vernietigd. In het oosten van het land was het niet anders. Daar werd beregenen al vroeg in het seizoen door de overheid verboden. Ook andere delen van het land worstelen met een watertekort. In Noord-Holland bijvoorbeeld, een regio niet ver van het IJsselmeer, daalt het grondwaterpeil en rukt het zeewater verder op. En waar het zeewater eenmaal is, gaat het nooit meer weg. Verzilting van de bodem en het water dreigt.

 

Aanvoeren in plaats van afvoeren

“Bij een fertigatieproef van Van Iperen op Colijnsplaat in de zaaiuien hebben we eind mei met een binnenvaartschip water aan moeten voeren. Anders was er van die proef niets terecht gekomen. In de fruitteelt hebben veel telers kortere of langere tijd geleden gekozen voor fertigatie. Dat is effectief en bespaart enorm veel water. Maar nu is het zo droog dat de aanvoercapaciteit van één slang per bomenrij onvoldoende is. In de tulpen was er tot half juni al elf keer beregend, tegen vier keer in een ‘normaal’ jaar. En zo kan ik nog wel een poosje doorgaan.” “In ons land zijn we meesters in het afvoeren van teveel water. Het hele jaar door voeren we het rivierwater zo snel mogelijk af naar zee. Nu zullen we ons tegelijkertijd moeten richten op het aanvoeren en vasthouden
van water. Initiatieven als bijvoorbeeld Freshmaker, waarbij in het najaar en de winter zoetwater in de bodem wordt opgeslagen, worden belangrijker. Om de schade door droogte te beperken, moeten we meer manieren verzinnen om zoetwater langer vast te houden.”

 

Samenwerken met de omgeving

Andere opties zijn volgens Bakker: het gehalte organische stof verhogen, waardoor de bodem meer vocht vasthoudt, in droge perioden de plant helpen met biostimulanten, slim beregenen, meer gebruikmaken van de mogelijkheden van wateropslag in de ondergrond, het opvangen van regenwater en de toepassing van waterbesparende technieken zoals druppelirrigatie. “Belangrijk bij het
zoeken naar oplossingen is dat we bereid zijn om samen te werken. Probeer het niet alleen te doen, maar kijk hoe de situatie bij anderen in je omgeving is. Denk aan je collega akkerbouwers, maar ook aan andere organisaties die op zoek zijn naar een oplossing van dit probleem, zoals de waterschappen en de natuurorganisaties. We hebben in zekere zin een gezamenlijke opdracht.”

“Klimaatverandering is een feit. Daar kunnen we onmogelijk meer omheen. Ga er maar vanuit dat er ten opzichte van het verleden een watertekort is en misschien is dat wel structureel. Het betekent dat we ook anders moeten gaan denken over de teelt, de gewassen en de rassen. Weten we eigenlijk wel hoeveel water bijvoorbeeld een aardappelgewas gebruikt? Dat het een vochtminnend gewas is, dat weten we allemaal wel, maar hoeveel heeft het nu werkelijk nodig? En wanneer? En hebben we dat in een periode van droogte wel beschikbaar? Dat soort informatie moeten we voor elk gewas gaan verzamelen.”

 

Hulp?

“Graag willen wij de sector helpen bij het waterbeheer. Niet dat wij de oplossing al helemaal in huis hebben. Samen moeten we de situatie in kaart brengen en plaatsspecifieke oplossingen bedenken. Bel of mail ons als je hierover nadenkt.”