Lees in dit teeltadvies meer over het dunnen van kersen en pruimen. Daarnaast ook informatie over verschillende schimmels, bladvoeding, fertigatie en de belangrijkste insecten.
Het lijkt voorlopig droog te blijven. Het steenfruit is in het algemeen gebaat bij droge omstandigheden in en na de bloei.
Een bloei zonder onderbrekingen door regen is vaak een opmaat naar een goede zetting met een geringere rui omdat er dan meestal geen tweedeling of driedeling van de bloei is geweest. Er is dan vaak geen sprake van voorlopers.
Bij een aantal zeer productieve rassen kan er dan ook gekeken worden of er de komende tijd reden is om met de hand te gaan dunnen. Bij kersen gaat dat onder andere over rassen die van nature niet sterk gaan ruien zoals de Sweet Aryana en Nimba en eventueel ook al de late Final rassen. Soms kan zwak hout dat massaal gezet is, ingeknipt worden. Anders blijft alleen de optie om met de hand de vruchten uit te dunnen over. Pak dan vooral de proppen met kersen aan. Doe dit op tijd, want het is al lastig genoeg om nog vruchtmaat te winnen.
Of toch nog Kudos?
Op de ruigevoelige rassen of percelen kan eventueel nog een tweede keer Kudos gespoten worden om die rui nog wat te beperken.
Ook bij de pruimen is het de komende tijd aan de orde om te dunnen. Een richtlijn is om ongeveer een klein vuistje afstand aan te houden dus ongeveer 5-7 cm afstand, dus ongeveer 15 pruimen per meter hout.
Een droge afbloei van de late kersenrassen maakt de schimmelbestrijding een stukje makkelijker. Monilia zal niet makkelijk meer ontstaan bij dit weer. Voor vruchtrot lijkt wel vaak al een basis gelegd te worden in deze fase. Vooral tot het stijltje van de vruchten afvalt, zijn het nog gevaarlijke momenten voor vruchtrot.
Met deze weersomstandigheden is het met hagelschotziekte ook relatief makkelijk. Bij pruimen kan de zwavel bespuiting herhaald worden. Bij de kersen is dat iets minder noodzakelijk, zeker als er in het verleden ook geen problemen zijn geweest.
Ook de omstandigheden voor paarse bladvlekkenziekte zijn tot nu erg makkelijk geweest. De komende tijd is de belangrijkste periode om een bespuiting uit te voeren. Dat kan met Syllit flow (1,7 ltr), maar dan is het lastig om bladvoeding mee te spuiten. Het kan ook met 0,5 kg Delan. Dan zijn er ruimere mengmogelijkheden met bladmeststoffen.
In deze bladontwikkelingstijd is het belangrijk om nog met imex Aminocomplex ureum en microtop te spuiten als bladvoeding.
Voor de fertigatie is het nu goed om met kalksalpeter te werken. In deze fase kan nog veel calcium worden opgenomen wat belangrijk is voor de stevigheid van de vruchten.
De eerste vlucht van de pruimenmot dient zich ook al weer aan. De eerste generatie is meestal niet echt schadelijk, maar het is wel de opmaat voor de tweede generatie die dan na de Opaloogst de vruchten aantast.
Om de vlucht te volgen is het belangrijk om een val op te hangen. De vluchten kunnen per perceel nog wel eens verschillen en dat vraagt dan een gerichte aanpak. Bij grote blokken en bij een lage aanvangsdruk kan er ook met feromoonverwarring gewerkt worden. Ook deze moet dan nu uitgehangen worden.
Vorig jaar is spint op een aantal percelen lastig geweest. Het droge weer dat we nu hebben, is voordelig voor de schimmeldruk, maar is juist nadelig voor de spintdruk. Controleer uw percelen dan ook op aanwezigheid van spint. We hebben dit jaar geen Movento meer dus moet het met Siltac, Spintac/Cantack of Scelta gebeuren.
Controleer de bladeren op witte zuig- en prikvlekken van de bonenspintmijt. Deze spinten zetten nu hun eieren af die bij het uitkomen bestreden moeten worden.
Het was te verwachten dat de bestrijding van zwarte kersenluis met Teppeki niet 100 % zou slagen. Dat blijkt ook wel omdat we op verschillende percelen nu overleefde kolonies gaan zien. Op een aantal percelen zien we ook parasitering door sluipwespen en zweefvlieglarven (foto). De vraag is altijd of dit voldoende is om de luizen onder controle te houden zonder dat er schade ontstaat.
We missen dit jaar de Movento en de Gazelle/luisweg die allebei niet meer toegelaten zijn, maar er is wel een toelating voor Sivanto Prime. Als de druk te hoog lijkt op te lopen dan een geschikt moment uitzoeken om Sivanto Prime te spuiten. Op percelen zonder sloten kan ook nog voor Pirimor gekozen worden. Op percelen met sloten mag dat alleen na 1 mei en met drt 99%.
Naast de wintervlinder zien we op enkele percelen ook enkele voorjaarsuilen. Deze rupsen ontwikkelen zich later en zijn nu dus nog wat kleiner. De voorjaarsuilen zijn gewone rupsen en de wintervlinder is een spanrups. De aantallen zijn nog niet meteen problematisch maar hou het in de gaten ook voor de toekomst.
Het gaat in deze nabloeifase altijd sneller dan men in de gaten heeft en voorspellen is altijd moeilijk, maar over een week of drie kunnen we alweer de eerste invlieg van Suzuki verwachten.
Streef er dan ook naar om voor 10 mei de netten rond de vroege rassen gesloten te hebben. De afgelopen jaren bleek steeds dat de eerste invlieg tegen houden ontzettend belangrijk is om aan de basis controle te hebben over de druk van Suzuki. We hebben gelukkig wel een reguliere toelating van Tracer en Exirel/Minecto, maar we moeten er heel efficiënt mee omgaan en dus de druk laag houden.
Auteur: Tonnie van Kessel
Bovenstaande adviezen zijn gebaseerd op de actuele praktijksituatie en de op dit moment ter beschikking staande kennis. Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit bericht mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.