Lees in dit teeltadvies meer over het weer en de actualiteiten in kers en pruim.
De komende dagen is het licht wisselvallig weer en vrij koud voor de tijd van het jaar. Niet echt groeizaam weer, de gewasontwikkeling gaat langzaam. Dit komt wel vaker voor ten tijde van de traditionele ijsheiligen.
De verdamping zal niet echt groot zijn, maar blijf regelmatig water geven, zeker als de kappen gesloten zijn. Bij sommige vroege rassen zien we gebarsten kersen. De vruchten maken bij de kleuromslag altijd ook een sterke diktegroei mee waardoor ze kunnen springen. Zorg dus voor een regelmatige vochtbalans zonder grote schokken.
Het seizoen voor de kersenvlieg is inmiddels begonnen en het is belangrijk dat de zijkanten nu hermetisch afgesloten zijn om invlieg van de Suzuki te voorkomen. De eerste kersen van de vroege rassen zijn inmiddels aantrekkelijk genoeg voor de Suzuki om eieren af te zetten.
Na jarenlange toestanden rond de toelatingen om de Suzuki fruitvlieg te bestrijden, is het nu voorafgaand aan het seizoen duidelijk waar we aan toe zijn met Exirel en Tracer.
Exirel (DRT 97,5 of DRT 95 plus 4,5 meter) en niet in gwb.
Minecto one (Bij oppervlakte water DRT 97,5, zonder oppervlaktewater DRT 97,5 of DRT 95 plus 4,5 m)
Deze beide middelen horen tot dezelfde groep actieve stof dus mag maar één van deze middelen per drie jaar ingezet worden!
Tracer (DRT 97,5 of DRT 95 plus 4,5 meter) na 1 mei en pruim niet na 31-8.
De afgelopen jaren hebben al veel telers ervaring opgedaan met het gebruiken van Combi-protec. Enkele telers deden dit al eerder en vorig jaar waren we door de toelatingsomstandigheden genoodzaakt om het op grotere schaal in te zetten. Ondanks de reguliere toelating van Tracer, zitten we nu nog steeds krap in de mogelijkheden, te meer omdat we ook Gazelle/luisweg kwijt zijn.
De toepassing van een baitspray zoals Combi-protec (ongeveer 1 liter op 20 liter water) berust erop dat je het insect niet hoeft te raken, maar dat het insect het afgezette residu van de baitspray opzoekt om te foerageren. Daarbij krijgen ze ook de daarin mee gespoten middelen binnen en gaan als gevolg daarvan dood. Hierdoor is veel minder actieve stof nodig. Dat gaat tot slechts 5 tot 20 % van de “normale” volvelds toepassing. Ook middelen die in een volveldstoepassing onvoldoende zijn, kunnen dan toch werking hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor Pirimor. In goed Nederlands noemen we dat ook wel de Attract-and-kill methode. Het vergt wel een heel andere spuittechniek. De kunst is namelijk om grove druppels in het gewas te spuiten met slechts ongeveer 20 tot 40 liter water per hectare. Dit kan door één of twee doppen te gebruiken op bijvoorbeeld 2 meter hoogte en zonder luchtondersteuning te spuiten. Het is een optie om de bomen van een kant te spuiten en dus een rij over te slaan. De andere kant kan dan een volgende keer behandeld worden. Spuit op een droog gewas en voeg geen uitvloeier toe. Onder de kappen blijft het gewas droog en is er dus geen afspoeling of herverdeling. Sommige druppels zullen enigszins zichtbaar blijven als meer donkere vlekken. Die zijn soms herkenbaar op de vruchten, spuit daarom niet met te veel water. Het is vooral de bedoeling de bovenkant van het blad te raken. onderin en in het midden van de boom. Het aantal toepassingsmogelijkheden per middel blijft hetzelfde, ondanks de lagere doseringen. Dat blijft jammer voor Tracer, want daar zitten we nu met een interval van 56 dagen. Het spreekt vanzelf dat het voor iedereen uitermate belangrijk is om je aan de voorschriften te houden. Het blijft nog een hele puzzel om de juiste strategie te bepalen.
