14 december 2022

Sporenelementen op een gezonde manier toepassen

“De efficiëntie van melkproductie was altijd al belangrijk, maar wordt nog belangrijker”

Hoe ziet de toekomst eruit voor de Nederlandse veehouderij? “De efficiëntie van melkproductie was altijd al belangrijk, maar wordt nog belangrijker. Daarvoor moeten dieren supergezond en heel vitaal zijn.” In gesprek met Piet Riemersma en Iris den Uyl, ruwvoerspecialisten bij Van Iperen, over nieuwe ontwikkelingen in de bemesting van grasland en mais.

Iris is nog maar kort in dienst, sinds het afronden van haar afstudeerproject bij Van Iperen. Zij deed onderzoek naar sporenelementen in het ruwvoer, door toevoeging hiervan in de bodem, tijdens de teelt van gras. Een minor ‘Veevoeding en gewas’, interesse in de landbouw en haar liefde voor dieren, brachten haar ertoe om in te gaan op het voorstel van Van Iperen om in dienst te treden. Sinds 15 augustus mag ze zich ruwvoerspecialist noemen.

In het gewas opnemen

Piet: “Bij het onderzoek ging het in eerste instantie om de elementen selenium en kobalt. Die sporen worden al langere tijd gebruikt, maar de voorspelbaarheid van de opname door de plant via de bodem was niet altijd inzichtelijk. Daarnaast hebben we te maken met steeds strengere regelgeving, met name als het gaat om het gebruik van kobalt. Dat is een schadelijke stof en voor mensen gevaarlijk om mee te werken. Daar moesten we dus iets mee doen.”

Toepassing in de landbouw

Vanuit die gedachte ontstond het idee om kobalt in te pakken in een soort omhulsel waardoor ook selenium gemakkelijker wordt opgenomen door de plant. En dat bleek te werken. Iris: “Het is eigenlijk een techniek uit de glastuinbouw. Dus het concept is niet nieuw, maar de toepassing ervan in de landbouw wel.” Piet: “Als een plant kobalt opneemt, neemt deze ook selenium mee. Die beide sporenelementen blijken elkaar te versterken. Dat wisten we niet, maar dat is uit de proeven gebleken.” Iris: “Het kobalt ligt in de bodem te wachten tot de plant het nodig heeft en het als het ware uitpakt. Tegelijkertijd wordt dan ook selenium opgenomen.” Piet: “Voorheen wisten we niet wat het deed, nu spreken we van een voorspelbaarheid van tenminste 80 procent!”

 

Via het ruwvoer

Beide ruwvoerspecialisten benadrukken het belang van het toedienen van de sporenelementen via het ruwvoer. “Je kan het ook aan ruwvoer toevoegen via een mineralenmengsel. Als een dier daar teveel van binnen krijgt, dan kan dat ophopen in weefsel en organen. Dat is niet goed voor de koe. Via het gras neemt de koe organisch op wat ze nodig heeft. Wat dan teveel is, verlaat het lichaam weer op natuurlijke wijze en komt opnieuw in de kringloop terecht. Op deze manier komen mineralen en sporenelementen dus in een gezonde vorm in de koe en heeft het dier daar optimaal profijt van. Dat hebben we nu proefondervindelijk aangetoond.”

Bestendige stof

Bij de proeven is ervoor gekozen om het gras te persen en zowel het sap als de droge stof te onderzoeken. De analyse van het sap werd gedaan door zusterbedrijf Euroliquids. Iris: “Het sap wordt meteen door de pens verteerd, waardoor mineralen en sporenelementen minder efficiënt worden opgenomen. Droge stof is veel bestendiger. Het dier heeft veel meer profijt van de nutriënten als deze via de darmen opgenomen worden.” Piet: “De koe kan niet meer voer opnemen, maar met onze systeemaanpak kan het dier met dezelfde opname van droge stof, de elementen efficiënter benutten. Daarmee zorgt dezelfde hoeveelheid droge stof voor meer rendement en een hogere melkproductie met gezondere dieren.”

Diergezondheid bovenaan

Of je nu kunstmest of reststromen gebruikt, in beide gevallen is de nieuwe techniek toepasbaar. Piet: “Van belang is dat een melkveehouder weet waar de koe behoefte aan heeft om optimaal te kunnen presteren. Je moet dus ruwvoer telen terwijl je de koe steeds in gedachten hebt.” Iris: “Diergezondheid staat bovenaan. Zorg daarom dat je weet wat er in het gras terechtkomt. Vooral reststromen zijn vaak wisselend van samenstelling. Dat moet je dus van tevoren onderzoeken. Daarnaast heb je te maken met de bodem. Die is ook niet overal hetzelfde. Meten is weten! Als melkveehouder moet je veel meer procesmatig gaan denken. Dat begint bij de bodem en bemesting, daarna gaat het over ruwvoer en krachtvoer; uiteindelijk kom je uit bij een gezonde en vitale koe met een zo efficiënt mogelijke melkproductie.”

Verder onderzoek

Met het toevoegen van specifieke sporenelementen, moet er ook oog zijn voor de werking hiervan op andere elementen. Dat gaat Iris nu verder onderzoeken. “Het gaat dan vooral om de perioden na de eerste snede. De bodem biedt dan nog voldoende koper door de lange winterperiode die eraan voorafgaat. Maar voor de volgende snedes is er steeds maar vier weken beschikbaar. Ook daarvan willen we met zekerheid weten hoe en of er voldoende wordt opgenomen. We hebben dus nog stappen te gaan.”