Over enkele weken start het voorjaar. Dit betekent dat de voorjaarsbemesting in beeld komt. In deze special richten we ons op de bemesting van de hoofdelementen stikstof, fosfaat en kali.
Hieronder ziet u een overzicht voor de hoofdelementen stikstof, kali en fosfaat. De basisgift stikstof in het voorjaar geven we vanuit kunstmest, veelal in de vorm van kalkammonsalpeter (KAS). Afhankelijk van de bemestingstoestand van uw percelen kan hierbij ook de combinatie met bijvoorbeeld magnesium of fosfaat worden gemaakt. Een goede bemestingsstrategie is maatwerk, hiervoor kunnen ervaringen van afgelopen jaren worden benut. Daarnaast is het ook altijd goed om de bemestingsstrategie met enige regelmaat te heroverwegen, bijvoorbeeld aan de hand van een aantal grondmonsters. Uw adviseur is altijd bereid om hierbij met u mee te denken. Naast de basisbemesting vormen bladvoeding en mogelijkheden voor het toepassen van organische mest ook speerpunten van een goede bemestingsstrategie.
Zoals u van ons gewend bent zullen wij gaandeweg het seizoen regelmatig actualiteiten met u delen met rondom de bemesting.
Onderstaand wordt kort de rol diverse nutriënten toegelicht met daarbij aandacht voor de meest gangbare meststoffen welk kunnen worden ingezet.
Stikstof (N) is één van de hoofdelementen waar gaandeweg het seizoen vrij veel aandacht aan wordt besteed. Dit element speelt een belangrijke rol in de vegetatieve groei van het gewas waarbij het aanmaken van chlorofyl (bladgroen) een belangrijk onderdeel is. Een gewas met een tekort aan stikstof wordt geremd in ontwikkeling, een overmaat aan stikstof maakt het gewas daarentegen weer aantrekkelijker voor allerlei schadelijke insecten en kan een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van uw fruit. Hierbij is het belangrijk zoveel mogelijk te streven naar een optimale balans.
Vroeg in het seizoen is de bodemtemperatuur over het algemeen veelal te laag voor een goede mineralisatie en dan met name in peer. Het toedienen een basisgift tussen de 40 en 50 kg zuiver hierbij een goede richtlijn. Belangrijk hierbij is dat de stikstof in de wortelzone zit wanneer het gewas in bloei komt. Met name in peer, zeker de vroegbloeiende rassen, komt het uitvoeren van de basisbemesting in de loop van februari al aan de orde. In appels kunt dit doorschuiven naar maart .
Wanneer de bodemtemperatuur oploopt wordt het bodemleven actief en komt de mineralisatie op gang. Wanneer bijvoorbeeld na de bloei organische mest wordt ingezet zal dit in de loop van het seizoen ook zorgen voor extra stikstof, natuurlijk ook afhankelijk welke mestsoort wordt gekozen.
Met meespuiten van ureum is veelal een standaard onderdeel van het bladvoedingsschema. Dit zorgt voor een aanvullende stikstofbemesting van het gewas via het blad.
Verschillende vormen van stikstof
Stikstof vanuit kunstmest kent 3 verschillende vormen met verschillende eigenschappen. Om een juiste keuze te maken is het belangrijk inzicht te hebben in wat de verschillen zijn op dit gebied.
Direct opneembaar voor het gewas maar wel gevoelig voor uitspoeling. Door de negatieve lading van nitraat vindt er geen binding plaats bodemdeeltjes. Met name op lichtere gronden moet rekening worden gehouden met het risico op uitspoeling.
