Fruitmot

Dit bericht is verlopen eventuele adviezen zijn hierdoor niet (meer) geldig.

Afbeelding Fruitmot

Veel telers hebben in juni één of twee keer Coragen ingezet op de eerste generatie fruitmot. Coragen werkt maximaal drie weken. Controleer eventueel de feromoonvallen op het verloop van de vlucht.
Vooral appels zijn gevoelig voor aantasting van fruitmot. Wees alert in beplantingen waar vorig jaar  aantasting voorkwam!

Bij een hoge druk van fruitmot bij appel en peer, is nu ons advies om Madex Top in te zetten. Madex Top geeft geen residu. Gebruik van Madex Top bij de eerste behandeling de hoge dosering van 0,10 ltr/ha. Daarna afhankelijk van het schema, wekelijks halve dosering of tweewekelijks de volledige dosering tot de oogst. Bij zonnig weer is het beter de bestrijding te intensiveren naar wekelijkse behandelingen. UV-licht breekt het virus in Madex Top af.

Madex Top            0,05 – 0,10 ltr/ha

Kennis & Nieuws

Gerelateerde berichten

Afbeelding Teeltadvies | schurft, neusrot, insecten, zetting en dunning
Teeltactualiteit Gewasbescherming

Teeltadvies | schurft, neusrot, insecten, zetting en dunning

Lees in dit teeltadvies meer over schurft, neusrot en meeldauw. Ook komen de verschillende insecten die op dit moment voorkomen aan bod. Als laatste bespreken we de zetting en dunning van appels en Conference.

Afbeelding Natuurlijke vijanden in de fruitteelt
Technische achtergrond Biologie

Natuurlijke vijanden in de fruitteelt

Natuurlijke vijanden spelen een belangrijke rol in de beheersing van plagen in de fruitteelt. Hun effectiviteit hangt samen met hun levenscyclus, voedselvoorkeur, gevoeligheid voor gewasbeschermingsmiddelen en de manier waarop ze zich in en rond het perceel handhaven. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste groepen natuurlijke vijanden en hun biologische kenmerken.

Afbeelding Teeltadvies steenfruit | bloei in pruim en kers
Teeltactualiteit Gewasbescherming

Teeltadvies steenfruit | bloei in pruim en kers

In dit teeltadvies leest u meer over hagelschotziekte in pruimen, de pruimenzaagwesp, de bladstand en voedingsondersteuning en rupsen in pruim. Verder leest u meer over de tak en bloesemsterfte en de zetting en rui in kersen.