Dit bericht is verlopen eventuele adviezen zijn hierdoor niet (meer) geldig.
Op dit moment naderen we het einde van de celdelingsperiode en daarmee ook het begin van de celstrekkingsperiode. Ook bij de meeste rassen is de rui voorbij. Afhankelijk van de dracht is deze maand een overbemesting met stikstof nodig.
Belangrijk is om in beeld te krijgen, hoe het staat met de opneembaarheid van diverse nutriënten vanuit de bodem. Dit kan door middel van de BijmestMonitor van Eurofins. Deze analyse geeft op basis van een grondmonster een beeld van de verschillende nutriënten. Dit geeft inzicht op welke punten u de bemesting nog kunt bijsturen. Telers die de mogelijkheid hebben om te fertigeren, kunnen dit gebruiken als input voor het aanpassen van de het fertigatieschema.
Een andere mogelijkheid is om N-mineraal monsters te (laten) nemen. Dit geeft inzicht in de opneem-baarheid van stikstof vanuit de bodem. In de praktijk kunnen op basis van deze N-min monsters soms behoorlijke verschillen naar voren komen. Afhankelijk van het groeiniveau van het gewas en de vruchtdracht is een beperkte stikstofgift soms al voldoende. We verwachten door de vele regen in dit voorjaar nu ook extra mineralisatie, waardoor er van nature al meer stikstof beschikbaar komt.
Of een overbemesting met stikstof deze maand nodig is, hangt af dus van de dracht, het groeiniveau en de beschikbaarheid van stikstof in de bodem. Bij normale tot zware dracht is een overbemesting in juni met 20 tot 40 kg zuiver N nodig. Deze stikstofgift is ook belangrijk voor de sterkte van de gemengde knop voor volgend seizoen. In de praktijk betekent dit breedwerpig 100 tot 150 kg KAS, of 100 tot 200 kg zwavelzure ammoniak.
Voor telers met fertigatie is ons advies na de celdelingsfase, over te gaan naar een schema met meer aandacht voor kaliumvoeding. Als u werkt met kant-en-klare meststoffen, kunt u overgaan naar Teon B. Deze meststof bevat juist meer kalium, en minder stikstof. Zie hiervoor onze flyer Powerdrip Teon B.