Positief geladen waardoor veel gemakkelijker binding ontstaat het bodemdeeltjes ten opzichte van nitraat en daardoor veel minder gevoelig voor uitspoeling. Ammonium is ook opneembaar voor het gewas maar minder gemakkelijk ten opzicht van nitraat, mede doordat ammonium veel minder mobiel is in de bodem. In de bodem wordt ammonium door het bodemleven omgezet naar nitraat, dit proces wordt nitrificatie genoemd. Naarmate de bodemtemperatuur oploopt wordt het bodemleven actiever begint dit proces sneller te lopen. Onder droge omstandigheden en/of bij een hoge pH (weinig H+-ionen aanwezig) van de bodem is het risico aanwezig dat ammonium (deels) wordt omgezet in ammoniak en vervluchtigd.
Geen lading waardoor de binding met bodemdeeltjes beperkt is. Ureum wordt via ammonium uiteindelijk omgezet naar nitraat. De stap van het omzetten van Ureum naar ammonium wordt urease genoemd. Het enzym urease, bodemtemperatuur, voldoende vocht en pH van de bodem spelen hierbij een belangrijke rol. Wanneer de omstandigheden hiervoor niet optimaal zijn, vindt er vervluchtiging via vorming van ammoniak plaats. De gevormde ammoniak wordt uiteindelijk door het bodemleven omgezet in nitraat. Zoals eerder aangeven is ook in deze fase het risico op gedeeltelijke vervluchtiging aanwezig. Om vervluchtiging te beperken, wordt er met dit soort meststoffen veelal gewerkt met een zogenaamde ureaseremmer. De omzetting van ureum naar ammonium vindt hierdoor meer geleidelijk plaats met een verminderde kans op ophoping van ammonium en minder kans ammoniakvorming. Ipreum is een ureummeststof waar een ureaseremmer aan is toegevoegd.
Het belangrijkste doel van de stikstofbemesting vroeg in het seizoen is om voldoende stikstof beschikbaar te hebben rondom de periode van bloei en vruchtzetting. De eerste voorkeur gaar hierbij veelal uit naar een wat sneller werkende stikstofmeststof met een combinatie van nitraat en ammonium. Ipreum kent een wat langere duurwerking en een meer geleidelijke afgifte van stikstof ten opzichte van bijvoorbeeld kalkammonsalpeter. In bepaalde situaties kan het zeker zinvol zijn Ipreum in te zetten als stikstofmeststof.
De gebruiksnormen blijven in 2026 gelijk aan afgelopen jaar, ook de indeling van de NV-gebieden blijft gelijk aan vorig jaar. Dit heeft er mee te maken dat het besluit over het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn is uitgesteld naar een nieuw kabinet. Concreet betekent dit dat komend seizoen het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn van kracht met de daarbij geldende wet- en regelgeving. De overgang van NV-gebieden naar zogenaamde aandachtsgebieden is hierbij dus ook uitgesteld. Dit betekent verder ook dat de gebruiksnormen voorlopig gelijk blijven.
| Stikstofgebruiksnormen | Klei | Zand, lös & veen | ||
| NV-gebieden | NV-gebieden | |||
| Appel & Peer | 175 kg | 140 kg | 165 kg | 132 kg |
| Pruim & Kers | 175 kg | 140 kg | 165 kg | 132 kg |
| Rode bes | 150 kg | 120 kg | 140 kg | 112 kg |
Algemeen geldt voor stikstofkunstmest dat u dit het beste kunt strooien op een wat vochtige bodem, tijdens windstil weer en bij voorkeur voor een regenperiode. Dit lukt natuurlijk niet altijd. Zeker in een wat drogere periode gaat de voorkeur uit KAS. Voor een bemesting met stikstof in korrelvorm zijn de volgende meststoffen toepasbaar:
Kalkammonsalpeter 27%N + 4 MgO (KAS)
Een breed inzetbare stikstofmeststof, bevat 27% N, die voor de helft uit nitraatstikstof en voor de andere helft uit ammoniumstikstof bestaat. De werkingsduur is 3 tot 6 weken. De nitraatvorm is direct na opname beschikbaar. KAS is weinig gevoelig voor vervluchtiging naar de lucht. We gaan uit van slechts 2,5% verlies aan N door vervluchtiging.
