Hard werken en innoveren in de Zeeuwse akkerbouw

Afbeelding Hard werken en innoveren in de Zeeuwse akkerbouw
7 mei 2021

Vorig jaar hoorde ik dat de buurman toe was aan een nieuwe spuit. Ik heb hem toen benaderd met de vraag of we niet samen konden doen. Inmiddels hebben we een proefperiode van een jaar achter de rug. En dat is ons beiden uitstekend bevallen.”

Aan het woord is Nicole Gijzel – Bil uit het Zeeuwse Kerkwerve. Samen met haar vader Sjaak runt ze sinds 2012 hun akkerbouwbedrijf. Nicole: “We zoeken zoveel mogelijk de samenwerking met andere boeren. Daar worden we allemaal beter van. Onze spuit is nu een stuk rendabeler, we zijn meer betrokken bij elkaars bedrijf en we nemen het werk gemakkelijk van elkaar over. Zo spuiten we nu, als het uit komt, ook elkaars percelen.”

Familiebedrijf

Of Nicole altijd de ambitie heeft gehad om akkerbouwer te worden, weet ze eigenlijk niet zo goed. “Ik weet wel dat ik als vierjarige kleuter met een tekening in De Boerderij heb gestaan waarin ik aangaf boerin te willen worden. Maar als tiener heb ik er nooit over nagedacht. Ik werkte altijd mee, zonder over die dingen na te denken.” Sjaak beaamt de visie van zijn dochter: “Het is zo gegroeid. Natuurlijk ben ik wel heel blij en dankbaar dat er opvolging is.”

De samenwerking tussen de generaties verloopt volgens beiden natuurlijk. Nicole: “Uiteraard pak ik de zaken wel eens anders aan dan mijn vader zou doen, maar dat is bij ons geen probleem. Dat heeft er ook mee te maken dat de taken zijn verdeeld. Zo ben ik verantwoordelijk voor het spuiten en neemt hij de bemesting en het zaaiwerk voor zijn rekening.”

Hun werkweek bestaat uit 60 tot 80 uur. Naast het akkerbouwbedrijf zijn beiden ook in dienst van het Limburgse DSV-zaden als teeltbegeleiders van graszaad. Sjaak: “Mijn oom werkte vroeger als arbeider bij mijn vader, maar zat daarnaast in het graszaad. Ik hielp hem wel eens. Toen ik van de HAS kwam was er een vacature bij DSV. Door toedoen van mijn oom ben ik daar toen terechtgekomen.” Ook Nicole ging na de HAS eerst volledig in dienst bij DSV.

Specialist in het vak

Naast poot- en consumptieaardappelen, suikerbieten, wintertarwe, koolzaad en uien, heeft graszaad dan ook een prominente plek in het bouwplan van het akkerbouwbedrijf. In totaal verbouwen ze zo’n 90 hectare eigen grond. Af en toe huren ze er nog wat bij. Voor de aardappels hanteren ze een bouwplan van 1 op 5. “Graszaad is saldo technisch aantrekkelijk en het heeft, als het om bodemverbetering gaat, meer waarde dan tarwe.”

Ze gaan uitsluitend voor het hoogste rendement en kiezen dan ook voor de duurdere graszaadteelten. Beiden zijn dan ook specialisten in het vak. “Er zit veel variatie in de opbrengst van deze teelt.
Ons vakmanschap maakt daarin echt het verschil.” Sjaak: “Het is ook een prachtig product. Bloeiende percelen en in zomer en winter altijd groen, dus duurzaam.” Naast de teelt zorgen ze zelf ook voor op- en overslag van het graszaad, ook voor telers in de omgeving. “Van zaaien tot het leveren van het vuilproduct hebben we alles in eigen hand.”

Vooruitstrevend

Nicole: “Een baan en tegelijkertijd het bedrijf runnen vraagt natuurlijk heel veel van je. Hoewel digitalisering het tegenwoordig wel iets makkelijker maakt. Als ik op GPS aan het zaaien ben, dan heb ik mooi de gelegenheid om te bellen en te Whatsappen. Dat was er vroeger niet bij. In een enkel geval moet je accepteren dat je niet alles zelf kan en huur je een ander in.”

“Het mooie van ons werk als teeltbegeleiders is dat we bij heel veel andere boeren komen. Daardoor zie en leer je veel dingen. En dat is ervaring die je mee naar huis neemt. Als je ons wilt positioneren in de sector, dan zitten wij voorin het peloton. We leveren een hoogwaardig product, zijn flexibel en doen ook graag mee met experimenten. Ook daarin is het natuurlijk een voordeel dat we allebei bij DSV werken. Je zit er daardoor heel dicht op en verschillende proeven worden ook uitgevoerd op ons bedrijf. Op die manier blijf je voorop lopen.”

