In dit teeltadvies behandelen we de actualiteiten in granen, (poot)aardappelen, zaai- en plantuien en suikerbieten.
In granen komen we steeds vaker graanhaantjes en luizen tegen. De virusoverdracht door luizen vormt op dit moment weinig gevaar meer in het graan, maar het parasiteren van de luizen op het gewas kost wel energie die we liever in de korrelopbrengst zien. Voor luizen en graanhaantjes kunt u werken met schadedrempels om vast te stellen of een bespuiting nodig is. Deze schadedrempels zijn afhankelijk van het stadium van het gewas:
Voor de bestrijding van alleen luizen, kunt een bespuiting uitvoeren met Teppeki 140 gr/ha. Wanneer graanhaantjes bestreden moeten worden, kunt u dit doen met Split Protech 0,42 ltr/ha of Sumicidin Super 0,20 ltr/ha. Wanneer beide insecten in het graan aanwezig zijn, kan een combinatie gemaakt worden: Split Protech 0,42 ltr/ha + Teppeki 100 gr/ha of Sumicidin Super 0,20 ltr/ha + Teppeki 100 gr/ha.
Deze bespuiting kan worden gecombineerd met een T2 bespuiting zoals in het vorige akkerbouwbericht. Let op dat u bij warm weer de T2 bespuiting ’s avonds laat of ’s morgens heel vroeg uitvoert, om gewasreactie tot het minimum te beperken!
De vroegst ontwikkelde zaaiuien zijn in het 3-4 pijpjesstadium gekomen. Zeker met wat vochtiger weer in het vooruitzicht is het goed om deze uien bij goede omstandigheden alvast te beschermen, zodat valse meeldauw zo weinig mogelijk kans krijgt. Bij het plannen van valse meeldauw bespuitingen wordt een BOS systeem steeds belangrijker, omdat hiervoor zeer weinig tot geen mogelijkheden zijn om curatief goed in te grijpen. Voer op deze gewassen een bespuiting uit met Hamerol 3,00 ltr/ha. Combineer dit niet met andere middelen, en let er bij deze bespuiting extra goed op dat het spuitwater van goede kwaliteit is!
In de vroegste percelen zaaiuien worden de afgelopen dagen ook tripslarven waargenomen. In zaaiuien hebben we hiervoor de beschikking over Tracer, wat lokaal systemisch is, en over pyrethroïden (o.a. Split Protech). Pyrethroïden worden bij hogere temperaturen snel afgebroken en bevelen we op dit moment dan ook niet aan. Tracer is slechts lokaal systemisch en zal op een snel groeiend gewas een erg korte werkingsduur hebben. Op uien in het 3-4 pijpjes stadium is het op dit moment daarom het beste om de groei te stimuleren door, indien mogelijk, te beregenen. Op die manier is het gewas aan de ene kant minder aantrekkelijk voor trips. Aan de andere kant komt daarmee het moment dat de insecticiden effectiever kunnen worden ingezet ook dichterbij.
In plantuien komt op zeer veel plekken valse meeldauw voor. Gebruik de huidige droge periode om het gewas goed te beschermen met systemische middelen volgens het fungicideschema, zodat valse meeldauw geen kans heeft op het moment dat het weer vochtig wordt. Onder de huidige omstandigheden kan dit goed gecombineerd worden met bladmeststoffen om de groei en de bolling van het gewas extra te helpen. Hiervoor kunt u gebruik maken van afwisselend Powerleaf Kali 3,00 ltr/ha en Stimuplant Multimix 3,00 ltr/ha.
In plantuien komt behoorlijk wat trips voor. In tegenstelling tot zaaiuien, hebben we hier wel te maken met goed ontwikkelde gewassen. Hier zijn nog wat meer mogelijkheden om met insecticiden in te grijpen. Wanneer in plantuien trips wordt waargenomen, kunt u deze bestrijden met Tracer 0,20 ltr/ha + Codacide 1,50 ltr/ha. Hiermee is het (bestaande) gewas beschermd tegen tripsaantasting. De nieuwe groei van het gewas wordt door een bespuiting met Tracer niet beschermd. Voor een volledig systemische werking is Minecto One beschikbaar in plantuien. Minecto One mag in plantuien 1x per 3 jaar worden toegepast op een perceel. Mede om die reden is het belangrijk om dit middel in te zetten op een voldoende ontwikkeld gewas, zodat snelle groei en verdunning van de werkzame stof niet zorgen voor een kortere werking van deze bespuiting. Spuit op een fors ontwikkeld gewas: Minecto One 0,13 kg/ha + Codacide 1,50 ltr/ha.
Omdat er erg weinig mogelijkheden meer zijn voor een goede tripsbestrijding, is het belangrijk om het spuitmoment en de spuittechniek zoveel mogelijk mee te laten werken voor een goede opname en duurwerking van de middelen. Voer daarom deze bespuiting altijd uit met veel water en laat op de avond of vroeg in de ochtend, zodat het middel de tijd heeft om opgenomen te worden in het gewas.
Producten
Powerleaf Kali plus kan als bladmeststof ingezet worden als aanvulling op de basisbemesting met kali. Voldoende kali-opname is essentieel voor een goede vochthuishouding van de plant en een goed functionerend transportsysteem binnen de plant. Kalium is hierin de motor, of ook wel de elektronenpomp.
Aminozuren en zeewierextract ondersteunen de plant tijdens periodes van abiotische stress
Zacht voor het gewas
Efficiënte manier om kali aan het gewas te geven
Zorgt voor een betere bewaarkwaliteit
Bij deze bladmeststof is een op maat gemaakte verhouding nutriënten gecombineerd met zeewierextract op basis van Ascophyllum Nodosum en zeven vrije aminozuren. De verhoudingen zijn gebaseerd op de gemiddelde gehaltes die in een plant gevonden worden en die nodig zijn voor een actieve groei.
Verbeterde opname van nutriënten
Verbeterde aanmaak van wortels
Voor opneembare energie
Verhoogt weerstand tegen abiotische stress
In de aardappelpercelen worden al regelmatig luizen gevonden. Houd bij het huidige warme weer rekening met het feit dat het gewas snel groeit en dat het interval tussen de bespuiting met olie kort moet zijn voor een goede werking. Spuit in pootgoed, zodra alle planten boven staan, met Inter Aprid 0,25 kg/ha. Houd percelen met consumptieaardappelen ook in de gaten. Naast bladluizen kunnen ook coloradokevers worden bestreden met deze bespuiting.
Op dit moment worden er op diverse percelen met suikerbieten eitjes van de bietenvlieg gevonden, voornamelijk in het noorden van het land. Daarnaast is er ook al behoorlijk schade te zien van aantasting door bietenvlieg. Met name in percelen waar de bieten nog in een klein stadium staan en waar geen gebruik is gemaakt van Buteo Start, is het zaak om scherp te zijn op de aanwezigheid van bietenvlieg. Tot het 6-bladstadium is de schadedrempel voor bietenvlieg 10 eitjes per plant. Na het 6-bladstadium is de schadedrempel 20 eitjes per plant. De bespuiting tegen bietenvlieg kan het beste uitgevoerd worden wanneer de schadedrempel overschreden is, en op het moment dat de eerste eitjes uitkomen en de eerste mineergangen te zien zijn. Op dat moment kan gespoten worden met Sivanto Prime 0,25 ltr/ha en Codacide 1,50 ltr/ha.
Auteur: Jan Pieter Bijnagte & Dirk De Vliegher