Bloeiende planten, zoals struiken en (on)kruiden, trekken nuttige insecten aan. Het behouden of inplanten van een gemengde haag, die bestaat uit plantensoorten die gezamenlijk het hele groeiseizoen bloeien, in of rondom gewassen is hier een voorbeeld van. Het is verstandig om bij een gemengde haag te kiezen voor soorten die het aantal nuttige insecten verhogen, zonder dat het aantal schadelijke soorten toeneemt. Een voorbeeld van een bloeiboog voor appel is: hazelaar, zwarte els, boswilg, inlandse vogelkers, haagbeuk, sporkehout en struikklimop.
Een gefaseerd maaibeleid is het bewust overslaan van grasbanen om onder andere bloeiende kruiden te behouden. Gefaseerd maaien van grasbanen in een gewas is een manier om een selectieve groep nuttige insecten aan te trekken, te behouden en te stimuleren om plagen in de bomen te bestrijden.
De volwassen roofwantsen (Anthocoris, Orius), roofkevers (lieveheersbeestje), bestuivers (bijen, hommels), gaas- en zweefvliegen voeden zich o.a. met stuifmeel, nectar en/of pollen van bloeiende planten. Zij hebben baat bij de aanwezigheid van bloeiende (on)kruiden in een gewas gedurende het groeiseizoen. De volwassenen Anthocoris en Orius hebben echter de neiging om op deze bloeiende (on)kruiden te blijven zitten bij voldoende aanbod. Het gefaseerd maaien zal voor deze wantsen een duwtje in de rug zijn om op zoek te gaan naar voedsel op een andere plek, zoals in het gewas.
Momenteel is het idee om minstens 20% (1 op de 5) grasbanen afwisselend te maaien. Het is verstandig om de niet-gemaaide banen over de hele boomgaard te verspreiden en deze elke drie tot vijf weken te rouleren. Door het gefaseerde maaibeleid krijgen zogenoemde ‘spontane onkruiden’ de kans om zich in het perceel te vestigen en te bloeien.
Spontane (on)kruiden zoals paarse dovenetel, boterbloemen, madeliefjes en paardenbloemen kunnen in de grasbanen en aan de perceelranden van een gewas behouden worden om nuttige insecten aan te trekken. Naast deze spontane (on)kruiden kunt u er ook voor kiezen om bewust kruiden in te zaaien die zweefvliegen, sluipwespen, roofwantsen en roofkevers aantrekken.
boekweit
duizendblad
gele ganzenbloem
korenbloem
kamille
margriet
goudsbloem
koriander
venkel
Er bestaat ook een biodiversiteitsmix met deze en andere kruidensoorten, genaamd Fruitmax.
| Plantensoort | Een- of meerjarig | Bestuivende insecten | Zweefvliegen | Sluipwespen | Overige |
| Beemdkroon | Meerjarig | ✓ | |||
| Boekweit | Eenjarig | ✓ | ✓ | ✓ | |
| Boerenwormkruid | Meerjarig | ✓ | |||
| Duizendblad | Meerjarig | ✓ | ✓ | ||
| Gele ganzenbloem | Eenjarig | ✓ | ✓ | ||
| Gewoon knoopkruid | Meerjarig | ✓ | |||
| Kamille | Eenjarig | ✓ | ✓ | ✓ | |
| Korenbloem | Eenjarig | ✓ | ✓ | ✓ | |
| Koriander | Eenjarig | ✓ | ✓ | ✓ | |
| Margriet | Meerjarig | ✓ | ✓ | ||
| Slangenkruid | Meerjarig | ✓ | |||
| Venkel | Meerjarig | ✓ | |||
| Wikke | Meerjarig | ✓ | |||
| Wilde peen | Meerjarig | ✓ | ✓ |
250 gram op 100m2 (volvelds) Vanaf begin mei Op een vochtige bodem met voldoende bodemtemperatuur Verpakking: 1kg
Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit bericht mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.