Ipreum
Deze meststof bestaat ook uit 46% ureum, met daarbij een ureaseremmer. Deze ureaseremmer remt het omzettingsproces van ureum naar ammonium. Hierdoor is er minder vervluchtiging en ook een langere duurwerking.
Magnesammonsalpeter 21%N + 8 MgO
Dit is een breed inzetbare stikstofmeststof, die voor de helft uit nitraatstikstof en voor de andere helft uit ammoniumstikstof bestaat. Het heeft een werkingsduur van 3 tot 6 weken.
Deze meststof bevat meer magnesium dan kalkammonsalpeter.
Zwavelzure ammoniak 21% N + 60% S03
Deze stikstofmeststof bestaat volledig uit ammonium. Heeft een licht verzurende werking op de bodem.
Omdat ammonium wat moeilijker opneembaar is voor de boom, heeft deze meststof een iets tragere aanvangswerking. Door de omzetting van ammonium naar nitraat (nitrificatie) kent deze meststof wel een wat langere duurwerking. Voor een goede nitrificatie is speelt een voldoende hoge bodemtemperatuur een belangrijke rol. Wel is deze meststof wat gevoeliger voor vervluchtiging ten opzichte van bijvoorbeeld kalkammonsalpeter.
Kalkstikstof 19,8% N + 50% CaO
Deze meststof bestaat vrijwel geheel uit cyanamidestikstof. Deze vorm van stikstof zet zich na het strooien onder invloed van vocht om in ammonium. Dit wordt vervolgens weer omgezet naar nitraat. Kalkstikstof heeft een nevenwerking op de afbraak van ascosporen van schurft en kan zo helpen om het infectierisico van schurftaantasting te verminderen. Verder heeft deze meststof ook een herbicidewerking. Door het hoge calciumgehalte wordt ook een bijdrage geleverd aan de calciumbemesting. Deze meststof heeft een werkingsduur van ongeveer 8 weken. Omdat de cyanamidestikstof ook andere nuttige schimmels en bacteriën doodt, is ons advies deze meststof beperkt te gebruiken. Overleg hiervoor met uw adviseur.
Kalksalpeter 15,5% N + 26% CaO
Deze stikstof in deze meststof bestaat volledig uit nitraatstikstof, wat zorgt voor een snelle aanvangswerking. De werkingsduur is 1 tot 3 weken. Het werkt tevens mee voor de calciumbemesting. Nadeel is dat nitraat wat gevoeliger is voor uitspoeling.
Urean 30% N (vloeibaar)
Dit is een vloeibare meststof en bevat 30% stikstof gerekend over de kilo’s meststof (s.g. 1,30 kg/ltr). De stikstof vanuit Urean bestaat voor 50% uit ureum, voor 25 % uit ammonium en voor 25% uit nitraat.
Concreet bevat 100 liter Urean dus 39 kilo zuivere stikstof waarvan 9,75 kg als nitraat. Door het omzetten van ureum via ammonium naar nitraat treedt er een licht verzurende werking op in de bodem. Doordat deze meststof een vrij behoorlijk deel ureum en ammonium bevat is deze wel wat gevoeliger voor vervluchtiging via de vorming van ammoniak.
De winter is een mooi moment om de fertigatie te bespreken met uw adviseur en een schema op te stellen. Mede afhankelijk van de omstandigheden gedurende het groeiseizoen vormt de fertigatie een steeds belangrijker onderdeel van de totale bemestingsstrategie. Hierbij maken steeds meer fruittelers maken gebruik van vloeibare meststoffen, welke speciaal zijn ontwikkeld voor toepassing van de fertigatie. De samenstelling van Powerdrip Teon A is hierbij afgestemd op de behoefte van het gewas tijdens de celdelingsperiode, Powerdrip Teon B is een vloeibare kaliummeststof welke in de celstrekkingsperiode in peer kan worden ingezet. Daarnaast blijven natuurlijk de enkelvoudige (vloeibare) meststoffen beschikbaar.
