Om de kleuring en rijping te bevorderen, zijn er diverse mogelijkheden. Een aantal voedingselementen is de weken voor de pluk belangrijk ter ondersteuning van de kleuring en de kwaliteit.
Voor kleuring zijn dat onder andere zink en mangaan. Deze middelen kunnen apart gespoten worden maar ze zitten ook in kant en klare middelen. Pigmentil is een plantaardige biostimulant op basis van zeewierfiltraat met de sporenelementen mangaan en zink. Daarnaast zit er van nature calcium en magnesium in. Spuit dit middel 2 weken voor de te verwachte oogstdatum in een dosering van 5,00 ltr/ha.
Kalium is de laatste weken belangrijk voor de uitgroei van de peren en voor het suikergehalte. Om nog wat extra ondersteuning te geven kan er 4-6 kg kalisalpeter meegespoten worden of 3 kg MKP.
Als op gewassen zoals appels of lucassen geen kalium wenselijk is, kunt u ook kiezen voor 2 kg MAP om ook het fosfaatgehalte mogelijk te verbeteren. Op kurkstip gevoelige rassen zijn en blijven uiteraard de calcium bespuitingen erg belangrijk. Benut de momenten dat de weersomstandigheden het toestaan dan ook zoveel mogelijk om calcium te spuiten.
Blijf uw percelen regelmatig controleren op de aanwezigheid en ontwikkeling van de perenbladvlo. Op de meeste percelen is de druk laag en is ingrijpen of corrigeren niet nodig. Op enkele lastige percelen blijven sluimerend wat vlooien aanwezig, dit is te zien aan de jonge larven die meteen bolletjes honingdauw produceren op het blad. Of dat gaat escaleren hangt af van de aanwezigheid van de natuurlijke vijanden. Als ook de vruchten onder de honingdauw komen, is ingrijpen al snel aan de orde.
Siltac SF 100 ml per 100 ltr water wanneer gemengd wordt gespoten.
130 ml per 100 ltr water en maximaal 500 ltr/ha water als apart wordt gespoten.
Microferm 3,00 – 8,00 ltr/ha.
Atilla 5 kg/ha + bitterzout 10 kg/ha.
We zitten momenteel aan het eind van de eerste generatie en het begin van de (gedeeltelijke) tweede generatie. Als de eerste generatie goed is bestreden met twee keer Coragen en er geen aantasting wordt gevonden, mag de tweede generatie niet al te groot worden. Dit staat echter altijd los van invlieg en randeffecten van bijvoorbeeld sorteer of opslaglocaties.
Met name op de peren kunnen de fruitmotten naar de oogst toe nog grote schade geven omdat die in korte tijd meerdere vruchten kunnen aantasten zeker als die getrost hangen. De fruitmotvlucht is te monitoren door vallen op te hangen. Na 100 daggraden boven de 10°C komen de larven uit de eieren. In de praktijk betekent dat er dus 8 – 12 dagen na een vlucht piek gespoten kan worden met Madex. Virus is erg gevoelig voor afbraak van UV. Het is dan ook meestal beter om één keer in de week 50 ml te spuiten dan om de 14 dagen 100 ml.
Madex Top 50 ml/ha wekelijks of 100 ml/ha om de 14 dagen (niet mengen met koper).
Zoals vorige week al aangegeven kunnen de rassen die gevoelig zijn voor vroege vruchtval gespoten worden met Topper of NAA (Late Val). Spuit deze middelen niet boven de 25°C en bij bomen die zwak groeien. Topper kan tot 3 weken voor de oogstdatum gespoten worden. Zeker voor de later te oogsten percelen kan dat dus nog als het weer het toelaat. Als het niet lukt om Topper te spuiten, dan valt de keuze op Late Val een week voor de oogst. Het is dan wel belangrijk om voldoende water te gebruiken en om na het spuiten een voldoende lange vochtige fase te hebben waarin het middel kan worden opgenomen. De rv moet dan voldoende hoog zijn! Dat betekent dat het middel vaak niet midden op de dag gespoten kan worden. Het zijn vooral de laatst te plukken percelen conference die het grootste risico lopen.
Topper 10 tabletten/ha
Late Val 100 ml/ha
Bovenstaande adviezen zijn gebaseerd op de actuele praktijksituatie en de op dit moment ter beschikking staande kennis. Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit bericht mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.