Voor velen is het drie jaar geleden dat er Exirel of Minecto one is gespoten. In die gevallen mag dat dit jaar weer ingezet worden. Op de vroege rassen Earlise, Burlat en Nimba is het inmiddels verstandig om een bespuiting uit te voeren. De rassen Merchant, Folfer en Sweet Aryana volgen daarna, als ook daar de kleuromslag plaats gaat vinden. Als de meest vroege rassen niet in het perceel staan worden ook al eieren afgezet op die iets latere rassen. Let ook op met bestuivingsbomen en op ruivruchten van bijvoorbeeld Summit / Canada Giant.
Uiteraard is het vanaf het begin van de oogst straks ook uitermate belangrijk om hygiënisch te werken, de netten goed gesloten te houden en goed te monitoren.
Omdat spirotetramat (Movento/ Batavia) geen toelating meer heeft, moet de spintbijsturing met Spintack/Cantack of met Siltac gebeuren.
Spintack/Cantack mag maar één keer per seizoen gespoten worden, met een veiligheidstermijn van 21 dagen. Als er nu al spinteieren en ook jonge spint te vinden zijn, kan dat bij late rassen (vanaf de Kordia) problemen gaan geven. De onderdrukkende werking van spirotetramat, die vaak gespoten werd, is er nu niet meer en het hangt van de zomer af of de roofmijten de spint onder controle kunnen krijgen.
Op jonge spint is het ook nog mogelijk om Siltac in te zetten, maar dat heeft geen nawerking op eieren die nog uit moeten komen en zal dus herhaald moeten worden. Op een oudere populatie van bonenspint valt de werking van Siltac tegen.
Voor de vroege rassen is het eigenlijk nooit een probleem met de spint, daar komen de problemen pas na de oogst. Deze hoef je nu dus niet te corrigeren. De latere rassen nu dus wel controleren op aanwezigheid van spint en bij aanwezigheid spuiten.
Ook de luizenproblematiek is door het wegvallen van spirotetramat anders geworden. De luizen die nu nog in het perceel zitten, kunnen nu een sterke ontwikkeling doormaken. Indien er nu luizen te vinden zijn, dan een bespuiting met Sivanto Prime uitvoeren. 375 ml mag jaarlijks gespoten worden en lijkt voldoende voor een goede bestrijding. Bij gebruik van een hogere dosering mag dit middel maar één keer per 2 jaar worden toegepast. Kijk ook goed naar de afstelling van de spuit, want luizen zitten vaak in de kop van de bomen en die worden niet altijd even goed bereikt met de diverse spuitmachines.
Al een aantal jaren is het mogelijk om GA 3 (Valioso tabletten) te spuiten op de kersen. De werking is divers en niet altijd even reproduceerbaar. Met het inzetten van Valioso zijn effecten te halen op de hardheid van de kersen en, in hogere doseringen, ook om de rijping te verlaten. Ook tonen de vruchten na de oogst wat frisser en blijven de stelen wat langer groen.
Met lichte doseringen van 5 tot 10 pillen proberen we de hardheid en frisheid te verbeteren zonder dat de rijping verlaat. Dat is vooral bij een aantal vroege of zachte rassen (Burlat en Merchant) interessant. Met hoge doseringen tot 20 pillen per ha kan ook de rijping vertragen en dan kan er ook enige vruchtmaatwinst zijn. Dat is vooral interessant om plukspreiding te krijgen en voor latere rassen.
Er was al een duidelijke start en mogelijk meteen een piek van de pruimenmot vanaf begin mei. Volg de vlucht op uw eigen percelen, want er blijken toch nog wel eens afwijkende patronen in te zitten. Met deze temperaturen gaat de ei-ontwikkeling niet echt snel en zullen die vanaf de twintigste mei uitkomen. Bij een hoge druk is dat het moment om Coragen te spuiten. Coragen werkt ongeveer drie weken en dat is vaak genoeg om de eerste generatie klein te houden. De eerste generatie geeft eigenlijk niet veel schade omdat die nog in de rui en dunning valt. Het is wel een opmaat voor de tweede generatie die na de pluk van de Opal schade gaat geven aan de rassen die daarna komen. Die moet te zijner tijd bestreden worden.
Bovenstaande adviezen zijn gebaseerd op de actuele praktijksituatie en de op dit moment ter beschikking staande kennis. Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit bericht mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.