De belangrijkste functie van fosfaat is de bevordering van de wortelontwikkeling. Een goed wortelstelsel is essentieel voor de opname van water en voedingsstoffen. Daarnaast speelt fosfaat een belangrijke rol bij onder andere de energieoverdracht binnen het gewas. Omdat fosfaat immobiel is in de bodem, is het belangrijk om het niveau in de bodem op peil te houden, met name op percelen waar de opneembaarheid van fosfaat vanuit de bodem te wensen over laat. De zuurgraad (pH) van de bodem speelt een belangrijke rol met betrekking tot de opneembaarheid van fosfaat. Een lage pH (<4) zorgt er voor dat fosfaat zich bindt met ijzer en/of aluminium. Onder invloed van een hoge pH (>7) ontstaat calciumfosfaat, fosfaat wordt dan gebonden met calcium.
Afhankelijk van de fosfaattoestand op uw percelen kunt u doormiddel van fosfaatdifferentiatie in aanmerking komen voor een hogere fosfaatgebruiksnorm. In onderstaande tabel vindt u verdere informatie over de fosfaatklassen.

Bron: www.rvo.nl
Via de website van het RVO vindt u verdere achtergrondinformatie over fosfaatdifferentiatie en hoe u hiervoor in aanmerking kunt komen. Wanneer u niet in aanmerking komt voor fosfaatdifferentiatie, is automatisch de norm van 40 kg van toepassing.
Voor een bemesting met fosfaat zijn diverse mengmeststoffen beschikbaar zoals bijvoorbeeld 26-14-0. Verder wordt Poly-N regelmatig gebruikt als vloeibare startmeststof bij nieuwe aanplanten. Daarnaast is het mogelijk aandacht te besteden aan fosfaatbemesting doormiddel van het toepassen van kippenkorrels. Onder het kopje ‘Organische meststoffen’ in dit bericht wordt dit verder toegelicht.
Poly-N
Dit product bestaat uit 10% ammoniumstikstof en 34% polyfosfaat. Het grote voordeel van polyfosfaat is dat deze veel minder snel wordt vastgelegd ten opzichte van andere vormen van fosfaat en daardoor beter opneembaar blijft voor het gewas. Fosfaat speelt bij de start van een jonge aanplant een belangrijke rol wanneer het gaat om het bevorderen van wortelontwikkeling. Door de vloeibare formulering is dit product gemakkelijk toe te passen via de fertigatie, eventueel in combinatie met nog wat extra stikstof.
NP 26-14
Dit is een mengmeststof met stikstof en fosfaat. De stikstof bestaat voor 11,5% uit nitraatstikstof en voor 14,5% uit ammoniumstikstof. Deze is goed te gebruiken om zowel stikstof als fosfaat in één werkgang toe te dienen. De werkingsduur is 3 tot 6 weken.
Kalium is in de boom en vruchten betrokken bij tal van processen, zoals het vormen van koolhydraten, het verhogen van de weerstand, het verminderen van droogtegevoeligheid en het verbeteren van de kwaliteitseigenschappen zoals smaak, houdbaarheid en kleur. Dit maakt dat kalium een onmisbaar element is. Het is erg belangrijk om de bodemvoorraad kalium in stand te houden, zodat voldoende beschikbaar is voor de boom en vruchten.
Kalium heeft een antagonistische werking op calcium en magnesium. Dit betekent bij een teveel aan kalium, een tekort aan calcium en/of magnesium in het voorjaar. Technisch gezien kan de kalium het beste gegeven worden rond de langste dag, mede door het positieve effect van kalium op de maat, kleur en smaak van de vruchten. Toepassing van kalium tijdens de winterperiode is alleen aan de orde als de bodemvoorraad en daarmee ook de bezetting van kalium aan het klei-humus-complex te laag is. De hoogte van de kaliumgift kan voor appels en peren verschillend zijn. Verder kunt u beter terughoudend zijn met kali-bemesting bij alle appelrassen zeker bij de rassen Kanzi, Maribelle, Sprank en Junami.
