16 mei 2019

Meeldauw

Meeldauw, we kennen het allemaal. Maar wat gebeurt er bij een infectie? En wat kunnen we er tegen doen?

Er zijn twee soorten meeldauw; echte en valse. In appels en peren hebben we te maken met ‘echte’ (Podosphaera leucotricha). Er is veel verschil in gevoeligheid per ras. Bijna al onze huidige appelrassen zijn gevoelig voor deze ziekte. In peren is Doyenné du Comice het ras wat als zeer gevoelig bekend staat. Maar ook een aantal nieuwe perenrassen zoals onder andere Migo en Sweet Sensation zijn vatbaar voor deze schimmel. Op Conference komen we wel eens aangetaste vruchten tegen, maar vaak blijft de aantasting op dit ras beperkt. Een aantasting van meeldauw kan voor verruwing van de vruchten zorgen.

Wat gebeurt er bij een infectie?

De schimmel overwintert als mycelium (een netwerk van schimmeldraden) in de knoppen van de bomen. In een zachte winter kan de schimmel ook buiten de plant overleven. Vanuit de knop groeit de schimmel direct mee met het blad. De schimmel vermeerdert zich voornamelijk via conidiën, dit zijn ongeslachtelijke sporen. Alleen jong blad is gevoelig voor infectie. De vruchten zijn het meest gevoelig in de eerste fase na de bloei. Doordat de schimmel een korte en snelle levenscyclus heeft, gaat de verspreiding zeer snel.

Welke invloed heeft het weer?

Sporen die rijp zijn voor uitstoot (conidiën) zijn gevoelig voor regen. Dit komt doordat conidiën van meeldauw, in tegenstelling tot vele andere schimmels, al vrij veel water bevatten. Hierdoor rollen de rijpe sporen van de plant af als het regent. Daarom is in een regenrijke periode de uitbreiding van meeldauw minder.

Sporen van meeldauw kunnen wel goed een warme, droge periode overbruggen. Temperaturen van rond de 20 graden en een RV van boven de 70% zijn ideaal voor kieming van de sporen. Infecties ontstaan vooral aan de onderkant van het blad, op deze plaats zijn de meeldauwsporen beter beschermd tegen water.

Voorkomen en bestrijden

Meeldauw

Bestrijding van meeldauw begint al in de winter met het wegknippen van aangetaste scheuten. Dit is ook een noodzakelijke ingreep als in het groeiseizoen veel meeldauwpluimen worden gevonden. Op zulke percelen is het niet eenvoudig om de meeldauw alleen chemisch te bestrijden.

Om de vruchten en bladeren vrij te houden van meeldauwaantasting ligt de aandacht van bestrijden en voorkomen hiervan in de eerste helft van het groeiseizoen. Daarnaast is het belangrijk om te zorgen dat het groeiniveau van het gewas onder controle is en dat de groei tijdig afsluit.

Het gebruik van bladmeststoffen versterkt de celwand en het zorgt ervoor dat de ingroei van de sporen moeilijker gaat. Denk hierbij vooral aan calcium, borium en silicium. Ook zijn er verschillende plantversterkers die de plant weerbaarder maken. Door de genoemde meststoffen en plantversterkers toe te passen in het primaire infectieseizoen zijn uw appel- en perenbomen minder vatbaar voor meeldauw aantasting.

Wilt u meer informatie? Onze specialisten adviseren u graag!