Sjaak: “We zijn een vooruitstrevend bedrijf. We laten ons ook niet snel uit het veld slaan. Veel akkerbouwers maken zich zorgen over de toekomst. En natuurlijk wordt het er niet makkelijker op. Maar wij staan positief in het leven. Er zijn genoeg mogelijkheden om door te gaan. Voor alle veranderingen waar we tot nu toe mee te maken hebben gehad, hebben we ook weer een oplossing gevonden.”

Droogte

De grootste uitdaging van dit moment is het tekort aan zoet water op Schouwen-Duiveland. Drie droge jaren achter elkaar hebben er op het Zeeuwse eiland flink ingehakt. “Vooral het laatste jaar kostte het veel opbrengst, met name in de pootaardappelen en het graszaad. We hebben nog nooit zo’n slechte opbrengst van het graszaad gehad. Met de zaaiuien waren we noodgedwongen, vanwege de droogte, al eerder gestopt.”

Om de droogteproblemen op te kunnen vangen, wordt eilandbreed nagedacht over oplossingen. “Ook hierin moeten we zoveel mogelijk met elkaar samenwerken.” Voor hun eigen bedrijf liggen er twee mogelijke oplossingsrichtingen: het gebruiken van twee doodlopende sloten die als bassin dienst kunnen doen of ondergronds water op gaan slaan. “In dat laatste geval moet er een zoetwaterbel gevormd worden. Daar gaat wel twee tot drie jaar overheen voordat je daar gebruik van kunt maken. Ga je namelijk te snel water uit die bel onttrekken, dan trekt de aangelegde bel zich vol met brak of zout water uit de directe omgeving en wordt dan zout. En zout water wordt nooit meer zoet.”

Komend jaar hopen ze een proef te doen met irrigatie in de pootaardappelen om zo zuiniger om te gaan met het beschikbare water. Mogelijk wordt de helft van de proef uitgebreid met fertigatie. “De specialist van Van Iperen is al langs geweest om ons hierover te adviseren.” Sinds een paar jaar wordt er variabel gespoten (PrecisieteeltPlus) en kunstmest gestrooid. Met name bij de inzet van bodemherbiciden zien ze hele goede resultaten. Minder schade van middelen betekent een gelijkmatiger gewas en een betere opbrengst.

Dat is service

De samenwerking met Van Iperen kent twee richtingen. “Naast dat zij ons adviseren op het akkerbouwbedrijf, zijn wij vanuit DSV hun leverancier van graszaden en mengsels van groenbemesters. Rinus van Rossum adviseert ons bij alle aspecten van de teelt van onze gewassen, maar bij graszaad weten we zelf natuurlijk al waar het over gaat. Zo maakt Rinus – en dat is de service van Van
Iperen – voor ons het bemestingsplan en kijkt hij mee als het gaat om de bespuitingen en de gewasontwikkeling. Sterk aan Van Iperen is dat zij heel veel gespecialiseerde kennis in huis hebben. En daar maken wij graag gebruik van.”

 

Kennis & Nieuws

Gerelateerde berichten

Afbeelding Ondergronds water én mest geven biedt perspectief
Technische achtergrond Fertigatie

Ondergronds water én mest geven biedt perspectief

Droge zomers, strengere milieuregels, hoge voerprijzen en een groeiende behoefte aan zekerheid over ruwvoer van eigen land. Het zijn uitdagingen waar melkveehouders steeds vaker mee te maken krijgen. Tegelijkertijd liggen er kansen in technieken die in andere sectoren al langer hun waarde hebben bewezen. Eén daarvan is fertigatie: het ondergronds en gelijktijdig toedienen van water en nutriënten. 

Afbeelding Kali-, calcium- en magnesiumvoeding van uw kalibehoeftige gewassen
Technische achtergrond Bemesting

Kali-, calcium- en magnesiumvoeding van uw kalibehoeftige gewassen

Wanneer en welke kalimeststof strooien? “Vroeg” over de vorst strooien: Voor een vroege kalibemesting kunt u meestal gebruik maken van chloorhoudende kali.

Afbeelding Meld resten en oude gewasbeschermingsmiddelen nu aan bij STORL
Nieuws Gewasbescherming

Meld resten en oude gewasbeschermingsmiddelen nu aan bij STORL

In 2026 is het weer mogelijk om eenvoudig resten van oude, vervallen middelen gewasbescherming te laten afvoeren. Meer informatie en aanmelden kan via de website van STORL.