Kalimeststoffen
Onderstaand een korte toelichting op een aantal van de mest gangbare kaliummeststoffen:
Patentkali 30% K2O + 10% MgO + 42% SO3
Dit is een goed opneembare en snel werkende kaliummeststof, die nagenoeg geen chloor bevat. Het kan tevens worden gebruikt voor magnesiumbemesting. Omdat Patentkali chloorarm is, kunt u deze in het voorjaar (kort voor het groeiseizoen) toepassen, maar ook als overbemesting later in het seizoen.
Kaliumsulfaat 50% K2O + 45% SO3
Kaliumsulfaat is een goed opneembare en snelwerkende kaliummeststof, die nagenoeg geen chloor bevat. Het bevat in tegenstelling tot Patentkali geen magnesium. Omdat kaliumsulfaat chloorarm is, kunt u deze ook in het voorjaar (kort voor het groeiseizoen) toepassen. Deze meststof is ook geschikt voor overbemesting in het seizoen.
Kali 60% K2O + 47% Cl
Meststof met een hoog kaliumgehalte. Omdat deze meststof veel chloor bevat, kan dit een negatief effect geven op het bodemleven. Daarom is het beste tijdstip om te strooien in de winter, ruim voordat het groeiseizoen begint. Het chloor heeft dan de tijd om uit te spoelen, waardoor er minder kans op schade is.
Een evenwichtige en gezonde bodem is de basis voor het verkrijgen van een gezonde en weerbare boom. Door gebruik te maken van organische meststoffen wordt het organische stofgehalte in de bodem verhoogd. Dit heeft als voordeel dat de lucht- en waterhuishouding verbetert, waardoor voedingsstoffen makkelijker kunnen worden vastgehouden en getransporteerd. Verder is het organische materiaal een voedselbron voor het bodemleven. Het bodemleven zorgt voor het vrijkomen van de verschillende elementen en is daarom erg belangrijk. Organische meststoffen zijn er in vele varianten waaronder kippenkorrels. Deze kunt u zelf gemakkelijk toepassen met de kunstmeststrooier.
Kippenmestkorrels 4-3-3 en 4-2-10
Deze gedroogde kippenmest is geperst in een korrel. Het is ook geschikt voor het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem. Omdat het vrijkomen van de voedingsstoffen afhankelijk is van de mineralisatie is ons advies altijd een basisbemesting met een minerale meststof te geven. Aanvullend kunnen eventueel kippenmestkorrels worden ingezet. Deze organische meststof is bijvoorbeeld geschikt om zwak groeiende beplantingen extra te bemesten.
Meststoffenoverzicht
Hierboven zijn de elementen stikstof, kali en fosfaat voor de basisbemesting behandeld en de meest gangbare meststoffen toegelicht. Natuurlijk zijn er nog meer elementen van belang voor een goede groei, dracht en vruchtkwaliteit. Tijdens het seizoen in de reguliere berichten besteden we hier aandacht aan. Denk hierbij ook aan de spoorelementen.
Belangrijk is om de bemesting toe te spitsen op uw bedrijf en beplantingen aan de hand van de gegevens en historie. Naast het nemen van grondmonsters kan het ook zeker zinvol zijn om gedurende het groeiseizoen regelmatig bladmonsters te nemen gericht op plantsap en/of droge stof analyse. In onderstaande tabel een overzichtelijke weergave van de samenstelling van de meest gangbare meststoffen.

Bovenstaande adviezen zijn gebaseerd op de actuele praktijksituatie en de op dit moment ter beschikking staande kennis. Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit bericht mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.